Probaat middel tegen eenkennigheid

Wie om zich heen kijkt kan met eigen ogen constateren dat de kinderwagen praktisch geheel uit het straatbeeld is verdwenen. De moderne moeder draagt haar kind in een soort gemodificeerde trappelzak op de buik. Althans in de winter, want 's zomers lopen jonge vaders graag half ontbloot met hun kroost op de borst te pronken in het park. Dat deze verandering in het zuigelingentransport mogelijk gevolgen heeft voor de balletcultuur in ons land leerde ik uit een folder, die de fotograaf voor me had meegenomen uit de peuterspeelzaal van zijn dochtertje: “Babykangoeroedans, een rustige vloeiende ritmische dans met de baby in de kangoeroezak of draagdoek. Vanuit deze veilige basis kan het kind de wereld gaan ontdekken. Dansen met de baby is een oeroude lichaamstaal tussen moeder en baby. Het verdiept de onderlinge band. De moederrol veroorzaakt intense gevoelens, die om expressie vragen. De babykangoeroedans geeft ongekende rust en kracht waardoor haar energie beter zal gaan stromen. De baby plukt hiervan de vruchten; babykangoeroedans is een ode aan het leven.”

Georgette Spuijman (30), gediplomeerd dansdocente, heeft de cursus opgezet. Ze ontwikkelde de babykangoeroedans na de geboorte van haar dochter Jade en liet zich inspireren door Indiase Dans & Yoga, Aikido en Sjamanisme. Hoofdmoot van de cursus vormen 'praktische oefeningen om efficiënt te leren dragen, tillen, staan en bewegen met de baby'. Live-begeleiding door zang, percussie of muziek uit alle windstreken.

Dansen met de baby, tel.: 020-6757974.

Het leek me wel wat. Maar hoe denken de deelnemende moeders erover; stoort dat niet: mannen bij de les? Georgette weet me gerust te stellen: “Ik weet wel zeker dat ze het leuk vinden. Er komt volgende maand ook een stukje over ons in de Onkruid, ken je dat blad?”. En zo zat ik afgelopen dinsdagochtend met mijn blocnote op een meditatiekussentje in de tuinkamer van De Roos, centrum voor Natuurlijke Geneeswijzen en Persoonlijke Groei, in de Amsterdamse Vondelstraat. In het midden van de kring vier baby's, in leeftijd variërend van zes weken tot een half jaar.

“We beginnen altijd met een voetmassage voor de moeders, een beetje de tenen losmaken. En ondertussen wisselen we de gebeurtenissen van de afgelopen week uit. Dat relativeert het allemaal een beetje”, legt Georgette Spuijman uit tussen de massage-instructies door. Bij het 'ronddraaien van de grote teen' blijkt het gat in mijn linkersok een onverwachte meevaller in vermomming. Een goede voetmassage is belangrijk. Want op de voetzool blijken alle orgaanfuncties 'als op een landkaart' aangegeven. “Je maakt eigenlijk het hele lichaam al lekker los, en dat danst weer prettiger.”

De bij deze les aanwezige moeders hebben allemaal een dansachtergrond. Dit geeft Georgette de gelegenheid om tijdens de dansles af en toe een vraag te beantwoorden, zonder dat ik mij direct een spelbreker voel: “Kinderen leren veel vanuit beweging. Lichaamstaal is iets wat ze begrijpen. Het is een oerinstinct. Een moeder maakt altijd vanzelf wiegende bewegingen als er getroost moet worden. Door zo te dansen leer je hun een gevoel krijgen van de abstracte wereld om hen heen en de aanraking is op zich ook heel belangrijk. Dat is ook bewezen, dat mensen die in hun vroege jeugd niet genoeg aangeraakt zijn, later psychische of neurologische problemen kunnen krijgen. Jongens, wie heeft er zin om de percussie te doen?”

Tussen de dansen door worden er tamboerijns, bongo's en rammelaars uitgewisseld. Soms komt de muziek uit een cassetterecorder, maar vaker zingt Georgette zelf. Wonderlijke, ijle melodieën vullen de ruimte, terwijl op de dansvloer ingewikkelde bewegingspatronen ontstaan. Het meest fascinerend zijn de volstrekt uitdrukkingsloze gezichtjes die vanuit de op en neer hobbelende kangoeroezakken het leslokaal inkijken.

Vinden de baby's dit nu wel zo leuk? De moeders moeten erg lachen om wat kennelijk een typische mannenvraag is: “Je weet dat ze het leuk vinden omdat ze stil zijn. De baby's vallen ook vaak in slaap tijdens het dansen, en dan worden ze soms uren later pas weer wakker.”

Dit wordt bevestigd door Angela, die even uit de les is gestapt om haar zes weken oude baby de borst te geven: “Een baby laat het meteen merken als er iets niet goed is, zoals nu, als ie dorst heeft.”

“De voeten zo dicht mogelijk naar het centrum, anders houd je het niet vol, deze slingerdans”, hoor ik Georgette zeggen. Inderdaad, de les is al ruim een half uur aan de gang, dat moet toch behoorlijk vermoeiend wezen. Ik heb mijn vraag in die richting nog niet uitgesproken, of er hangt al een kleurige doek met acht kilo Manoe (zes maanden) om mijn nek: “Probeer het zelf maar eens!”

Dit is een dans voor de participerende journalistiek, denk ik en ik zet mijn beste beentje voor. Bij armbewegingen merk ik dat de babybeentjes flink in de weg hangen. Het babykangoeroedansen blijkt wel een probaat middel tegen de eenkennigheid, want Manoe geeft geen krimp op de voor hem toch volstrekt vreemde mannebuik. Als ik hem tijdens een 'improvisatie' even in zijn oortje knijp word ik zelfs bemoedigend door het kereltje toegelachen. Na een kwartiertje begin ik de warme last toch enigszins in de schouders te voelen.

“Dat komt omdat je het niet gewend bent”, legt Georgette me later in de koffieruimte uit. “In de eerste lessen wordt daar ook op geoefend, houdingcorrectie is het belangrijkste onderdeel. Ik zeg vaak dat je bij het dansen net moet doen alsof je een vaas op je hoofd draagt die er niet af mag vallen. Dansen is in onze calvinistische cultuur niet erg ingeburgerd. We zijn er te stijf voor. Kijk maar eens op straat naar die buitenlandse kinderen, die bewegen van nature veel gemakkelijker. Je kunt het voor beginnende moeders ook niet al te ingewikkeld maken. Voor het draaien van pirouettes met een baby moet je enige training hebben.”

Naast uitheemse en moderne dansprincipes heeft Georgette ook goed naar Afrikaanse vrouwen gekeken die hun kind de hele dag bij zich dragen, “ook bij het rijststampen”.

“De kans dat wij binnenkort bij het Nationale Ballet kunnen genieten van een Zwanenmeer, waarin Wim Broeckx en Jane Lord de hoofdrollen dansen met een baby op de borst is overigens klein: klassieke dans geeft altijd de illusie dat de zwaartekracht niet bestaat. Moderne dans gaat daar sinds Martha Graham juist van uit. Niet het zweven is het belangrijkst, maar het contact met de vloer. Tai Chi is ook heel goed samen met een baby te doen. Maar wat je ook doet, het plezier van moeder en kind moet bij alles op de eerste plaats komen.”

Draagzakken of 'buikdragers' zijn in de winkel te koop voor prijzen van 50 tot 150 gulden. Een draagdoek of 'slendang' is met enige handigheid gemakkelijk zelf te knopen uit elke stevige lap stof.

Overigens opent half december in het Tropenmuseum de tentoonstelling Lieve Lasten, die het dragen van baby's in breder mondiaal verband belicht.

    • Arthur Belmon