'Voetballers blijven koopwaar, hoe vernederend ook'; Macht in sport van Europa nog altijd ongelijk verdeeld

BRUSSEL, 27 NOV. “Voor sport vindt men altijd een excuus”, weet prins Alexandre de Mérode, voorzitter van de medische commissie van het Internationaal Olympisch Comité. “Van sportactiviteiten wordt verondersteld dat zij zich altijd afspelen op een lager waardeniveau. Verantwoordelijkheden worden uit de weg gegaan. En de politiek besteedt er te weinig aandacht aan.”

Moraliserende woorden van de prins als afsluiting van een hoorzitting in Brussel waarin Jessica Larive (VVD), rapporteur van het Europees parlement en lid van de commissie cultuur, jeugd, onderwijs en media, probeerde de interesse onder Europarlementariërs aan te wakkeren voor een gestructureerd, Europees sportbeleid. In het verdrag van Maastricht is wel een hoofdstuk over cultuur opgenomen, maar niets over sport. Voor sportieve projekten is slechts 2 miljoen ecu opgenomen, ongeveer vijf miljoen gulden.

Dat sport meer waarde heeft dan chauvinistische wordt in de politiek nog steeds onderschat. Tijdens de hoorzitting waren ter illustratie slechts twaalf van de 32 parlementsleden aanwezig. Om sociale, economische, medische en juridische motieven is sport een uiterst belangrijke rol gaan spelen in de samenleving. Sport is gewoon een onderdeel van de maatschappij en dient te leven volgens normale wetten die de Europese landen met elkaar proberen af te spreken, benadrukt Larive. Maar sportorganisaties willen hun eigen wetten.

“De sportwereld heeft nog niet begrepen dat ze tot de rechtelijke staat behoort”, zei De Mérode. “De sport en sportmensen hebben niet alleen rechten. Ook plichten. Niet alleen uitstraling, maar ook verplichting.”

Zijn betoog gold de doping-bestrijding. Misschien is er een sociale omwenteling, misschien hebben de media een rol gespeeld. Maar er is tenminste een bewustwordingsproces op gang gekomen”, constateerde De Mérode. “De een is tegen doping, de ander wil het vrij laten. Die discussie is van belang geweest. Maar de mensen die liberalisering voorstaan moeten zich eens realiseren dat we aan de vooravond van een evolutie staan. Genetische manipulatie is niet ver meer. Vragen over ethische achtergronden, verleiding, milieu, het sociale statuut van sporters, vragen over de schrikbarende toename van wedstrijden die uit commerciële motieven belangrijk gemaakt worden. Daar ligt een verantwoordelijke taak voor de sportinstanties en de politiek.”

Larive stelt dat bestrijding van doping bij de politiek dient te liggen. Zij wil dopinggevallen door de rechter laten beoordelen. Niet meer door de strafcommissies van de nationale en internationale bonden of het IOC. “Nu loopt een betrapte sporter onmiddellijk naar de burgerrechter.” De dopingcontrole is de verantwoordelijkheid van de sportbonden. Voeren zij die niet uit dan dienen de subsidies te worden ingetrokken of moet hun verbonden worden wedstrijden te organiseren.

Manfred Donike, prominent dopingbestrijder uit Duitsland, hield daarentegen een pleidooi voor de bestaande situatie. Mede omdat zijns insziens doping door de strengere controles en de zwaardere straffen al sterk is teruggedrongen. “De manier waarop nu doping wordt bestreden en bestraft, heeft een afschrikkende werking. Daarmee is veel succes geboekt. Ook de media kunnen daarin behulpzaam zijn.”

Harmonisatie en standaardisering in het kader van een verenigd Europa is een goed streven, meende Donike. “Maar er moet wel speelruimte zijn voor de verschillen in sportonderdelen.” Hij stelde voor geld in de Europese begroting vrij te maken voor één onafhankelijk dopinglaboratorium en een referentielaboratorium waarin onderzoek wordt gedaan naar bijvoorbeeld bijwerking van stoffen en maskeringsmiddelen.

Sportorganisaties zijn gebaat bij zelfbescherming. Eigen regels, eigen wetten. De grenzen van een verenigd Europa blijven voor bijvoorbeeld de internationale voetbalorganisaies bestaan. David Will, de Engelse voorzitter van de groep van experts voor Europese zaken van de Europese voetbalbond, zei: “In Europa zie je verschillen verdwijnen. In de sport, met name in voetbal, willen we verschillen handhaven. Nationaal, stedelijk. Beperking van buitenlanders is essentieel. De huidige balans is redelijk, een bescherming voor voetballers en de sport.”

Will vindt dat de regel dat een club drie buitenlanders en twee zogenoemde geassimileerde spelers mag opstellen, reëel. Het zou volgens hem fataal zijn als bijvoorbeeld AC Milan allen buitenlanders opstelt. “De volgende stap is dat ook nationale ploegen verdwijnen.” De 'buitenlandersregel' is niettemin in strijd met het vrije werknemersverkeer in Europa. Geen enkele andere bedrijfstak kent die regel.

In dat licht valt ook het omstreden transfersysteem. Het is een moderne vorm van slavernij, want binnen de landsgrenzen van de Europese Unie geldt vrij verkeer van personen en diensten. UEFA-vertegenwoordiger Will herhaalde maar weer eens het standpunt dat door het transfersysteem kapitaal van de grote clubs naar de kleinere sijpelt. “Duizenden clubs zouden zonder dat systeem failliet gaan.”

“Dus dan maar onze voetballers als koopwaar blijven zien”, antwoordde Mats Öland, voetballer en voorzitter van de Deense voetballersvakbond. “Maar het is niet anders, we zijn koopwaar, hoe vernederend het ook is. Niet voor de top, die aan het transfersysteem verdient, maar wel voor 95 procent van de profvoetballers. Een voetballer wiens contract afloopt is pas drie jaar daarna vrij. Voor die tijd mag zijn laatste werkgever geld vragen aan de volgende club. Is de speler te duur, dan mag hij niet voetballen.”

De opmerking van Will dat de kleine clubs financieel gebaat zijn bij het transfersysteem, bestreed de Deen. “De beste voetballers worden gekocht door de rijkste clubs. De kleine clubs kunnen nooit de beste voetballers kopen.”

Hij pleitte voor een universeel systeem in Europa. In veel landen is het transfersysteem al verdwenen. De huidige wijze van transfervergoeding zal na het najaar 1994 uit de wereld zijn, hield Öland de aanwezigen voor. Dan zal het Hof van Justitie in Luxemburg uitspraak doen in de zaak Jean-Marc Bosman, de Belg die eenzaam als een uit de voetbaljungle gestoten dier voor zijn recht vecht. Hij protesteerde tegen de veel te hoge transfersom die Club Luik voor hem vroeg.

Öland meent dat de clubs nu de carrière van de voetballers in handen hebben: slavernij. “Wie een grote mond heeft, wie het niet eens is met het beleid van de club wordt gestraft. Wie naar de rechter stapt is volgens de reglementen van de UEFA in overtreding.”

De macht in de sport is in verenigd Europa nog altijd ongelijk verdeeld.

    • Guus van Holland