Geheime contacten Londen en IRA bemoeilijken vrede

LONDEN, 29 NOV. De pogingen om op korte termijn vrede tot stand te brengen in Noord-Ierland, hebben een gevoelige deuk opgelopen nu een van de partners in de delicate onderhandelingen, de Britse regering, een dubbelrol blijkt te hebben gespeeld.

De Britse premier John Major en zijn minister voor Noord-Ierland, Sir Patrick Mayhew, vechten voor het behoud van hun politieke integriteit nu ze betrapt zijn op het onderhouden van geheime contacten met de IRA, het Ierse Republikeinse Leger.

John Major ziet zijn reputatie van 'Jan Oprecht' (Honest John) aangetast en Sir Patrick verliest mogelijk zijn baan, niet zozeer wegens het aangaan en onderhouden van die contacten, maar omdat ze daarover uitdrukkelijk tegenover het Britse parlement hebben gelogen. De partij van dominee Ian Paisley, de Democratic Unionist Party (DUP), heeft al het aftreden van beiden geëist.

Het bewijs dat de Britse regering met twee tongen heeft gesproken, werd na twee weken van beschuldigingen en ontkenningen over en weer uiteindelijk in het weekeinde geleverd door de DUP zelf. Die speelde het weekblad The Observer een kopie toe van een aide mémoire, afkomstig van Sir Patrick en bestemd voor een anoniem gebleven tussenpersoon, waarin zoveel als een handleiding wordt gegeven voor het contact met de IRA.

Geoefende waarnemers hadden als vanzelfsprekend verondersteld dat er achter de schermen contacten waren tussen alle betrokkenen bij een mogelijke oplossing, inclusief de IRA en Sinn Fein, de politieke vleugel van de IRA. Maar de verlegenheid voor de Britse regering zit hem in de pertinente ontkenning van dergelijke contacten, als altijd onder het motto: “Met terroristen onderhandelen we niet”.

Naar nu is uitgelekt, dateert de meest recente serie contacten tussen de Republikeinen en een vertegenwoordiger van de Britse regering van een periode die begon na de bomaanslag in Warrington in maart van dit jaar, en die voortduurde tot na de IRA-aanslag op de viswinkel aan Shankill Road in Belfast, vorige maand. De aanslag in Warrington, waarbij twee Engelse jongetjes het leven lieten, leidde tot nationale sympathiedemonstraties in heel Ierland.

Pag.5: 'Niet onderhandeld' met IRA

De aanslag op Shankill Road was een van de wandaden die ertoe leidden dat John Major het bereiken van vrede in Noord-Ierland tot zijn eerste prioriteit maakte. Maar in het Lagerhuis hield hij vol: “Mijn maag zou zich omkeren van afkeer als ik met dergelijke terroristen zou moeten onderhandelen.”

En Sir Patrick Mayhew ontkende op 16 november nog categorisch tegenover het Lagerhuis dat er onderhandelingen waren geweest met de IRA/Sinn Fein, al had Sinn Fein-leider Gerry Adams gezegd dat die er wel degelijk geweest waren. “Er zijn geen onderhandelingen geweest met Sinn Fein (...). Niemand heeft de opdracht gekregen om namens de Britse regering met Sinn Fein te spreken of te onderhandelen”, aldus de minister voor Noord-Ierland toen.

Op een inderhaast bijeengeroepen persconferentie moest Sir Patrick gisteren zijn verweer zoeken in semantische argumenten. Er had, gaf hij toe “een keten van communicatie” bestaan met de IRA, maar deze “contacten” waren niet hetzelfde als “besprekingen of onderhandelingen”. Het zou “onverantwoordelijk” zijn geweest om als Britse regering niet te reageren op een boodschap van de IRA, afgeleverd twee dagen na de bom in Warrington, met de boodschap: “Het conflict is voorbij” en de vraag: “Hoe moeten wij het geweld tot een einde brengen?” Maar de gewoonlijk zo zelfverzekerd optredende minister was duidelijk aangeslagen en struikelde hier en daar over zijn zinnen.

In een poging nog een greintje geloofwaardigheid bij de unionisten in Noord-Ierland te behouden, beloofde de minister dat hij vanmiddag in het Lagerhuis alle documenten zou overleggen die er middels de tussenpersoon met de IRA zijn uitgewisseld. De Ulster Unionists, gematigder in opstelling dan de DUP van Ian Paisley, willen een vollediger uitleg van de minister afwachten alvorens te beslissen of ze door de regering zijn misleid. Die reactie is zo gematigd, dat allerwege wordt gespeculeerd dat de partij van James Molyneaux wèl en de DUP niet door de Britse regering op de hoogte is gesteld van die contacten, vóór The Observer ze aan het licht kon brengen.

Uit de reacties van andere betrokkenen bij de oplossing van het conflict bleek tot vanmiddag dat de wens om het vredesproces te redden bovenal overheerst. Labour en de Liberale Democraten schoven politiek opportunisme terzijde door zich te concentreren op het aspect van de misleiding van het parlement. Het feit dat geheime besprekingen hebben plaatsgehad is op zichzelf geen punt van kritiek en wordt, met verwijzing naar de in geheime besprekingen bereikte oplossing in het Midden-Oosten, als een fact of life omschreven.

In Dublin is gematigd gereageerd. Het lijkt erop dat Albert Reynolds, de premier van Ierland, geweten heeft van de contacten tussen Londen en Sinn Fein op het moment dat hij vorige maand in Brussel samen met Major een nieuw vredesinitiatief ontwikkelde. Maar de verwachting in de Ierse hoofdstad dat dit initiatief daadwerkelijk tot vrede vóór Kertsmis zal leiden, een stap die aangekondigd had moeten worden na een bilaterale topontmoeting in Dublin, later deze maand, is aanmerkelijk getemperd.

Sinn Fein-leider Gerry Adams - door de regering vorige maand nog als een terrorist uigesloten van het betreden van het vasteland van Engeland - beschuldigde de Britse regering ervan dat ze nog steeds liegt. De IRA, zei hij, had nooit een boodschap gezonden met de tekst: “Het conflict is voorbij.”

Het ex-Lagerhuislid voor West-Belfast hield vol dat alle contacten met Sinn Fein op gezag van premier Major zelf hadden plaatsgehad. De aard van de uitgewisselde boodschappen was bovendien, anders dan Sir Patrick beweert, “inhoudelijk” geweest, aldus Adams, en had de betrokkenheid van een aantal hoge ambtenaren gevergd. “Deze leugens en de patente oneerlijkheid in de Britse opstelling maken een zeer moeilijke situatie erger. Hoe kunnen we hopen voortgang te maken als ze zich zo gedragen?”

    • Hieke Jippes