Zondvloed na een lange droogte; Athene kan de strijd tegen de elementen niet meer aan

ATHENE, 27 NOV. De Griekse hoofdstad, die met de omliggende gemeenten veertig procent van de landelijke bevolking herbergt, verliest de strijd tegen de elementen. Dat is de indruk die blijft hangen van de afgelopen zomer en de bijna afgelopen herfst. De weergoden kunnen het Athene niet meer naar de zin maken.

De combinatie van zon, vochtigheid en windstilte veroorzaakt de nefos, de gifwolk met een teveel aan ozon en stikstofdioxyde, dat weten we nu al vele jaren. Regen of wind, liefst noordenwind, ruimt die gewoonlijk na een dag of wat weer op. Maar ook met de regen gaat het niet goed. Sinds enkele jaren wordt het land door droogte bedreigd. Deze zomer bleven de regens, die gewoonlijk na 15 augustus komen, geheel uit. November brak aan, en nog was er niets gevallen, sinds 5 juni al.

Naast nefos-vergiftiging werd nu verdorsting een veel nijpender vooruitzicht. Bij het reservoir van de Morno, niet ver van Delphi, sinds de jaren zeventig Athenes voornaamste bron, kwamen de huizen en de kerk van het ondergelopen dorp Kallio weer spookachtig boven de waterspiegel. Voor de pas aangetreden regering-Papandreou leek dit probleem de eerste prioriteit te worden. Bisschoppen gingen voor in gebeden om regen, en weten het mislukken ervan aan het gebrek aan berouw en inkeer onder het volk.

Toen bleek dat ook de stroomvoorziening in gevaar kwam. Op de hoogspanningskabel had zich een laag stof en as (van de vele bosbranden, een andere ramp) gevormd, die door de aanhoudende droogte bleef liggen. Kortsluitingen veroorzaakten vooralsnog lokale storingen, maar experts noemden het gevaar van een landelijke black-out acuut. Reeds veroorzaakte het uitvallen van de verkeerslichten totale chaos in Athenes straten.

“Alleen regen kan ons redden. Geen motregen, maar een stortbui”, meldde een Atheens dagblad. De motregen kwam, half november, en de storingen werden inderdaad erger. De stortbui kwam het afgelopen weekeinde en Athene liep onder.

Een zondvloed kon men het op zichzelf niet noemen, maar wel viel er in twee dagen meer dan het hele novembergemiddelde. Gewone regen veroorzaakt in de hoofdstad al behoorlijke onwrichting, doordat er geen afvoer is. Ditmaal werd het, wat de krant noemde, “een bijbelse catastrofe”, vooral voor de oostelijke voorsteden die tussen de berg Ymettos (bijgenaamd 'de Gek') en de zee liggen.

Het was nog een wonder dat er geen slachtoffers vielen, zoals in 1977 in Piraeus en in 1979 in het noordwesten van Athene. Door een totaal gebrek aan controle wordt er steeds meer gebouwd in de tientallen beddingen die van de - boomloos geworden - bergen naar beneden lopen, niet alleen huizen, maar hele winkelcomplexen en zelfs scholen. Bij regen komen er meteen bandjirs die alles wat op hun weg komt met modder bedekken. Asfalt en cement kunnen het water niet absorberen. Niet alleen kelders lopen onder, maar ook benedenetages. Duizenden werden deze maand dakloos en de schade - ook aan meegesleurde auto's - loopt in de vele miljarden (drachmes).

“Het was een wraakneming van de natuur”, zei premier Andreas Papandreou daags erop, “het was een ramp die voorspelbaar was.” Dat moge waar zijn, maar voorspeld heeft niemand haar, bij al het voorafgaand geroep om een stortbui. Ook de kranten, die met een golf van beschuldigingen komen over het totale falen van de instellingen, kan men verwijten dat ze niet met waarschuwingen vooraf zijn gekomen.

Hoofdmotief in de pers blijft dat “de staat het heeft laten afweten”. De instellingen functioneerden niet, alles berust in dit land op improvisatie, zonder controle, zonder gerichtheid op de toekomst. Dat geldt voor de jaren vóór de ramp, maar ook de opvang na de ramp blijft een burenkwestie - met de nevenklacht dat deze solidariteit sterk aan het afnemen is bij de toename van het aantal flatgebouwen. De autoriteiten lieten het over de hele linie afweten, mede doordat het zondag was. Een provincieprefect bleef zoek, een lichaam dat zich “Coördinerend Interministerieel Orgaan” noemt, functioneerde niet, ministers geven elkaar de schuld.

“Politici hier twisten over de vraag: meer of minder Staat”, schreef het ochtendblad Kathimerini, “maar wat wij nodig hebben is gewoon een andere Staat.”