Maria Callas

La Divina 1: EMI CDC 7547022; La Divina 2: EMI CDC 5550162

Ter gelegenheid van haar 70ste geboortedag op 3 december komt EMI met La Divina 2, het vervolg op La Divina I , vorig jaar uitgebracht ter gelegenheid van Callas's vijftiende sterfdag. Op beide cd's staan zestien aria's. Op nr 2 zijn die onder andere afkomstig uit opera's als Carmen, Manon, Aida, Orphée et Eurydice, La bohème, La Traviata (1958, Lissabon), Don Carlo, Adriana Lecouvreur en Lucia di Lammermoor. De opnamen zijn gemaakt in een periode van slechts 10 jaar: 1954-1964, de absolute gloriejaren in de soms wisselvallige carrière van de grootste dramatische sopraan van deze eeuw.

Wat Billie Holiday was voor de jazzmuziek en Edith Piaf voor het Franse chanson, dat was Maria Callas voor de opera. Al deze zangeressen leefden vooral voor hun kunst - is het toeval dat ze alledrie problemen hadden met mannen, drank of drugs en vroegtijdig overleden?

Callas' noten waren nooit zomaar 'mooi' en vaak helemaal niet mooi, maar wel altijd volkomen terzake: gestalte gevend aan de kern van het personage dat zij vertolkte.

Zo zijn La Divina 1 en 2 introducties op de indrukwekkendste Callascatalogus ter wereld: die van EMI met 30 complete opera-opnamen, 21 cd's met recitals en losse aria's en twee laserdisc/video-uitgaven. Recent zijn er nog drie van kleinere liefhebbers-labels afkomstige live-opnamen bijgekomen: Il Pirata van Bellini (1959), Anna Bolena van Donizetti (1957) en Macbeth van Verdi (1952).

    • Kasper Jansen