LUBBERS

De geheimen van het Torentje. Praktische gids voor het premierschap door Arendo Joustra en Erik van Venetië 286 blz., Prometheus, ƒ 34,90 ISBN 90 5333 198 0

De journalisten Joustra en Van Venetië hebben iets met minister-president Lubbers. In 1989 portretteerden zij hem aan de hand van een reeks interviews. Na dat boek stelden beiden een bundel samen met een aantal van Lubbers' toespraken en door hem geschreven artikelen. Ze hebben er een trilogie van gemaakt met het deze week verschenen boek De geheimen van het torentje dat als ondertitel heeft: praktische gids voor het premierschap. Geen boek over Lubbers, schrijven de auteurs in hun inleiding 'maar over het premierschap zoals hij dat heeft vormgegeven'. Dus toch over Lubbers? Want als er één conclusie uit het boek is te trekken, dan is het wel dat het vooral de persoon is die het premierschap inhoud geeft. Weinig staat vast, veel van de inhoud van het ambt wordt bepaald door ongeschreven regels en gebruiken. De stijl van de leider is ook hier doorslaggevend.

Het boek beschrijft het leiderschap van Lubbers, en alle factoren die daarop van invloed zijn: het ambtelijk apparaat van het ministerie van algemene zaken, de vice-premier, coalitiefracties, de eigen partij, de belangengroepen, de media, de collega's in de Europese raad. Enige ordening in dit permanente beïnvloedingsproces bestaat niet, hoewel Joustra en Van Venetië dat wel suggereren met hun hoofdstukindeling. Aan de hand van een week Lubbers noteren zij zijn werkzaamheden. Het begint met de zondagavond wanneer Lubbers in zijn Torentje telefonisch informeel overleg voert met Jan en alleman over de moeilijke dossiers en eindigt met het maandagse wekelijks overleg op Huis ten Bosch met de koningin.

In de tussenliggende hoofdstukken komen de activiteiten in de week aan de orde: Het vaste gesprek met de vice-premier op dinsdag, het overleg tussen de fractievoorzitters van de regeringspartijen en de vice-premier op woensdag, het Catshuis-overleg op donderdagavond, de ministerraad van vrijdag enzovoort. Zo statisch werkt het echter niet en dat blijkt dan ook wel bij lezing van de de hoofdstukken zelf. Een vast patroon is er niet, maar omdat de auteurs dat in verband met hun gekozen indeling wel beloven, voldoet eigenlijk geen hoofdstuk aan de gewekte verwachtingen.

Het hoofdstuk over het Catshuisoverleg op donderdagavond beperkt zich bijvoorbeeld niet tot een beschrijving van het beraad van de CDA-top dat dan wordt gevoerd, maar haalt ook het overleg erbij dat bijna tegelijkertijd op het ministerie van financiën plaatsheeft tussen de vice-premier en zijn partijgenoten. Daar is veel voor te zeggen als het gaat om het verschijnsel monisme. Maar vervolgens wordt ook nog de badkamer van het Catshuis beschreven ('Den Uyl was meer een man van de douche'), de slaapkamer (ingericht met Empire-meubelen en portretten van J.A. Daiwaille aan de muur), en ook blijft niet onvermeld dat de korenwijn die Lubbers tijdens het overleg op donderdagavond nuttigt van het merk Bols moet zijn en is gebaseerd op gerst, rogge en maïs.

Het zijn dit soort geforceerde 'human interest details' waar het boek vol van staat en die louter storend werken. Joustra en Van Venetië hebben, zoals ze zelf stellen, een 'journalistiek boek' willen schrijven. Journalistiek behelst het weergeven en in een context plaatsen van feiten. De schrijvers bedienen zich echter van het 'faction-genre'. Het moet de indruk wekken alsof de auteurs tijden lang samen met de premier zijn opgetrokken ('Binnen zit Ruud Lubbers te lezen. Hij houdt zijn ogen dicht op papier van een ambtelijke nota. Met een zwarte fine-liner zet hij streepjes'), terwijl zij in werkelijkheid al hun informatie van horen zeggen hebben.

Waarom toch die vermenging? Door deze aanpak hebben Joustra en Van Venetië hun boek alleen maar ontkracht. Hadden zij zich beperkt tot het beschrijven van de feitelijke gang van zaken, dan was hun verhaal veel sterker geweest. Veel van de activiteiten van de premier spelen zich af in de informele sfeer. Joustra en Van Venetië hebben getracht die duistere wereld van de bilateraaltjes, onderraden en blauwe brieven enigszins in kaart te brengen. Ze zijn daar voor een belangrijk deel in geslaagd. Daarom is de gekozen methode zo jammer.

    • Mark Kranenburg