Heldenmoed verdient een onderscheiding

EINDHOVEN, 29 NOV. Hun gezichten verraden heldenmoed. Streng en strak, geen spoor van emotie. Als generaals, zoals het generaals betaamt. Ze hebben zojuist tegen elkaar oorlog gevoerd, maar ze zitten nu na afloop op de persconferentie broederlijk naast elkaar. Ze tonen respect, begrip voor elkaars gevechtshandelingen, voor elkaars wapenarsenaal. De winnaar en de verliezer zijn het eens: zolang geen vredesmissie anders oordeelt, is elke vorm van strijd geoorloofd.

Ze mogen zich trainer noemen én coach, alsof ze hun voetballers sport laten bedrijven. Ze zeggen over tactiek te praten als ze het over strategieën hebben. Agressie is bezieling, de wil om te overleven is overtuiging. De aanwezigheid op het slagveld van een scheidsrechter en twee lijnrechters is slechts een bron van irritatie. Voetbal dient oorlog te zijn; Rinus Michels besefte het al. Daar komen de toeschouwers voor. En dat zullen ze krijgen. Niets is fascinerender dan een strijd op leven en dood.

Weinig sporten roepen zoveel emoties op als voetbal. Van oorsprong is voetbal geen edel spel, zoals Brazilianen het menen te kunnen bedrijven. Voetbal werd uitgevonden door Engelse kostschooleigenaren om een stel knapen die op het punt van rotzooi schoppen letterlijk tot alles in staat zijn, maar van wie je ook weet dat ze nog liever dan wat ook achter een bal aanrennen, in toom te houden. Laat ze uitrazen op de grasvelden van het schoolterrein in de hoop dat ze geen energie meer overhouden voor nog gevaarlijker dingen.

Dergelijke motieven om het voetbalspel te bedrijven spelen door het hoofd wanneer Feyenoord in Eindhoven de strijd aanbindt met PSV. Je kunt je als objectieve beroepstoeschouwer net zo opwinden over de veldslag als de subjectieve supporter. Maar er is een wereld van verschil. Wanneer Feyenoord-spits John van Loen provoceert, slaat, ellebogen in de nek van zijn tegenstanders drukt en de scheidsrechter uitscheldt, kortom het spel bederft, vraagt dat volgens de spelregels om tenminste een rode kaart. Maar na een paar uur bezinning besef je dat voetbal op het hoogste, commerciële niveau jongens als John van Loen tot dergelijk gedrag dwingt.

Toch zie je het met eigen ogen dat John de Wolf bij een hoekschop de kopsterke PSV-verdediger Mitchel van der Gaag met een welbewuste karatetrap probeert van het Feyenoord-doel weg te houden. Zoveel afweer, zoveel agressie bij de meeste Feyenoorders als hen ook maar iets niet zint. Dat grijpt je naar de keel.

Dat is verwonderlijk, dat is kennelijk de wil van Feyenoord om te winnen, dat is op het scherp van de snede spelen. Dat is meer dan je ooit dacht te weten. Dat is bezieling, dat is de scheidsrechter uitdagen. En altijd heeft de scheidsrechter schuld. En altijd moet hij de wedstrijd aanvoelen. En dient hij tegelijkertijd de intuïtie van een maatschappelijk werker, een psycholoog en een socioloog te hebben.

Wanneer de scheidsrechter - in dit geval Uilenberg - conform de reglementen had geleid, zouden binnen korte tijd beide elftallen tot de helft gereduceerd zijn. Zeker dat van Feyenoord. Maar, beseft elke scheidsrechter, dan zou van verder spelen geen sprake meer zijn. Dan zou de wedstrijd gestaakt moeten worden, dan zouden toeschouwers protesteren, hun geld terugvorderen, dan zou er weleens een veldslag buiten het stadion kunnen ontstaan. Misschien zouden op het veld spelers en trainers van beide ploegen wel een handgemeen zijn begonnen.

Het is er niet van gekomen. Misschien juist wel dank zij scheidsrechter Uilenberg, die zich beperkte tot vier gele kaarten, gelijk verdeeld over de twee elftallen. Hij liet zich uitschelden alsof hij er zich op ellenlangecursussen voorgoed tegen gewapend had. Wat een leven! Scheidsrechters verdienen alleen al respect omdat zij elke zondag opdraven om ter meerdere eer en glorie van de voetbalcultuur zich laten beschimpen.

Waarom gedragen Feyenoorders zich als straatvechters? Omdat ze daarmee kampioen van Nederland worden? Ze zijn geen wondervoetballers. Ze spelen geen edel voetbal als Ajax. Voetbal heeft uiteenlopende succesformules. Maar ze voetballen aanzienlijk beter dan de tegenwoordige PSV'ers. Ze voetballen correct en gedisciplineerd. Wanneer ze spelen om te winnen spelen ze hard, maar ook fier en superieur. Dan zijn Blinker en Taument godenzonen en hebben Van Gobbel en De Wolf allure. Feyenoord speelt beter dan vorig jaar, toen het kampioen werd. Maar bij de minste of geringste tegenslag, voelen Feyenoorders zich aangevallen, zich onderuit gehaald. Zo'n groot minderwaardigheidscomplex misstaat een kampioen.

Met een tulband om zijn hoofd verliet John de Wolf vlak voor het einde het strijdperk. Bloed, veroorzaakt door een hoofdwond, sijpelde langs zijn hals toen hij voor de tv-camera verscheen. Misschien een hersenbeschadiging. Ach nee, hij was zo sterk geweest. Hij was niet zielig, Hij was stoer. Hij was van Feyenoord. Zoveel heldenmoed, dat verdient misschien wel een onderscheiding. Daar is de voetbalsamenleving het wel over eens. Zoveel uitstraling heeft in elk geval geen enkele PSV'er. Dat ontbeert de meest comfortabele voetbalarena van Nederland.

Arena's zijn stadions geworden. Luxueuze paleizen met comfortabele zitplaatsen en agressiebeperkende faciliteiten. Ze worden steeds weelderiger, de stadions. Ze kunnen er eten en drinken zoveel ze willen, de welgestelden op hun geplastificeerde pluche privé-tribunes. Ze genieten van de ambiance ver beneden op en rondom het slagveld. Ze horen niet de oerschreeuw van het volk dat zich vereenzelvigt met de tomeloze vechtlust van hun helden. Ze lachen naar hun pseudo-zinneprikkelende dames, omdat ze de weldoeners van hun milieu zijn.

Al is het maar een stammenstrijd. Op het slagveld wordt gekrijst, gevochten, geschopt en geslagen. Het mag zolang de scheidsrechter niet ingrijpt. Achter de hekken, die veiligheidshalve rondom het slagveld zijn opgetrokken, wordt gekrijst, geschopt, geslagen, gegooid, gesmeten en gespuwd. Het mag zolang de politie niet ingrijpt. Helden van de andere stam worden belaagd wanneer ze bij het hek, binnen bereik van de spuwende monden van de aanhangers, verschijnen.

Zoveel agressie op het slagveld, zoveel agressie rondom. Andersom kan ook. Zolang de agressie maar beperkt blijft tot de domeinen van de voetbalautoriteiten, is er geen reden tot ongerustheid voor de liefhebbers van de natuur, van de zon, de zee, de bergen en de bossen, het aangename leven.

Het stadion als katalysator van de grootstedelijke druk op het leven. Voetbalagressie is als de neurotische snelheid van house-muziek. Mogelijk is niets benauwender dan frustraties die zich opstapelen aan de vooravond van een dreigende eeuwwisseling. Ga naar een voetbalwedstrijd, waar belangen op het spel staan die niemand wenst te doorgronden, en alle ellende van het leven is voor even vergeten.

    • Guus van Holland