Brits-Chinese botsing dreigt na falen Hongkong-overleg

PEKING, 29 NOV. “Hou op ons te vervelen, alsjeblieft” was de titel van een hoofdartikel in de Ming Pao naar aanleiding van het wederom uitblijven van een akkoord na de zeventiende ronde van Chinees-Britse onderhandelingen over de politieke structuur van Hongkong na 1997. Enige ronden werden nuttig genoemd, andere constructief en enige weken geleden drukten Britse diplomaten zelfs enig optimisme - tien tot twintig procent - uit dat er een compromis zou komen. Steeds werd de datum voor een nieuwe ronde afgesproken. Maar ditmaal is dat niet eens gebeurd.

De Britse hoofdonderhandelaar, ambassadeur Sir Robert MacLaren, is al geruime tijd ziek en zijn waarnemer, Christopher Hum, is naar Londen gereisd, waar het voltallige Britse kabinet zich over de situatie zal beraden. Wellicht zal premier John Major nu zijn persoonlijke vriend, gouverneur Chris Patten, het groene licht geven om unilaterale actie te ondernemen en het wetsontwerp voor de wijziging van de politieke structuur en de verruiming van het kiesrecht in de Wetgevende Raad, het semi-democratische koloniale parlement, te brengen. Dat zal dan een escalatie van de Chinees-Britse confrontatie inluiden die misschien voor de soevereiniteitsoverdracht in 1997 niet meer tot bedaren komt en in het ergste geval tot een vervroegde Chinese overname zou kunnen leiden.

Voor Groot-Brittannië staat de nationale eer op het spel, voor China de soepele absorptie van zes miljoen nieuwe onderdanen, die in een ultra-moderne rechtsstaat met alle Westerse vrijheden, behalve een gekozen regering, leven en een inkomen per hoofd hebben dat 30 tot 40 maal dat van de gemiddelde vastelands-Chinees is. De geloofwaardigheid van de Britse regering en vooral van Patten staat op het spel.

Patten kreeg na zijn robuuste houding tegenover China gedurende de eerste maanden van zijn gouverneurschap in een deel van de Hongkong-media de bijnaam 'Chinese Patten', naar het voorbeeld van generaal 'Chinese Gordon', die 130 jaar geleden wegens zijn vermetele vechtlust in China een Britse nationale held werd. De afgelopen maanden zijn steeds meer kranten hem 'Deadline Patten' gaan noemen, want hij heeft al een hele reeks waarschuwingen en ultimata aan het adres van China gericht dat hij, als het geen akkoord met hem sluit, tot unilaterale actie zal overgaan. Pattens steun in Hongkong is moeilijk te meten. Als burgemeester van een wereldstad is hij indrukwekkend, maar als manager van de relaties met China heeft hij volledig gefaald. Het dominante zakenleven vindt hem een ramp wegens de onrust die China's tegen hem gerichte dreigementen telkens veroorzaken. Het meest ironische is echter dat hij de steun van de liberale, democratische activisten, die aanvankelijk zijn meest enthousiaste supporters waren, grotendeels verloren heeft. Hij heeft immers zo vaak zijn tanden aan China getoond maar nog geen enkele keer gebeten. Als hij nu weer niet bijt, zal China hem verder weghonen als een 'papieren tijger'.

Voor China staat er veel meer op het spel dan prestige. Het wil continuïteit in Hongkong en de hele juridisch/constitutionele structuur, het Chinees-Britse Verdrag van 1984 en de Basic Law van 1990, hadden daarin voorzien. Door het (tijdelijke) trauma en de brain-drain die het brute leger-optreden begin juni 1989 in Peking onder de bevolking van Hongkong veroorzaakt had, kwamen de Britten onder druk om meer aan het installeren van democratische instituties in Hongkong te doen. Voor China was dit anathema. Het verdrag van 1984 voorziet in handhaving van de status quo en die was in dat jaar nog een volledig benoemd parlement. Pas in 1991 zijn er na langdurige Brits-Chinese consultaties voor het eerst directe verkiezingen voor 18 van de 60 zetels geweest en in 1995 zouden dat er 20 worden. Patten heeft dat met vindingrijk manoeuvreren willen verhogen naar 39 maar is daarbij op een Chinese obstructiecampagne gestoten. De Chinezen zijn van mening dat wat voor concessies zij ook doen, in het hybride kiesstelsel van deels direct, deels getrapt, deels algemeen, deels functioneel kiesrecht, er te veel ongewenste elementen in het parlement zullen komen. Aangezien Patten ook nog met de 150 jaar oude traditie van dominatie door de uitvoerende macht (de gouverneur) wil breken en het zwaartepunt naar de wetgevende macht/raad wil verplaatsen, is China's vrees levensgroot dat het in 1997 opgezadeld zit met een pro-Brits/kosmopolitisch parlement in Hongkong.

Pattens strijd is niet te winnen. Hongkong zal na 1997 beslist niet minder kapitalistisch worden, maar wel minder vrij, meer wetteloos. Lee Kuan Yew, de succesvolle potentaat van Singapore, zei zaterdag in Hongkong dat de Britse strijd verloren was toen president Clinton in mei besloot China's status als meest begunstigde natie (MFN) te verlengen. De recente Chinees-Amerikaanse top in Seattle heeft nog sterker onderstreept dat Chinese miljardenorders voor Boeing, AT&T, IBM hem meer waard zijn dan mensenrechten en strijd voor democratie in China/Hongkong. Zonder Amerikaanse steun maakt een Britse confrontatie met China geen enkele kans.

Dat wil niet zeggen dat China geen akkoord wenst, want als er helemaal geen Chinees-Britse samenwerking meer komt, zal China's gezagsaanvaarding over Hongkong moeten beginnen met de afbraak van het geërfde apparaat. Of de Chinezen daar zoveel moeite mee hebben dat ze alsnog aan tafel gaan zitten en concessies doen, dat is de vraag voor de komende maanden.