Stakers België vrezen liberalen nog meer

CHARLEROI/TIENEN, 27 NOV. Charleroi is “een dode stad”, zegt de 36-jarige elektriciën Alain Divok, en hij heeft gelijk. 's Ochtends trok er nog een demonstratieve optocht van stakende arbeiders door de stad, maar nu ligt het centrum er vrijwel verlaten bij. De winkels houden hun deuren gesloten, de bioscoop is dicht en zelfs bij McDonald's is niemand te bekennen. Charleroi staakt, net zoals de dag tevoren in Luik, in Namen en in Bergen werd gestaakt.

Samen met een paar collega's houdt Divok de wacht in de portiersloge van de Fabrique de Fer, een groot grijs gebouw in Marchienne, een industriële voorstad van Charleroi. Naast Fabrique de Fer staan de fabrieken van Cockerill Sambre. 'Voor sociale rechtvaardigheid. Voor sociale solidariteit', staat in rode letters op een wit spandoek dat aan een hek is gehangen. Verder is het er voor de fabriekspoort even rustig als in het centrum van Charleroi.

Afgelopen woensdag staakte Divok ook al tegen het crisisplan van de regering-Dehaene. Tegen de daarin voorgestelde verlaging van de prijscompensatie, tegen de aantasting van de sociale zekerheid, tegen de besparingen op de kinderbijslag, tegen het ontbreken van waterdichte garanties van de patroons voor meer banen en tegen de onrechtvaardige verdeling van de lasten op de schouders van de arbeiders, zegt hij.

En wat meer is: gisteren legden Divok en zijn 950 collega's bij Fabrique de Fer opnieuw het werk neer tegen het crisisplan. En vandaag zullen ze dat voor de vierde achtereenvolgende dag doen.

Divok is het volstrekt eens met de leiding van de vakbonden, die zegt dat de acties die gisteren heel België verlamden, niet bedoeld zijn om de val van de rooms-rode regering van premier Dehaene te bewerkstelligen. Ook Divok vreest het liberale alternatief van Guy Verhofstadt en Jean Gol. “Dat is nog veel erger. Als arbeider ben ik natuurlijk bang voor Verhofstadt en Gol. Dat is het kapitaal hè”, legt hij uit. “Maar dat is nog geen reden om nu maar te accepteren wat de regering-Dehaene wil.”

Pag.5: 'Onzalig crisisplan van den dikken nek moet van tafel'

Zo rustig het toegaat in Marchienne, zo opgewonden zijn de stakers die de toegangswegen bewaken tot het grote industrieterrein van Tienen. In het Brabantse stadje zelf - tussen Leuven en St-Truiden - zijn de meeste winkels gewoon open. Maar vettige, zwarte rookwolken wijzen al van verre de weg naar de acties. Staken verbroedert. Bij elke toegangsweg heeft een groepje stakers van zowel de socialistische, christelijke als liberale vakbonden postgevat. Banden en houten pallets zijn in brand gestoken en op sommige plekken is de hele weg afgesloten met de duidelijke bedoeling om onwelkome passanten geen kans van slagen te geven.

Net als op vele plaatsen elders in het land kan op die manier een relatief klein groepje stakers een grote groep van vooral kleine en middelgrote bedrijven volledig plat leggen. “Een efficiënt wapen”, zal 's avonds een vakbondsleider becommentariëren op de televisie. Een man in een blauwe overall met daaroverheen een rode poncho vertelt dat er woensdag “nog wel wat problemen” waren met werkwilligen, maar dat die zich deze dag niet meer hebben voorgedaan.

En terwijl hij, met zijn gezicht en handen zwart van de roet, het vuur nog wat verder oppookt, legt een vrouwelijke staker, met een button van de christelijke vakbond ACV pontificaal op haar jas, bereidwillig nog eens de inzet van de actie uit. Het gaat er wel degelijk om om het onzalige crisiplan van “den dikken nek” volledig van tafel te krijgen. “We zijn bereid in te leveren, maar dan wel op een fatsoenlijke manier. En als dat niet lukt, dan staken we Godverdomme volgende week gewoon door.”

Toen 's avonds de balans van de nationale staking kon worden opgemaakt - de eerste echte nationale staking sinds 1936 in België - bleek dat de acties op meer plaatsen een grimmig karakter hebben gehad. Op verscheidene plekken hebben zich schermutselingen voorgedaan tussen stakers en werkwilligen of automobilisten die op wegblokkades stuitten. Het felst ging het eraan toe in het Antwerpse havengebied. Daar werden gisteren enkele dokwerkers opgepakt die poogden een straat te barricaderen met stenen. Dat leidde later in de middag tot een vechtpartij met de politie, waarbij dronken dokwerkers met stenen en ijzeren staven naar rijkswachters en omstanders gooiden.

Maar tegelijkertijd deden zowel regering als sociale partners in Brussel al weer pogingen om de stakingsgeest terug in de fles te krijgen. Premier Dehaene zei gistermiddag op een persconferentie dat hij een zeker begrip voor de acties “uit ongerustheid van de werknemers” kon opbrengen. Vandaar dat de regering komende dinsdag met de vakbonden om de tafel gaat zitten om te onderhandelen over “de uitvoering” van het crisisplan. Woensdag volgt dan een gesprek met de werkgevers. Van hen verwacht Dehaene - in ruil voor de lastenverlichting die hun in het crisisplan wordt beloofd - toezeggingen voor het scheppen van banen.

De werkgevers zelf reageerde gisteren opvallend gematigd. Natuurlijk lieten ze niet na om te wijzen op de schade als gevolg van de stakingen, daarbij fijntjes een vergelijking makend met de hoeveelheid banen die voor dat bedrag wel niet gecreëerd had kunnen worden. Maar een woordvoerder van het Verbond van Belgische Ondernemingen zei ook dat zijn organisatie hoopt dat alle partijen er alles aan zullen doen om “de dialoog weer aan de gang te krijgen”, en “de mensen weer aan het werk”.

Op diverse vakbondsbijeenkomsten ten slotte werd de toezegging van premier Dehaene dat er volgende week opnieuw zal worden gepraat, uitgelegd als een bewijs dat de stakingsacties succes hebben gehad, en dat de regering kennelijk heeft leren luisteren. De grote vraag is nu, met welk wisselgeld premier Dehaene de bonden over de streep wil trekken - hij zei gisteren dat aan “de evenwichten” van het plan niet valt te sleutelen - en vooral: of de achterban bereid is de vakbondsleiding te volgen in een eventueel vergelijk met Dehaene.

Vorige week reageerde de socialistische vakbond ABVV aanvankelijk positief op het crisisplan. Maar gedwongen door de eigen achterban, en door de afwijzende houding van de zusterorganisatie ACV, moest de leiding van het ABVV wel een ommezwaai maken en een grote stap voorwaarts doen door een nationale staking met een historisch karakter af te kondigen.

Wellicht volgende week al wordt duidelijk of die staking achteraf ook kan worden beschouwd als een in het Belgische consensusmodel ingecalculeerde vorm van stoom af blazen, of dat er werkelijk historische vergelijkingen met een winter van onvrede getrokken moeten gaan worden. Tot dusver is de nauw aan de Waalse vakbeweging verbonden en invloedrijke Parti Socialiste gewoon achter het crisisplan van Dehaene blijven staan, waaraan haar ministers zelf hebben meegewerkt.

“Dat klopt”, zei onderhoudsmonteur Divok gisteren aan de fabriekspoort van Fabrique de Fer. “Maar de verantwoordelijkheid van een politieke partij is een andere dan van een vakbond”. En voegde hij er aan toe: “Ik weet niet of ik de volgende keer nog wel op de PS zal stemmen, als ze hiermee doorgaan. Mischien stem ik wel op een andere, kleinere partij. Maar niet op extreem rechts hoor”.

    • Wim Brummelman