PKK uit dreigement tegen Duitsland

BONN/PARIJS, 27 NOV. De separatistische (Turks-)Koerdische Arbeiderspartij (PKK) heeft gisteren dreigementen tegen Duitsland geuit na het besluit van de Duitse regering de PKK en 34 geassocieerde Koerdische organisaties te verbieden.

“Duitsland en de Duitse belangen zullen de woede van het Koerdische volk aantrekken”, aldus een communiqué dat gisteren in Parijs door het Koerdistan-Comité werd verspreid en was getekend door het Nationaal Bevrijdingsfront van Koerdistan (ERNK), de politieke tak van de PKK. “De Duitse regering is de medeplichtige van de woeste praktijken van de Turkse regering in Koerdistan en heeft zich met deze houding, door stelling te nemen tegen ons volk, naast de Turkse staat gesteld.”

De Duitse stap, die vergezeld ging van een reeks invallen in Koerdische verenigingen, woningen en zaken, kwam drie weken na een reeks aan de PKK toegeschreven aanslagen op Turkse doelen in een groot aantal Duitse steden en in andere Europese landen. De Franse autoriteiten hebben in reactie daarop en op afpersingspraktijken door de PKK huiszoekingen gedaan bij Koerden en een aantal van hen opgepakt. Parijs is evenwel niet van plan het Duitse voorbeeld te volgen, evenmin als Denemarken. De Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) is alert op verhoogde activiteit van de PKK in Nederland na de Duitse maatregel, aldus een woordvoerder. “Er wordt altijd al zeer scherp op de PKK gelet, maar de ontwikkelingen in Duitsland zullen nu zeker onderdeel van die oplettendheid zijn”, aldus de woordvoerder. De aandacht van de BVD ging tot dusverre vooral uit naar de afpersingspraktijken van de PKK onder Turken in Nederland. In 1992 was Nederland door de politieke organisatie aangeslagen voor 4,5 miljoen gulden, meldde de BVD in haar verslag over dat jaar. Dat betekende dat de Turks-Koerdische gemeenschap gedwongen werd dat bedrag aan de PKK af te dragen.

Uit angst voor represailles kreeg de politie nauwelijks informatie over de afpersingspraktijken. In oktober 1991 doorbraken Turken echter het stilzwijgen en werden twee aangiften gedaan. Van aanslagen op Turkse instellingen zoals die op 4 november in Wiesbaden, Frankfurt, Keulen, Berlijn en Düsseldorf plaats hadden, is in Nederland geen sprake geweest. (Reuter, AFP, ANP)