Het datisme

De kunst van het herhalen moet vrijwel gelijktijdig zijn geboren met de kunst van het spreken en schrijven. Iemand beweert iets en kennelijk bevalt dat zo goed dat hij het in andere woorden nog eens zegt. Of: de gebruikte woorden drukken net niet helemaal uit wat iemand bedoelt, dus herhaalt hij ze met een kleine variatie. Daarnaast draagt herhaling in belangrijke mate bij aan het gewicht van een mededeling: iemand die in één adem wordt uitgemaakt voor beest, maniak en ontaarde - daar zal toch wel echt iets mee mis zijn. Anderzijds zal een schat, engel en lieverd waarschijnlijk zachter aanvoelen dan een doorsnee honnepon.

De meest gekozen vorm van herhaling is het synoniem. Nu kun je heel goed staande houden dat er nauwelijks woorden bestaan die werkelijk precies hetzelfde uitdrukken of exact dezelfde gevoelswaarde hebben, maar in de praktijk mag menigeen zich graag bedienen van een stapeltje synoniemen. Daar is niets mis mee, tenzij de stapel te hoog wordt. In dat geval spreekt men van een datisme.

Datisme is een woord met een tamelijk ingewikkelde geschiedenis. Het dankt zijn bestaan aan de Atheense blijspeldichter Aristophanes. Die legde in 421 voor Christus in zijn blijspel De Vrede een zekere Trygaeus de volgende regels in de mond: “Welnu, dit is het! Hier komt het ouwe deuntje van Datis dat hij zong als hij zich aftrok tijdens het middaguur: 'Ik ben verrukt, ik ben verheugen, ik ben in de wolken.”'

Generaties vertalers hebben deze passage van noten voorzien. De vertalingen zelf lopen aanzienlijk uiteen en dan natuurlijk vooral als het gaat om Datis bezigheden tijdens het middaguur. 'Wanking off', 'fucking himself' en 'singing in ecstasy' zijn drie varianten in Engelse vertalingen. Een van deze vertalers verduidelijkt: “Zelfbevrediging werd naar het schijnt vanzelfsprekend geassocieerd met het heetst van de dag.”

Belangrijker is echter de vraag: welke Datis had Aristophanes op het oog? Een paar oudheidkundigen menen dat hier een zoon van de Griekse dichter Carcinus wordt bedoeld, bijgenaamd Datis, maar de meerderheid houdt het op de Perzische veldheer Datis.

Niet bekend

De vraag waarom Datis door Aristophanes met de broek op de knieën werd opgevoerd, is volgens Alan H. Sommerstein, bezorger van de Engelse vertaling van de verzamelde blijspelen van Aristophanes, makkelijk te beantwoorden. “In alle tijden hebben volken in tijden van oorlog grapjes gemaakt over de seksuele onbekwaamheid van de vijandige leiders, denk maar aan het eens populaire liedje dat begon met de woorden: 'Hitler has only got one ball.”'

Maar Aristophanes ging verder. Tijdens zijn 'lied' wil Datis laten zien hoe goed hij het Grieks beheerst. Zoals de echte Datis volgens Sommerstein zijn dreigbrieven aan Athene waarschijnlijk in het Grieks zal hebben geschreven. De Perzische veldheer stapelt bij Aristophanes het ene synoniem op het andere, maar maakt daarbij al masturberend een forse taalfout. Hij zingt “...ik ben verheugen” in plaats van ik ben verheugd, en begaat daarmee een “typisch Aziatische blunder”, zoals het ergens wordt genoemd.

En zo kon het dus gebeuren dat datisme lange tijd meerdere betekenissen had: gebrekkig Grieks spreken, een fout maken in een vreemde taal en het onnodig opeenstapelen van synoniemen. Het woord kwam al in 1617 voor in het Engels, de vroegste bewijsplaats in het Nederlands dateert van 1733 en ook in het Frans en Duits werd het gebruikt.

Spijtig is wel dat de meeste moderne woordenboeken het hebben geschrapt. En dat terwijl het stilistische verschijnsel onuitroeibaar is en het woord zo bruikbaar, nuttig, batig, doelmatig, utilitair, handig, dienstbaar, toepasselijk en praktisch.