De metamorfose

In de monotone overvloed van praatprogramma's was er afgelopen donderdag opeens weer eens iets op de televie waardoor je begrijpt wat dit medium in principe te bieden heeft: de film Kameraden over het leven van een vooraanstaand Nederlands communiste, Annie van Ommeren-Averink, gemaakt door Pauline Senn (regie) en Anita van Ommeren (redactie). Het bijzondere van de film is niet alleen het bijzondere levensverhaal - van naaister tot partijbons - maar vooral ook de manier waarop het verteld wordt: vanuit het perspectief van de dochter. Dat laatste lijkt me in dit geval geen eenvoudige opgave: hoe een portret te maken van iemand die een zo markant leven heeft geleid en daarmee veel bewondering wekt, maar die je als moeder miste omdat ze zelden thuis was en belangrijker zaken te doen had. Ik vind dat de dochter - Anita van Ommeren - daar heel goed in is geslaagd: de film is noch een ode noch een afrekening, en er is veel voor nodig om dat te bereiken.

Er is inmiddels al veel over de film geschreven, en als schokkendste feit wordt dan steeds genoemd dat vroegere partijleiders en bondgenoten als Marcus Bakker, Harry Verheij en Joop Wolff niets wilden zeggen en hun medewerking aan de film opzegden. Dat is natuurlijk erg, zeker als je ze vroeger als huisvrienden van je moeder hebt gekend en het een soort ooms voor je waren, maar viel er eigenlijk iets anders te verwachten van mensen die nooit betrapt zijn op enige openheid? Anders waren ze nooit zover in de partij gekomen, en op zo'n vitaal onderdeel veranderen mensen niet meer. Ik vond Kameraden om een heel andere reden schokkend, en dat was de metamorfose die Annie Averink in de loop van haar leven heeft ondergaan. De foto's van haar als jong meisje laten zien hoe mooi ze was, en hoe dromerig en verlangend. Als je latere foto's van haar ziet, inmiddels hoog opgeklommmen in de partij, is ze niet alleen ouder en zwaarder maar de glans is weg, het verlangen verdwenen: haar trekken zijn grover, harder, haar gestalte van beton, het haar lelijk gekortwiekt: ze lijkt een ander geworden, of een harde uitvergroting van wie ze vroeger was.

Hoe is dat zo gekomen? Wat is er met haar gebeurd? De film verhaalt hoe ze als ongeschoold naaistertje uit het Amsterdamse Betondorp een vooraanstaand partijlid werd dat de wereld rondreisde voor geheime internationale missies. Wat haar aantrok in de beweging wordt duidelijk en is goed invoelbaar: een wereld die voor haar openging, een sterk idealisme: de hoop op een betere en rechtvaardigere samenleving. Maar het daarop volgende verhardingsproces, waarin trouw aan de partij boven alles gaat, het persoonlijke niet meer telt en opoffering aan de Zaak het leven beheerst is - hoewel vaker beschreven - veel moeilijker te begrijpen. Ik blijf het tenminste onbegrijpelijk vinden hoe mensen die goed bevriend waren, veel samen hebben meegemaakt tot aan het kamp toe, elkaar jaren later gaan negeren en royeren omdat ze niet meer geheel in de pas van de partij lopen. Voor de communistische Nederlandse Vrouwenbeweging (de NVB) waar Annie Averink enkele jaren de leiding had is dit mooi beschreven door Jolande Withuis in haar proefschrift Opoffering en heroïek (1990). Al is dat vooral een groepsportret of een beschrijving van de gedeelde mentale codes van deze communistische vrouwen, het was voor mij ook een eerste kennismaking met de hoofdfiguur uit Kameraden. Wat zowel in boek als film duidelijk wordt is wat het met iemand doet om deel uit te maken van deze beweging en daarin belangrijk te willen worden. En het is dramatisch wat mensen elkaar daarbij aandoen. En zichzelf. Hetzelfde proces, maar dan vele slagen harder, is beschreven in Jung Changs Wilde Zwanen. Ook daar de hoop en het idealisme, de trouw aan de partij, de opoffering, de verharding in emoties en omgangsvormen, en de vergrauwing van het leven en het uiterlijk. In beide gevallen komt aan het eind van hun leven de onvermijdelijke vraag of het al die offers wel waard was; een vreselijk besef, want het is dan bijna te laat. Dertig jaar familieleven valt nauwelijks in te halen.

    • Christien Brinkgreve