MICHAEL BAIRD OVER Voodoo jazz

Sharpwood: Twig It (Hill Street Jazz HJS 3010-2). Distributie: Virgin. Optredens: 3/12 De Tor, Enschede, 12/12 Azijnfabriek, Roermond, 19/12 Molenberg, Delfzijl, 22/12 O'42, Nijmegen.

“Ik had een zwarte nanny en die nam me op haar rug mee naar haar dorp. Ze hadden daar nog nooit een wit kind gezien en ik werd uitzinnig bewonderd. Er werd voor me geklapt en gezongen. Dat was mijn eerste muzikale ervaring: Afrikaanse zang en ritmiek. Hoe een symfonie-orkest in het echt klonk hoorde ik pas veel later.”

Slagwerker Michael Baird (39) groeide als kind van een Britse arbeidsinspecteur op in het voormalige Noord Rhodesië (sinds 1964 Zambia) en verhuisde op zijn dertiende naar Nederland. Hij leerde zichzelf drummen en speelde zeven jaar bij saxofonist Gijs Hendriks met wie hij op zes lp's te horen is. Sinds 1985 heeft hij zijn eigen groep Sharp Wood die onlangs Twig it afleverde. Vrijwel alle stukken op deze cd zijn van hem zelf.

“Jaren geleden toen Sharp Wood nog een trio was, kreeg ik een Duitse recensie opgestuurd. Ist es Jazz oder ist es Voodoo? las ik, met daaronder: es spielt eigentlich keine Rolle, denn die Musik dieser Gruppe ist Weltmusik die überall verstanden wird. Toen dacht ik: dankjewel, dat ik daar zelf nooit op gekomen ben. Eindelijk begreep ik wat ik deed: ik speelde Voodoo jazz.

“Podia, critici, platenfirma's, het publiek in de zaal, iedereen wil altijd weten hoe het heet wat je doet. Dat is wel begrijpelijk, maar ik word er soms gek van. Want wat stellen al die etiketten nou voor? Funk, neo-bop, hedendaagse improvisatie-muziek - het zijn toch maar kreten? Avant-garde, ook zo iets fraais, als iemand anders het oppikt dan ben je het gelijk niet meer. Dat gedoe met die namen was er altijd al, maar het is nu erger dan ooit. We leven in de nasty, nervous nineties, met alle strakke kaders vandien.

“Een paar jaar geleden mocht het geen jazz heten, want dan verdiende je automatisch geen cent meer. Maar tegenwoordig moet het vooral wel jazz heten, ook als het dat niet is. Ik hoorde laatst een stukje zogenaamde acid-jazz maar met jazzmuziek had het helemaal niks te maken. En toen iemand me meenam naar een hardbop-party hoorde ik gewoon hip-hop met een krom saxofoontje erbij.

“De muziek van Sharp Wood omschrijven is een ondoenlijke zaak. We doen wel aan vermenging maar zijn geen fusion, wij 'crossen ook over' maar we maken geen cross-over. Wij zijn uiteraard hedendaags, want welk levend mens is dat niet, en of het avant-garde is, dat moeten anderen maar bepalen.

“Het begrip voodoo danken we natuurlijk aan het feit dat we ons laten inspireren door zogenaamde 'wereldmuziek', van Afrikaanse drumpatronen tot Tibetaanse monnikenzang. Maar aan het doodleuk pikken of kopiëren van stukjes exotiek doen we niet mee. Niet alleen omdat ik 'vreemde' culturen respecteer - ik heb lang genoeg in een koloniale samenleving geleefd - maar ook omdat ik van die sample-jongens nooit iets gehoord heb dat beter is dan het origineel.

“Alles bij elkaar ben ik tamelijk tevreden met die vondst van die Duitse journalist. Als ze me nu vragen, wat ik speel dan zeg ik: mijn groep speelt Voodoo jazz en dat lijkt nergens op want in dat genre zijn we uniek in de wereld. En als ze doorzeuren voeg ik er aan toe: in Sharp Wood weten minstens twee musici waarom de bananen krom zijn. En als je goed luistert, dan kun je dat horen.”

    • Frans van Leeuwen