Europese bekroning voor Cees Nooteboom kwam niet onverwacht

“Waarom stuurt Nederland geen boek van Nooteboom in? Dan zou het heel wat meer kans maken op een prijs.” De overduidelijke hint van een jurylid van de Europese Literatuurprijs in de wandelgangen van de juryvergadering van 1991 is uiteindelijk niet zonder resultaat gebleven.

Dit jaar droeg het ministerie van WVC een boek van Cees Nooteboom voor, het boekenweekgeschenk Het volgende verhaal uit 1991, en afgelopen vrijdag werd in Antwerpen besloten dat de 20.000 ecu (43.000 gulden) die aan de Europese prijs verbonden zijn naar Nederland gingen. In de juryberaadslagingen spande het nog lange tijd tussen Nooteboom en de Deen Peter H⊘eg, maar bij de laatste stemming kreeg Nooteboom de voorkeur. Volgens het juryverslag is hij een schrijver met een Europese dimensie, die getuigenis aflegt van de behoedende kracht van de literatuur.

De bekroning van Nooteboom roept verschillende vragen op. Had Nederland Nooteboom niet eerder moeten voordragen? Het volgende verhaal verscheen in 1991 en had vorig jaar ook al ingestuurd kunnen worden. De prijs is bestemd voor boeken die in de afgelopen drie jaar zijn verschenen. In 1991 was er bovendien nog Berlijnse notities dat mee had kunnen dingen, het boek over de Duitse omwenteling dat werd bekroond met de Duitse 3 Oktober-Prijs.

Een andere vraag is of de Nederlandse kritiek, die het winnende boek destijds heeft besproken, wel op zijn taak berekend is. Een van Nootebooms uitgevers, De Arbeiderspers, heeft er het afgelopen jaar in een advertentiecampagne alles aan gedaan om te wijzen op de sterk verschillende reacties die Het volgende verhaal in Nederland en Duitsland heeft uitgelokt. Die advertentiecampagne getuigde van creatieve eenzijdigheid. Zo werd uit NRC Handelsblad bewust de negatiefste opmerking geplukt die in de recensie had gestaan. Maar niet ontkend kan worden dat de ontvangst van Het volgende verhaal in de meeste Nederlandse kranten zeer zuinig was. Nooteboom heeft in Nederland de naam van koffietafel-filosoof. Zijn grootste bekendheid in brede kring dankt hij nog altijd aan zijn reisreportages voor de Avenue.

Wie er ook gelijk had - sommige kritiek is misschien wel erg vooringenomen geweest - het valt WVC in die omstandigheden niet te verwijten dat het boek niet meteen naar het buitenland is gestuurd als bewijs van Nederlands kunnen. Daar komt bij dat Het volgende verhaal binnen het oeuvre van Nooteboom, voorzover dat nu is te overzien, geen hoofdwerk is. Het werd in enkele maanden geschreven op bestelling van de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, die duidelijke eisen wat betreft de lengte had gesteld. Tijdens de presentatie van het boek liet Nooteboom zelf weten dat het niet het boek was geworden dat het had kunnen zijn. Het moest van de CPNB op 96 pagina's passen.

Het enige wat WVC verweten zou kunnen worden is dat het ministerie niet diplomatiek genoeg is geweest. Het was ook vorig jaar bekend dat Nooteboom in de kringen rondom de internationale jury zeer hoog werd geacht en het was te verdedigen geweest als de commissie die het ministerie adviseert, daarvoor was gezwicht. Dit jaar is dat in ieder geval wel gebeurd. De internationale reputatie van Nooteboom was nu een van argumenten om zijn boekje voor te dragen. Het volgende verhaal was dan misschien niet het boek dat in Nederland de meeste indruk had gemaakt, het was wel het meest kansrijke boek. Kansrijker dan de romans van Mulisch of Haasse die dit jaar ook nog werden ingezonden, en in ieder geval kansrijker dan de wel erg droge essays van S. Dresden of Helene Nolthenius die het in de voorafgaande jaren tegen een keur aan buitenlandse romans moesten opnemen.

De belangrijkste vraag die de procedure rond de recente bekroning oproept is of de Europese Literatuurprijs zijn pretentie het belangrijkste Europese boek van de afgelopen drie jaar aan te wijzen, waar kan maken. Twee jaar geleden is in deze krant uitvoerig bericht over de moeizame werkwijze van de internationale jury en over de praktische onmogelijkheid een oordeel te vellen over boeken die een deel van de jury niet kan lezen. De afgelopen drie jaar ging de prijs naar schrijvers die nog niet doorgaan voor de belangrijkste Europese stemmen van dit moment: Jean Echenoz, Mario Luzi en Manuel Montalban. Vergeleken met deze drie is Cees Nooteboom geen slechte keus. Hij heeft internationaal aanzien. Doordat zijn boeken in verschillende talen zijn vertaald, is zijn bekroning ook beter gefundeerd dan voorgaande jaren.

    • Reinjan Mulder