Ada Kok (links) en Erica Terpstra waren in de ...

Ada Kok (links) en Erica Terpstra waren in de jaren zestig internationale topzwemsters. Het was de tijd dat lol en prestatie nog samen gingen. De tijd ook dat het Nederlandse zwemmen internatonaal veel voorstelde. Vooral bij de dames. De laatste jaren vallen de zwemprestaties bar tegen. Voor het WK sprint in Palma de Mallorca, dat 2 december aanvangt, zijn de verwachtingen niet hoog gespannen.

In de tijd van Kok en Terpstra werden er nog geen wereldkampioenschappen gehouden. Ada Kok, dochter van een Amsterdamse melkboer, vergaarde haar grootste roem bij de Olympische Spelen van Mexico in 1968. Daar won de 21-jarige zwemster de gouden medaille op de 200 meter vlinderslag, haar specialiteit. Vier jaar eerder, in Tokio, stelde Kok enigszins teleur met een zilveren plak op de 100 meter vlinder. In de tussentijd verbeterde zij diverse keren de wereldrecords op de 100 en 200 meter.

Ada Kok werd in die tijd getraind door Wil Bunschoten, de peetmoeder van de Nederlandse zwemsport. Zelf heeft Kok nooit een actieve trainersrol binnen de zwembond nagestreefd. Ze kreeg moeilijkheden met de KNZB, toen die haar verbood naar het politiek omstreden Zuid-Afrika af te reizen. Kok was dit jaar nog actief als chef de mission bij de Jeugdspelen in Valkenswaard, waar zij een en al optimisme uitstraalde. De nu 46-jarige moeder van twee kinderen kampte in de beginjaren tachtig met een bloedziekte. Die heeft zij goeddeels overwonnen.

Erica Terpstra won evenals Kok een gouden plak op het Europees kampioenschap in Leipzig. Het huidige VVD-kamerlid deed dat op de 4 maal 100 meter vrije slag. Terpstra combineerde het zwemmen met de studie Sinologie. Zij baarde in 1963 veel opzien door een krachttrainig te weigeren, onder het motto: 'Ik wil later ook nog in m'n trouwjurk kunnen.'