Kabinet Duitse deelstaat valt in salariskwestie

BONN, 29 NOV. Het voltallige CDU/FDP-kabinet van de Oostduitse deelstaat Saksen-Anhalt, dat wordt geleid door de CDU'er Werner Münch, is gisteren afgetreden.

Aanleiding is dat Münch (53) en drie andere net als hij uit West-Duitsland afkomstige ministers de afgelopen drie jaar volgens de regionale Rekenkamer in totaal circa 900.000 mark te veel aan salaris hebben ontvangen. De crisis in de deelstaat-hoofdstad Maagdenburg leidde vrijwel direct ook tot spanningen tussen de CDU en de FDP in Bonn.

Met Münch waren de ministers Werner Schreiber, Hartmut Perschau (beiden CDU) en Horst Rehberger (FDP) al begin vorige week in opspraak geraakt. Toen bleek namelijk dat zij, ruim een jaar na een eerste aanmaning, de Rekenkamer in hun deelstaat nog niet hadden kunnen uitleggen waarop een toelage van twintig procent op hun Oostduitse ministerssalarissen gebaseerd was.

Net als ambtenaren verdienen politici in Oost-Duitsland 80 procent van de salarissen in West-Duitsland. In het algemeen geldt als regel dat Westduitsers die in de vroegere DDR gaan werken een aanvulling kunnen krijgen ter hoogte van het bedrag dat zij zijn achteruitgegaan. Westduitse ambtenaren noemen deze door veel Oostduitsers gekritiseerde compensatie ook wel spottend hun 'Busch-premie'. Münch en zijn drie Westduitse ministers wordt verweten dat zij in de berekening van deze compensatie ook vroegere belastingvrije onkosten- en reisvergoedingen en vaste bedragen voor medewerkers hebben opgenomen. De Rekenkamer had tevergeefs om bewijzen gevraagd dat zij dergelijke kosten echt hebben.

Münch' geval is om twee redenen extra pijnlijk: niet alleen verdiende hij daardoor in zijn kleine en economisch noodlijdende deelstaatje meer (drie ton 's jaars) dan de premiers in veel grotere Westduitse Länder, maar bovendien had hij, voor hij in juli 1991 zijn tussentijds afgetreden partijgenoot Gerd Gies als premier opvolgde, als minister van financiën de geldende, als 'onduidelijk' gekritiseerde, regeling voor Saksen-Anhalt (2,8 miljoen inwoners) gemaakt.

Münch, die uit Westfalen komt en van 1984 tot 1990 lid was van het Europese Parlement, zei dat alle tien ministers uit zijn kabinet “uit solidariteit” ook zijn afgetreden. Hij verweet de media “een reputatiemoord” die “mijn eer heeft beschadigd”, terwijl hij zich van geen schuld bewust zei te zijn. De drie andere gewraakte ministers lieten zich net zo uit. Münch wil volgende week ook niet worden herkozen als regionaal CDU-voorzitter, zei hij.

De SPD meent dat ook Westduitse ambtenaren en politici in andere Oostduitse deelstaten te hoge compensaties toucheren en vindt dat er in Saksen-Anhalt direct (en niet pas in oktober 1994) verkiezingen moeten worden gehouden. De CDU-fractie in de regionale landdag wil deze week haar fractieleider, Christoph Bergner, als nieuwe premier kiezen maar de FDP is verdeeld over de vraag of zij de regionale coalitie moet voortzetten danwel moet meewerken aan het uitschrijven van tussentijdse verkiezingen.

De CDU-top in Bonn, toch al getroffen door het terugtreden van de Oostduitse presidentskandidaat Steffen Heitmann, vorige week donderdag, kwam gisteravond bijeen om de crisis in Maagdenburg te bespreken en zou daar vandaag en morgen onder leiding van partijvoorzitter Helmut Kohl mee doorgaan. De FDP-twijfels over voortzetting van de coalitie in Saksen-Anhalt werken ongunstig in op het coalitieklimaat in Bonn en vragen daarom extra inspanningen van Kohl en FDP-voorzitter/vice-kanselier Klaus Kinkel. Dat is des te lastiger nu net ook het touwtrekken over een gemeenschappelijke kandidaat van CDU/CSU en FDP voor het bondspresidentschap begonnen is. Anders gezegd: nu de afgelopen dagen al een aantal leden van de FDP-Bondsdagfractie zich uitsprak ten gunste van de CDU'er Roman Herzog, eerste man in het Constitutionele Hof, maar Kinkel rekening moet houden met de linkervleugel van zijn partij, die FDP-kandidate Hildegard Hamm-Brücher niet, of nog niet, wil laten vallen.

Voorbeeld daarvan is de grootste partij-afdeling van de FDP, die in Noordrijn-Westfalen. Oud-minister Jürgen Möllemann, voorzitter van die afdeling, blijft erbij dat de FDP tot volgend jaar mei, wanneer de zogeheten Bundesversammlung de nieuwe president kiest, aan mevrouw Hamm-Brücher moet vasthouden. Pas als gebleken is dat zij daar onvoldoende stemmen krijgt moet de FDP aan steun voor andere kandidaten gaan denken, aldus Möllemann gisteren.

    • J.M. Bik