A.H. VAN LUYN; Meer bestuurder dan schriftgeleerde

Het telefoontje, vorig weekeinde, bracht hem danig van slag. Zijn nachtrust werd grondig bedorven. Het duurde tot vorige week donderdag voordat pater A.H. van Luyn de nuntius liet weten dat hij bereid was de nieuwe bisschop van Rotterdam te worden.

Aan zijn 'ja-woord' waren dagen van kritisch zelfonderzoek voorafgegaan. “Ik had slapeloze nachten. Je vraagt je af: kan ik het? Wat zijn mijn sterke kanten, waar schiet ik tekort?” Zijn Godsvertrouwen, de psalmregel 'Hij zal uw weg voltooien' en de noodzaak dat er een nieuwe bisschop in Rotterdam moest komen gaven de doorslag, zei Van Luyn zaterdagmiddag in het statige bisschopshuis in Rotterdam.

Hij is van Groningse komaf. Zijn ouders woonden eerst in Amsterdam, verhuisden naar Groningen waar Van Luyn in 1935 werd geboren en vervolgens naar het Friese Sint Nicholaasga. “We waren met tien kinderen. De oudste was een jongen, toen kwam een meisje, toen weer vijf jongens en daarna nog drie dochters. Het was een goed, degelijk, praktizerend rooms-katholiek gezin,” zegt zijn oudere broer, pater K. van Luyn.

Zijn vader was schoolhoofd, lid van de Oranjevereniging en samen met zijn moeder actief in de parochie. Beiden oefenden bijvoorbeeld het beheer uit over de bibliotheek. “Ze keurden alle boeken die erin kwamen. Ze beslisten ook welke er niet in mochten”, herinnert K. van Luyn zich.

Vier ooms, broers van hun moeder, waren priester. Drie tantes, zussen van hun vader, waren nonnen. “Ik wist vanaf mijn vierde jaar dat ik ook priester wilde worden. Bij Ad was dat geloof ik later.”

In 1943 kwamen in Sint Nicolaasga nieuwe mensen wonen. Zij bleken lid te zijn van de congregatie van de Salesianen van Don Bosco en waren door de SS uit hun onderkomen in Leusden gezet. Ze vonden onderdak in het parochiehuis in Sint Nicolaasga. Vader Van Luyn wees de congregatieleden de weg naar de bakker, de kapper en de kerk. Ze kwamen bij het gezin thuis en de jongens werden gegrepen door hun werk onder jongeren. “We zouden het nu open jeugdwerk noemen”, zegt K. van Luyn. De congregatie werd in 1859 gesticht door H. Johannes Bosco. Diens volgelingen leggen zich vooral toe op het apostolaat onder de jeugd. In Nederland telt de orde op dit moment 84 leden.

De zes jongens gingen allemaal naar het klein seminarie in Uchelen. “Ad kon goed leren maar hij was toch meer de man van de praktijk dan van de theorie. Hij sportte veel, deed aan toneel, hij legde makkelijk contact. Dat laatste is nog steeds zo. Je kunt ook erg met hem lachen, hij is heel humoristisch maar wel in kleine kring”.

In 1954 trad Van Luyn toe tot de congregatie van de Salesianen van Don Bosco. Zijn twee oudere broers zijn eveneens lid van deze congregatie. Van Luyn studeerde theologie in Turijn en Nijmegen en werd in 1964 in 's-Heerenberg tot priester gewijd. Een blik op zijn curriculum vitae leert al snel dat hij meer bestuurder is dan theologisch schriftgeleerde, zoals Van Luyn zaterdagmiddag zelf ook zei. Secretaris van de overste van de congregatie, overste van het Theologicum van de congregatie in Nijmegen, vice-provinciaal en provinciaal overste van de Nederlandse tak van de congregatie en sinds februari 1991 secretaris-generaal van de Nederlandse Bisschoppenconferentie.

Zijn oudere broer kan zich niet herinneren of de voorliefde voor besturen zich al vroeg openbaarde. “Hij was wel iemand die als er ruzie was naar punten van overeenkomst zocht in plaats van nadruk te leggen op het geschil. Zelf heb ik nooit ruzie met hem gehad. Wel met mijn tweelingbroer maar dat schijnt zo te horen. Ik heb hem ook nooit driftig gezien. Wel kwaad. Hij kan absoluut niet tegen gekonkel. Als hij merkt dat hij wordt gemanipuleerd kan hij zeer boos worden”.

In het circuit viel zijn naam weleens als mogelijke kandidaat voor het bisschopsambt, weet de oudere broer. Onderling spraken ze er nooit over. “Hij heeft mij ook niet gebeld om te vragen wat hij moest doen na het telefoontje van de nuntius. Ik denk dat hij niemand van ons om advies heeft gevraagd”.

Pas zaterdagochtend om negen uur belde de nieuwe bisschop van Rotterdam zijn broer om te vertellen dat 'het' erdoor was. Die zocht vervolgens contact met zijn tweelingbroer. “Ik was op weg naar een bijeenkomst in de Beurs van Berlage in Amsterdam. Toen ik daar aankwam kreeg ik een briefje waarop stond dat Ad tot bisschop was benoemd. Mijn eerste gedachte was: ik wou dat het hem bespaard was gebleven. 't Is een zwaar ambt”.

    • Anneke Visser