Oost-Europa in de Navo vergroot het isolement van de Russen

Een NAVO-lidmaatschap van de Oosteuropeanen zou kunnen leiden tot verharding van een Europese veiligheidsorde die Rusland uitsluit, waardoor het gevoel van bedreiging in Oost en West kan toenemen. De Oosteuropeanen kunnen hun veiligheidsaspiraties voorlopig beter realiseren via de 'lossere' Europese (CVSE).

Een bespreking van Ruslands rol in het nieuwe Europa zou ik willen beginnen met de kwestie van zijn relaties tot de voormalige Sovjet-republieken - thans zijn buren. We zien ons daar geconfronteerd met een gevaarlijk verschijnsel: de insolvabiliteit van de meeste van Ruslands directe buurlanden, afgezien van de drie Baltische staten en Toerkmenistan (dat over ruime energiebronnen beschikt). Het meest problematisch is Ruslands relatie met de Oekraïne. We staan onverdeeld sympathiek tegenover deze nieuwe staat, maar helaas bevindt ook de Oekraïne zich in een economische vrije val.

Voor de toekomst voorzie ik een actief militair en veiligheidsbeleid in het GOS, gebaseerd op een actieve rol voor Rusland als coördinator van de betrekkingen tussen de Gemenebestleden die dat beleid mede voor hun rekening willen nemen. Rusland heeft er geen belang bij zijn buren ongewenste oplossingen op te dringen.

Ten zuiden van het GOS heeft Rusland geen 'natuurlijke' bondgenoten. Westwaarts zien we hoe de landen van Oost- en Midden-Europa discussiëren over de vraag of vroegere Sovjet-bondgenoten uit het Warschau-Pact kunnen toetreden tot de NAVO, in de eerste plaats om zich te beveiligen tegen een impliciete 'dreiging' uit het Oosten. Op die manier raakt Rusland politiek en militair in belangrijke mate geïsoleerd. Op den duur is een blijvend isolement van Rusland ten opzichte van Europa om diverse redenen niet mogelijk. Zo is het overduidelijk dat Rusland eenvoudig niet in staat is betrekkingen te onderhouden met zijn GOS-buren zonder steun van zijn Westerse partners. Wat er op dat vlak nog aan twijfel restte bij de Russische strijdkrachten is inmiddels weggenomen. Wat Rusland wil in Europa is dat de Europese veiligheidssituatie 'zacht' blijft, dat wil zeggen toegankelijk voor Rusland wanneer het van zijn huidige ziekte is hersteld. Dat is de reden van ons huidige verzet tegen oostwaartse uitbreiding van de NAVO: we zijn gekant tegen elke ontwikkeling die leidt tot de versterking en vervolgens de verharding van een Europese veiligheidsorde die Rusland de facto uitsluit en die Russische toetreding in de afzienbare toekomst bij voorbaat afwijst.

Ik zou het Russische standpunt ten opzichte van de mogelijke uitbreiding van de NAVO als volgt willen samenvatten: Ten eerste trekt niemand in Rusland in twijfel dat Oosteuropeanen het recht hebben het lidmaatschap van de NAVO aan te vragen. Maar Rusland heeft andere belangen dan deze staten. Dus terwijl we de legitimiteit van hun verlangens onderschrijven, beseffen we tegelijkertijd dat Rusland een land met 150 miljoen inwoners is èn dat het niet in hun belang is wanneer een Europees veiligheidsapparaat wordt opgebouwd buiten Rusland om. Intussen vreest niemand in Rusland, laat ik dat duidelijk stellen, een serieuze dreiging van de NAVO. Wanneer ik mij zorgen maak, dan is dat over een Russisch isolement, ook het gevoelsmatige isolement dat op het ogenblik onder de Russische politieke elite heerst. De toetreding van Oost- en Middeneuropese landen tot de NAVO zal dat gevoel van isolement alleen maar versterken. Wij meenden dat we een stilzwijgende afspraak met het Westen hadden dat de NAVO niet ten oosten van Duitsland zou worden uitgebreid. Bijna iedereen in de Russische politieke elite nam het president Jeltsin kwalijk toen hij op 25 augustus in Warschau de deur openzette voor het NAVO-lidmaatschap van Polen en andere Oosteuropese landen.

Het baart me zorgen dat een vergroting van de NAVO niet alleen de positie van Ruslands nationaal-conservatieven zou versterken, maar ook het gevoel, bij Ruslands Westers-gezinden, in de steek te zijn gelaten. Vergroting van de NAVO zou daarvan een tastbaar bewijs vormen. Bovendien, als de NAVO de Russische grenzen zou naderen, zou dat het gevoel van dreiging in zowel Rusland als het Westen vergroten. In beide werelden hebben velen heimwee naar de tijd van de oude zekerheden. Naarmate we dichter tot elkaar komen, wordt een dreiging gemakkelijker voorstelbaar.

De Oosteuropese landen in de NAVO zullen onvermijdelijk ook het beleid van die organisatie gaan beïnvloeden. Ik heb begrijp de vaak bittere houding van Oosteuropeanen tegenover Rusland, gezien hun behandeling door Rusland in het verleden. Dat neemt niet weg dat hun toetreding de anti-Russische gevoelens binnen de NAVO zou doen toenemen. Op korte termijn zal de kwestie van de toetreding van de Baltische landen ter tafel komen, hetgeen bij velen in Rusland zeer onwelgezinde gevoelens zou wekken.

Bovendien zou de NAVO door nu de Oosteuropeanen op te nemen een krachtig afschrikmiddel dan wel stimulans van Ruslands internationale gedrag uit handen geven. De NAVO bezit thans zo'n middel tegenover Rusland in de vorm van een mogelijke toetreding van Oosteuropese landen. Als de NAVO er nu toe overgaat de Oosteuropeanen erbij te halen, krijgt ze in ruil daarvoor in feite een herleving van het Russische imperialistische gedrag.

We gunnen de Oosteuropeanen zeker de geruststelling te behoren tot een Europees veiligheidsapparaat. Maar dat ligt op het terrein van de Europese Veiligheidsconferentie CVSE als zijnde een pan-Europees verband (mét Noord-Amerika) en niet op dat van de NAVO. Als de Oosteuropeanen lid worden van de NAVO verwerven ze daarmee wel het gevoel erbij te horen, althans op de korte termijn. Maar waar het om gaat, voor West-Europa en Rusland zowel als voor Oost-Europa is niet het lidmaatschap van een organisatie op zichzelf, maar de stabiliteit van een integraal Europees veiligheidsstelsel. In dat opzicht zou de uitbreiding van de NAVO zoals men zich die in Oost- en Midden-Europa voorstelt meer problemen scheppen dan ze oplost.

Wat zijn thans de mogelijke alternatieven? Een Russisch NAVO-lidmaatschap? Dat is in praktische zin onmogelijk, al was het maar omdat de NAVO zelf zou worden verzwakt door het lidmaatschap van een mogendheid ter grootte van Rusland.

De vorming van de kern van een collectief Europees veiligheidsstelsel, uitgaande van de NAVO? Ook dat is in de praktijk uitgesloten, daar ik in West-Europa niet de voor zo'n stap benodigde politieke wil kan ontwaren.

Het sluiten van een bondgenootschap tussen Rusland en de NAVO? Dat zou een verheugend vooruitzicht zijn, maar opnieuw zie ik in West-Europa niet de politieke moed die nodig is om die weg in te slaan.

Wat overblijft is dus de ontwikkeling van een Russisch-Amerikaans strategisch samenwerkingsverband. Dat zou Russische betrokkenheid bij onder meer Europese veiligheidszaken met zich meebrengen, maar zeker geen volwaardige medezeggenschap. In het gunstigste geval is de CVSE te gebruiken als de paraplu waaronder een Europees veiligheidsstelsel vorm kan krijgen. Want wat Rusland ook doet, in de Oekraïne of elders in het GOS, het zal altijd van invloed zijn op de aard van onze betrekkingen met West-Europa.

Ook over andere denkbeelden valt te praten, maar het beste resultaat voor Rusland is wanneer het, als tussenoplossing, onder een CVSE-paraplu zou worden gebracht voor vredesoperaties nu en in de toekomst. We zijn dan in een betere uitgangspositie in afwachting van de dag waarop een nieuwe generatie politici in Europa aan de macht komt en zich een bevredigender oplossing aandient.

© RIA Novosti

    • Sergej Karaganov