Fameus muziekhuis in Bilthoven nu genoemd naar voormalige eigenaar Walter Maas; 'Gaudeamus' weer centrum voor kunst en cultuur

Woensdag zal in Bilthoven het Walter Maas Huis in gebruik worden genomen. Het vroegere huize Gaudeamus, gebouwd in de vorm van een concertvleugel, moet een podium bieden voor kleinschalige kunstprojecten, conferenties over cultuur en concerten.

W.A.F. Maas - het naamplaatje prijkt nog steeds in de hoek rechtsboven de voordeur van de imposante villa Gaudeamus in Bilthoven. Op 1 december 1992 overleed op 83-jarige leeftijd Walter Maas, de 'generalissimo' van de na-oorlogse Nederlandse muzikale avant garde, zoals hij wel werd genoemd. Woensdag, precies een jaar na zijn dood, zal de Maas-Nathan Stichting huize Gaudeamus opnieuw in gebruik nemen als centrum voor kunst en cultuur.

Het Walter Maas Huis, zoals de nieuwe naam officieel luidt, moet volgens de directeur van de stichting, Bart van Rosmalen, een plaats worden voor studiedagen over kunst, voor radio-opnamen en voor kleinschalige kunstprojecten en kunsteducatie. Het Walter Maas Huis wil ruimte bieden aan 'artists in residence', masterclasses en werkbijeenkomsten.

Daarmee krijgt het huis iets terug van de functie die het ook in de eerste naoorlogse jaren heeft gehad. Onder de hoede van de stichting Gaudeamus, door Walter Maas opgericht en aanvankelijk volledig uit zijn eigen vermogen gefinancierd, was Bilthoven een centrum voor de internationale muzikale avant garde. Stockhausen liet er aan collega's zijn Gesang der Jünglinge horen, Ton de Leeuw gaf lezingen over niet-westerse culturen, György Ligeti tekende op een primitief schoolbord de structuur van zijn nieuwste composities en John Cage liet verwarde toehoorders naar de stilte luisteren, met daarbij de mededeling dat het hier om muziek ging. Tussen dat alles door zorgde Walter Maas voor eten en voor drank, werd er gemusiceerd en vooral eindeloos gepraat.

Huize Gaudeamus werd in 1925 gebouwd in opdracht van de componist Julius Röntgen, naar een ontwerp van zijn zoon Frans. Het heeft de vorm van een concertvleugel met een openstaande klep. De ingang bevindt zich in de ronding. De twaalf ramen aan de 'klavierzijde' van het huis lijken te verwijzen naar het aantal tonen in een octaaf. In de uiterste punt van de vleugel bevindt zich een fraaie, halfronde muziekkamer en het tuinhuisje lijkt op de werkhut die Edvard Grieg (een vriend van Röntgen) liet bouwen aan het fjord bij de Noorse plaats Bergen.

Walter Maas, een joods-Duitse textielingenieur in 1933 gevlucht voor de Nazi's, nam samen met zijn ouders in 1940 zijn intrek in huize Gaudeamus. Ze begonnen er een pension, maar korte tijd later moest de familie zich melden in Vught. Maas dook onder - zijn ouders gingen en werden in Sobibor omgebracht.

Na de oorlog maakte Maas van Gaudeamus opnieuw een pension. En voor het eerst sinds lange tijd kreeg de muziekzaal zijn oude functie terug. Twee zoons van Julius Röntgen gaven er op 4 november 1945 een concert. De Biltse en Bilthovense Courant was aanwezig en meldde dat een oude traditie in ere was hersteld en dat de 'textielingenieur die in 1933 als vluchteling naar Nederland kwam' ook in de toekomst een bijdrage wilde leveren aan het 'geestelijk herstel' van Bilthoven en omgeving.

Niemand, ook Maas zelf niet, kon toen vermoeden waartoe dit 'geestelijk herstel' zou leiden. Maas wilde iets terugdoen voor het land dat hem onderdak had verleend. Hoe kon hij dat in het huis van een componist beter doen dan door steun te geven aan musici? En wie kon die steun beter gebruiken dan de jonge generatie componisten, die met zijn muziek tegen de verdrukking in probeerde een voet aan de grond te krijgen? Maas werd 'de onvermoeibare pleitbezorger' van de nieuwe muziek. Zonder hem had het Nederlandse muziekleven er ongetwijfeld heel anders uitgezien.

Toen zijn Stichting Gaudeamus in de jaren zeventig verzelfstandigde en naar Amsterdam verhuisde, werd het allengs stiller in Bilthoven. In 1989 schreef Maas in het Hollands Dagboek, ten gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag, in deze krant: “Componist-jurist Rob du Bois was hier om de toekomst te bespreken van de Maas-Nathan Stichting, genoemd naar mijn beide ouders, die zich moet gaan inzetten voor jonge musici en die na mijn dood alles erft.” Maas wilde dat huize Gaudeamus in de toekomst onderdak zou bieden aan jonge kunstenaars, in samenwerking met huizen in Darmstadt, Perugia en Metz. Dat plan bleek echter onhaalbaar.

Directeur Bart van Rosmalen ontwikkelde in overleg met het bestuur en met Walter Maas een aantal plannen voor de toekomst. Van Rosmalen: “Na de dood van Walter bleek dat hij zich nog geen tijd had gegund om zijn nalatenschap testamentair te regelen. De erfenis ging daardoor naar zijn broer Ernst en de Maas-Nathan stichting was ineens niet meer dan een papieren constructie.

“Ernst Maas gaf ons enkele maanden de tijd om met financieel goed onderbouwde voorstellen te komen. Dat is gelukt. We hebben in eerste instantie steun gezocht bij de omroepen, NCRV en VPRO hebben zich voor drie jaar aan ons gelieerd. Verder hebben we geld gekregen van particuliere fondsen als het VSB Fonds en het Prins Bernhard Fonds, verschillende overheden en kunstinstellingen.”

Van Rosmalen, zelf werkzaam bij de NCRV, zal vanaf januari vanuit het Walter Maas Huis een serie radio-documentaires over muziek maken. Maar het is de bedoeling dat ook andere onderwerpen dan muziek in het huis aan de orde komen. Het is volgens Van Rosmalen een ideale ambiance voor conferenties over kunst en cultuur. Bovendien wil het Walter Maas Huis een bijdrage leveren aan het cultuurdebat in samenwerking met 'een netwerk van adviseurs' en buiten de geijkte kanalen om. Juist in de beslotenheid van het Walter Maas Huis kan volgens Van Rosmalen over de inhoudelijke kant van het kunstbeleid worden gesproken.

Van Rosmalen: “We hebben drie jaar de tijd gekregen om te bewijzen dat onze plannen levensvatbaar zijn. Dat zal niet meevallen, maar ook de missie van Walter was niet eenvoudig.”

    • Paul Luttikhuis