Franke Sloothaak mist alleen zege in de showrubriek

MAASTRICHT, 29 NOV. Springruiter Franke Sloothaak won bij het chique ogende Jumping Indoor Maastricht ongeveer alles wat er te winnen viel. Met zijn nog maar zevenjarige vosruin Jolie Coeur was hij in liefst drie rubrieken de beste. De overgang van Sloothaak van zijn werkgever Schockemöhle naar zelfstandigheid en sponsor Muccioli heeft hem bepaald geen windeieren gelegd.

Het is kennelijk goed zaken doen met Muccioli, de idealistische eigenaar van een Italiaanse gemeenschap waar 2500 ex-drugsverslaafden wordt geleerd weer in zichzelf en in het maatschappelijke leven te geloven. Klasse-ruiter Sloothaak mist zijn toppaard Walzerkönig nauwelijks, nu hij de negenjarige Weihaiwej ervoor terug heeft. Deze vosmerrie komt goed tot haar recht nu ze op de typische Sloothaak-manier wordt gereden. Sloothaak laat haar vrij lang, zodat zij zelf haar balans kan vinden in het parcours. De parcoursen van Sloothaak zien er nooit snel uit, maar met haar ruime, bijna slungelige galopsprongen wint Weihaiwej ongemerkt in korte tijd veel terrein. Op haar rug haalde Sloothaak gistermiddag zijn vijfde overwinning in Maastricht: de EC Trophy.

De enige belangrijke rubriek waarin Sloothaak niet triomfeerde was de showrubriek op zaterdagavond voor vier topruiters, waarbij ieder elkaars paarden reed. Voor Sloothaak komt het bijzonder slecht uit dat hij juist op dit onderdeel niet zegevierde. Want als hij volgend jaar in Den Haag wereldkampioen wil worden, zal deze rubriek juist zijn specialiteit moeten zijn.

Een springruiter met ambities voor de wereldtitel kan die wens alleen gehonoreerd zien wanneer hij zijn partner in de strijd uitleent aan de concurrent. Uitsluitend wanneer hij zelf aantoont dat hij niet alleen met zijn eigen viervoeter de zwaarste parcoursen kan overwinnen, maar dat met de paarden van zijn drie naaste tegenstrevers ook nog beter doet dan die collega's met elkaars paarden en het zijne, is hij de gekroonde nummer één van de wereld. Deze formule zou in andere sporten ondenkbaar zijn. Een tennisser zweert bij zijn eigen racket, een autocoureur zou er niet aan denken om zijn auto af te geven en voor een wielrenner is het uitlenen van zijn fiets al helemaal heiligschennis. Maar eens in de vier jaar, bij het WK, staan springruiters hun veelal kostbaarste bezit even af.

Daarmee rekenen zij af met de goedbewaarde mythe dat het paard de essentiële factor is voor het winnen van een internationale medaille. Natuurlijk is elke ruiter zo goed als zijn paard. Maar het omgekeerde - een paard wordt pas een wereldkampioen wanneer hij wordt gestuurd door de bekwame handen en benen van een topruiter - is net zo waar. Verhalen over paarden die door hun ruiters tot toppers werden gemaakt, zijn er legio. En Felix en Olympic Sunrise zijn levende getuigen voor de stelling dat deze wereldkampioenen in de dop bij hun ruiters Lansink en Ehrens hadden moeten blijven om tot volledige wasdom te komen. Na verkoop werd het angstig stil rond deze paarden, die niets meer presteerden.

Regerend wereldkampioen Eric Navet weet nog precies hoe de enerverende finale ruim drie jaar geleden in Stockholm aanvoelde. “Ik had in Zweden echt het gevoel dat ik Whitaker werd toen ik mijn parcours met diens legendarische schimmel Milton sprong. Ik kon precies navoelen wat hij altijd voelt. Dat paard is zo fantastisch geschoold, hij is als een veertje te rijden. Ik had die ervaring voor geen goud willen missen. Zelfs niet voor het goud van de wereldtitel!”

Navet is met zijn bescheiden postuur geen man om nadrukkelijk aanwezig te zijn op de paarderug. Hij staat bekend om zijn specifieke, lichte manier van rijden, waarbij hij niet sterk inkomt met zijn handen of benen om het paard tot het overbruggen van de afstanden tussen de hindernissen aan te zetten. John Whitaker heeft een soortgelijke gestalte als Navet. Ook hij went zijn paarden aan gevoeligheid voor heel lichte ruitertekens, omdat hem simpelweg de fysieke kracht voor een zwaardere interventie ontbreekt.

Franke Sloothaak en Piet Raymakers completeerden het viertal zaterdagavond. Met hun lengte van zo'n 1.90 meter staan zij er beiden om bekend dat zij zwaarder inwerken op hun paarden. Sloothaak voelt zich ook niet prettig op kleine, lichtgebouwde volbloedpaarden. Raymakers is flexibel en van alle markten thuis. Niet voor niets wordt van hem gezegd dat hij met zijn gemakkelijke manier van rijden een koe nog tot springen zou kunnen bewegen. Met ruime voorsprong won Raymakers het boeiende kijkspel.

Collega's Navet, Whitaker en Sloothaak waren unaniem van oordeel dat Raymakers zich het gemakkelijkst bij alle typen paarden aanpast. “Hij hoeft volgend jaar alleen maar bij de beste vier te komen. Dan heeft hij gegarandeerd de wereldtitel”, meldde Navet.