'Ik heb niet het idee dat ik aan gezag heb ingeboet'; Simons over gezondheidszorg en politiek

DEN HAAG, 27 NOV. Hans Simons mag dan zoon van een huisarts zijn, toen hij november 1989 uit Rotterdam naar Den Haag werd gehaald om de hervorming van de volksgezondheid tot een goed einde te brengen, gold hij als een outsider. Als wethouder was hij thuis in onderwerpen als onderwijs en werkgelegenheid. Het Haagse wereldje kende hij evenmin.

Vier jaar later gedraagt Simons, die eind januari terugkeert naar Rotterdam om daar de PvdA-lijst aan te voeren, zich nog steeds als een buitenstaander. Hij toont zich verbaasd over Haagse gewoonten en is trots dat hij zich daaraan niet heeft aangepast. Bovendien: door toedoen van het decentralisatiebeleid van dit kabinet zouden de Haagse insiders van nu wel eens de outsiders van straks kunnen zijn.

Oud-minister Winsemius zei: “Als je je eenmaal aan het verdedigen bent is het mis. Als je stilstaat schieten ze op je, dan ruiken ze bloed en ben je vertrokken.”

“Ja, daar kan ik me wel iets bij voorstellen. Maar ik vind het ook een te overtrokken stelling. Alsof thema's in de gezondheidszorg en maatschappelijke ontwikkelingen tot stilstand komen als je als bewindsman wordt geconfronteerd met weerstanden. Het is een te eendimensionale waarneming van Winsemius. Het zit in de categorie van: dat is wel, dat is niet gelukt. Wat in wetgevende zin is gelukt, hoeft nog niet als maatschappelijk probleem te zijn opgelost. Winsemius koppelt beleid en persoon te veel aan elkaar. Dat mechanisme functioneert hier heel snel, is me opgevallen.”

Wat is het vreemdste dat u hier is overkomen?

“De belichting door de media, niet alleen door hen trouwens, van de mannetjes en vrouwtjes, en relatief weinig van de inhoud. Ik ben nu eenmaal een inhoudelijk mannetje, zo ben ik geprogrammeerd. Ik ben niet zo geïnteresseerd in winst of verlies. Als het in de politiek 'nu eenmaal' wel zo werkt moeten diezelfde politici maar duidelijk maken dat de zaak ingewikkelder ligt. Ik heb me, voor mijn gevoel, nooit aan die cultuur aangepast, eigenwijs als ik ben.”

Geeft u eens een voorbeeld van die overbelichting van de mannetjes?

“We hebben de derde fase van de stelselwijziging die nu bij de Tweede Kamer ligt. Die geeft verzekeraars meer vrijheden om anders met verzekeringsaanspraken om te gaan. Wil dat goed lukken moet je ook iets aan de planning van voorzieningen en de tarievenstructuur doen. Dat heb ik geleerd in die vier jaar. Op eigen initiatief heb ik daarom gezegd: we moeten die derde fase er niet per 1 januari doordrukken. Maar wat zegt de pers: uitstel derde fase, nu heeft Simons de wedstrijd helemaal verloren. Ik heb geen zin om me daartegen te verdedigen. Wie zo oordeelt weet niet hoe het systeem marcheert.”

Het PvdA-verkiezingsprogramma versterkt het verliezerseffect: het is zeer vaag over de toekomst van het stelsel van volksgezondheid.

“In eerste aanleg vond ik het ook kras onhelder. In tweede instantie is de tekst die nu voorligt... ach, die verkiezingsprogramma's die nu voorliggen zijn kort en hebben daardoor een algemene hoofdlijn. Daar valt veel voor te zeggen.

“Er heerst bij de partijen inmiddels brede overeenstemming over de noodzaak van een basispakket. Er is alleen nog onzekerheid over het precieze evenwicht tuaawn wat de overheid kan doen en wat aan de markt kan worden overgelaten. Lange tijd stond het politieke discours over volksgezondheid op een laag pitje. Pas de laatste jaren zijn bestaande automatismen ter discussie gesteld en is gepast gebruik van voorzieningen op de agenda gekomen. Dat vind ik pure winst.”

Minister-president Lubbers vindt dat er te veel journalisten op het Binnenhof rondlopen die te veel over persoonsgebonden zaken schrijven.

“Met de kritische analyse van Lubbers ben ik het eens. Hij loopt hier al elf jaar als minister-president mee, en ik maar vier. Mij past dus een bescheiden oordeel. Bovendien maak je je altijd kwetsbaar als je zoiets zegt. Toch zijn mijn ervaringen op dat punt zeer intensief geweest.”

Gaan Simons en Hirsch Ballin met de euthanasie in de Eerste Kamer een nederlaag lijden?

“Ik heb er goede hoop op dat de Senaat het ontwerp aanvaardt. We hebben een uiterste inspanning gedaan een evenwicht te vinden tussen twee uitgangpsunten: in de wetgeving een uiterste waarborg bieden dat artsen zich publiek verantwoorden voor levensbeëindiging en de waarborg dat er waardig gestorven mag worden in dit land: de zeggenschap van de burger over zijn eigen leven.”

Het CDA vertrouwt de artsen niet helemaal. Die wil meer inspectie.

“Ik ben bang dat naarmate je het accent meer legt op het gevoel dat artsen wel eens onzorgvuldig kunnen handelen, en dat we daarom euthanasie in het Wetboek van Strafrecht houden, dat artsen dan voorzichtiger worden met hun publieke verantwoording. Maar die hebben we nodig. De overheid kan nu eenmaal niet in elke spreekkamer en aan elk ziekbed controle uitoefenen. Hirsch Ballin en ik hebben op dat punt een grote mate van eensgezindheid.”

Waarom heeft u de euthanasie die vooral bij het CDA tot onrust bij de achterban leidde, niet meer als een politiek succes uitgebuit? Uw partij kan een overwinninkje best gebruiken.

“Ik houd niet van op-de-borstklopperij. Waar ik wel van houd is: eerlijk aan de kiezer uitleggen - in de stijl van het verkiezingsprogramma - wat wel is gelukt, minder goed is gelukt en wat nog niet is opgelost. We kunnen uitleggen dat het euthanasie-voorstel respect kan afdwingen, dat zo'n vraagstuk tot verstandige wetgeving heeft geleid. Ik heb me bewust ingehouden de afgelopen dagen. Maar als ik zie hoe een alliantie van artsen (het conservatieve Nederlandse Artsen Verbond, red.) de feiten verdraait in een advertentie, dat is venijnig, bijna beschamend. Hier past geen morele superioriteit.”

Waarom heeft u nooit gemoraliseerd om uw beleid voor burgers herkenbaarder te maken? Het debat over normen en waarden is populair in de Haagse politiek.

“Daarvoor had ik twee redenen. Bij kwesties als wie beslist wanneer bij prenataal onderzoek blijkt dat een kind ernstig misvormd is, maar ook bij de euthanasie loop je als overheid het risico op de verkeerde manier te gaan moraliseren. Je doet te weinig recht doet aan de existentiële ervaringen van patiënten en artsen in de spreekkamer. Wat er gebeurt aan dat ziekbed met dat pas geboren, ernstig gehandicapte baby'tje, daar moet de overheid niet eens willen normeren.

“Je moet als overheid het vraagstuk wel problematiseren, op de agenda zetten. Dat heb ik bijvoorbeeld gedaan met de mogelijke consequenties van de prognostische geneeskunde. Daarbij kun je met een staafje in de urine zien wat voor ziektes je allemaal krijgt. Verder kan de overheid er alleen maar voor zorgen dat de besluitvorming zorgvuldig verloopt waarover ook publieke verantwoording kan worden afgelegd, zoals bij de euthanasie.

“Ik heb inderdaad nooit gezegd: 'Denk er om, burger, niet te snel naar de huisarts'. Dat is zo'n algemene uitspraak, de tweede reden waarom ik op dit vlak terughoudend ben. Als jij je hartstikke zenuwachtig voelt of je hebt een doodziek kind, dan heb je weinig aan zo'n oproep. Ik heb wel een boekje laten maken, waarvan straks het miljoenste uitkomt en dat zeer intensief wordt gebruikt. Daarin staat: Beste mensen, voor die en die kwaaltjes hoef je niet naar de huisarts. Dat is de burger serieus nemen.

“Over de veiligheid in de oude steden kun je wel degelijk een normatieve discussie voeren. Bij het gedrag tegenover elkaar past wel een sterk normatief optreden van de overheid. Dan gaat het namelijk domweg over regels die nageleefd moeten worden, het publieke domein dat veilig gesteld moet worden. Daar moet je, voor Nederlanders èn buitenlanders, heel dirigistisch in zijn, omdat je anders het recht van de sterkste krijgt.”

Hoe voelt het om, sinds de aankondiging van uw vertrek naar Rotterdam, 'lame duck' te zijn in Den Haag?

“Ik heb het zelden zo druk gehad. Je wilt allerlei lopende dingen zoveel mogelijk afwikkelen. De Tweede Kamer, en ik ben haar daar erkentelijk voor, wil dat ook, zoals deze week de euthanasie. Ik heb daardoor absoluut niet het idee dat ik aan gezag heb ingeboet.”

Bolkestein zei dat de ambtenaren het meer voor het zeggen krijgen als een politicus zijn vertrek aankondigt. Kreeg hij deze week niet gelijk? U ging achter de Keuringsdienst van Waren staan in de Olvarit-zaak.

“Als het al waar is wat Bolkestein zegt, dan is de Olvarit-zaak het verkeerde voorbeeld. De staatssecretaris van volksgezondheid heeft daarin juist een stevige positie ingenomen. Hij zei: de keuringsdienst heeft goed werk verricht maar had in de laatste fase beter met andere diensten moeten overleggen. Zo'n passage komt er niet vanzelf, als je begrijpt wat ik bedoel.”

In welke bestuurscultuur voelt u zich beter thuis, de lokale of nationale?

“Je hebt lokaal meer mogelijkheden om over de schutting te kijken. Je bent minder bezig met je eigen portefeuille en wat meer met het bestuur van de stad. Als je direct met burgers spreekt gaat het meteen over een combinatie van zaken: werk, veiligheid, samenleven met buitenlanders, noem maar op. Op zichzelf vind ik dat integrale bestuur heel boeiend. In het Haagse is het departementalisme in zekere zin onvermijdelijk.

“Dit kabinet heeft echter, meer dan andere, een brug geslagen tussen het landelijke en lokale bestuur. Dit is het eerste kabinet na de oorlog dat vijf tot zes miljard decentraliseert. Daardoor wordt het lokaal bestuur boeiender en invloedrijker. Dat komt door de sociale vernieuwing maar ook doordat er, verhoudingsgewijs, veel mensen met lokale ervaring in het kabinet zitten zoals Wallage, Heerma, Dales, Simons, De Graaff-Nauta. Dit kabinet is daardoor kampioen decentraliseren geworden.”