Diets streven tot samenvoeging Nederland en Vlaanderen steekt de kop weer op; De hereniging van Nederland

Duitsland heeft het volgens de aanhangers van de Groot-Nederlandse gedachte weer bewezen: 'Vreedzame samenvoeging van gelijkaardige landsdelen' is mogelijk. In extreem-rechtse kringen in Vlaanderen en Nederland wordt het aloude idee van de hereniging van de 'hele Nederlandse volksgemeenschap', dat zijn wortels heeft in de zestiende eeuw, weer van stal gehaald. Van de militante Vlamingen mag het Huis van Oranje gaan regeren over het toekomstige 'Dietsland'. Want 'Hier en aan de overkant: daar en hier is Nederland!'

Meer culturele samenwerking - dat lijkt op het eerste gezicht het maximaal haalbare in de relatie tussen Nederland en Vlaanderen. Alle Vlaamse politieke partijen hebben het punt op de agenda staan, CDA en D66 pleiten ervoor in hun onlangs gepresenteerde ontwerp-verkiezingsprogramma's en bij tal van culturele evenementen (zoals de Biënnale van Venetië en de Frankfurter Buchmesse) presenteerden Nederland en Vlaanderen zich ook dit jaar weer gezamenlijk aan de buitenwereld.

Voor de aanhangers van de Groot-Nederlandse of Dietse gedachte (het uit de middeleeuwen stammende woord 'Diets' betekent zoiets als 'taal van het volk') zijn Vlaanderen en Nederland echter veel méér dan interessante partners voor een cultureel avondje uit; de dragers van die gemeenschappelijke cultuur zouden ook staatkundig een eenheid moeten gaan vormen. Het is een eis die in extreem-rechtse kringen in Nederland en Vlaanderen steeds vaker opgeld doet.

Over de precieze begrenzing van dat Dietsland zijn de Groot-Nederlanders het overigens niet eens. Nederland (door de aanhangers meestal aangeduid als 'Noord'- of 'Rijks-Nederland') en Vlaanderen horen er in elk geval bij, maar over de status van het 'stamverwante' doch erg afgelegen Zuid-Afrika bestaat onenigheid, om nog maar te zwijgen over de precieze loop van de Dietse zuidgrens. In het algemeen geldt: hoe fanatieker de Dietser, hoe zuidelijker de grens, soms zelfs tot aan Calais ('Kales') en Boulogne ('Bonen') toe.

Het Groot-Nederlandse ideaal heeft, zoals de meeste idealen, diepe historische wortels. Karel de Vijfde was de eerste die in 1548 de Nederlanden samenvoegde in de Bourgondische kreits, onderdeel van het Duitse rijk. Nauwelijks veertig jaar later, na de verovering van Brussel en Antwerpen door Parma, was het al gedaan met de eenheid: de calvinistische opstandelingen trokken zich terug in de noordelijke gewesten, terwijl in het zuiden een re-katholiceringsproces op gang kwam. Bij de Vrede van Münster (1648) werd de opdeling formeel geregeld. Er ontstond een onafhankelijke Republiek der Verenigde Nederlanden in het noorden; het zuiden ging als Spaanse Nederlanden verder. In 1815 werden beide gebieden herenigd, maar niet voor lang. De Zuidelijke Nederlanden kwamen in opstand, België werd opgericht en in 1839 werd de scheiding definitief bezegeld.

Hoewel de Belgische grondwet van 1831 de vrijheid van taalgebruik garandeerde, voerde de overheid in de praktijk een beleid dat gericht was op 'verfransing' van het openbare leven. Weerstand tegen deze politiek kwam van de kant van de Vlaamse Beweging, in het midden van de vorige eeuw nog een zuiver culturele stroming, gedragen door dichters en schrijvers als Guido Gezelle en Albrecht Rodenbach, die hun liefde voor de Vlaamse taal en cultuur in de voor die tijd kenmerkende romantische stijl ten toon spreidden. Ook over Groot-Nederland werd aanvankelijk slechts in culturele zin gesproken - de eerste echte Groot-Nederlandse organisatie, het in 1898 in Dordrecht opgerichte Algemeen Nederlands Verbond (ANV), beoogde dan ook slechts het stimuleren van de Nederlandse taal en cultuur. Het ANV stelde zich verder strikt 'neutraal' op en weigerde zich met politiek in te laten. Dat gaf aanleiding tot groot ongenoegen bij meer radicale ANV'ers, die in 1917 uittraden om de 'Dietse Bond' en een reeks hieraan verwante tijdschriften op te richten. Anders dan het ANV pleitte de Dietse Bond onomwonden voor een staatkundig Groot-Nederland.

Ongeveer tegelijkertijd, in 1918, ontstond in Vlaanderen een eerste Vlaams-nationalistische politieke partij, de Frontpartij, voortgekomen uit Vlaamsgezinde groepen die in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog ontstaan waren. Droeg deze partij aanvankelijk een nogal links karakter, onder meer blijkend uit een sterk pacifistische inslag, vanaf het eind van de jaren twintig begon de invloed van het fascisme sterk toe te nemen. Zo was het in 1931 van de Frontpartij afgesplitste Verbond van Dietse Nationaal Solidaristen (Verdinaso) met zijn uniformen, leidersbeginsel en antisemitisme een duidelijke exponent van de overal in Europa om zich heen grijpende 'Nieuwe Orde'. In tegenstelling tot de Frontpartij streefde het Verdinaso openlijk naar de creatie van een Dietsland, hoewel Joris van Severen, de charismatische leider van het verbond, zelf vreemdgenoeg voornamelijk Frans sprak.

Dat de doordringing van het Vlaamse nationalisme met het fascistische virus tevens betekende dat ook de Dietse gedachte veld won, werd nog eens duidelijk in 1933, toen de Frontpartij werd omgevormd tot het Vlaams Nationaal Verbond (VNV). Het was de tweede Vlaamse partij op fascistische grondslag en in menig opzicht de zuidelijke evenknie van de NSB. Evenals het Verdinaso pleitte ook het VNV voor het samengaan van Nederland en Vlaanderen in Groot-Nederland.

Kortom: vanaf 1933 werd in Vlaanderen het Dietse geluid vooral ten gehore gebracht door Groot-Nederlanders in fascistisch uniform. En omdat dit in 'Noord-Nederland' eveneens het geval was, had de Dietse Bond de grootste moeite weerstand te bieden aan de toenemende zuigkracht van het fascisme. Een van de oprichters, de Utrechtse advocaat mr A.J. van Vessem, werd een prominent NSB'er en vriend van Anton Mussert, die overigens zelf ook bij de Dietse Bond op de ledenlijst stond. Dat Musserts partij voorstander was van Groot-Nederland, mag dan ook niet echt verwonderlijk heten, terwijl de belangrijkste fascistische concurrent van de NSB, het Zwart Front van Arnold Meijer, in de jaren dertig eveneens de Groot-Nederlandse gedachte propageerde.

Dat zoveel fascisten het Groot-Nederlandse gedachtengoed aanhingen, is eigenlijk vrij makkelijk te verklaren: het nationalistische sentiment heeft immers altijd een belangrijk onderdeel van de fascistische ideologie gevormd. Met hun pleidooi voor de vorming van een Dietsland konden de fascisten zich binnen het Nederlandse en Belgische politieke spectrum uitstekend als radicaal-nationalistisch profileren. Dat in Vlaanderen en Nederland veel fascisten voorstander waren van de vorming van Dietsland, betekende echter geenszins dat omgekeerd ook alle Dietsgezinden tevens fascist waren. Een spraakmakende Groot-Nederlander als prof. P. C. A. Geyl bleef bijvoorbeeld altijd een principieel democraat, al werden zijn historische werken door fascisten dankbaar gebruikt ter legitimatie van hun opvattingen.

Na de Tweede Wereldoorlog stond het Groot-Nederlandse streven definitief in een kwaad daglicht. In Nederland werd er lange tijd nagenoeg niets meer van vernomen; alleen binnen de marginale clubjes van oud politieke delinquenten als de ex-SS'er Paul van Tienen, werd de gedachte aan de hereniging van de 'Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden' levend gehouden.

Pas begin jaren zeventig, toen de Nederlandse Volksunie (NVU) van Joop Glimmerveen op het politieke toneel verscheen, werd duidelijk dat de Groot Nederlandse gedachte een nieuwe generatie aanhangers had gekregen. 'Door noodlottige tegenstellingen zijn volkssplitsingen ontstaan waardoor de werkelijke grenzen, namelijk die van de volks-, taal- en cultuur-gebied, sterk afwijken van de geconstrueerde staatsgrenzen'', zo luidde de analyse van de NVU. 'Eens zal de natuurlijke eenheid van het Nederlandse volk, van de Dollard tot Duinkerken, weer een gemeenschappelijke vorm vinden, waarbinnen het volk weer zichzelve kan zijn.'' Vandaar ook dat de NVU enkele malen een zogenaamde '21 juni herdenking' organiseerde, ter herinnering aan het feit dat op die datum in 1830 de Nederlanden 'uiteen werden gerukt'. Overigens werd de Groot-Nederlandse gedachte verder door Glimmerveen en consorten nooit aan de grote klok gehangen; 'Dat spreekt alleen de leden zelf aan, actievere mensen, maar de kiezers niet. Als je het hebt over de vereniging van Nederland en Vlaanderen, staan de mensen je met zúlke ogen aan te kijken'', moest de NVU-leider bekennen.

In het Vlaanderen van na de oorlog kende het wedervaren van de Groot-Nederlandse idee een heel ander verloop. In de jaren direct na de bevrijding werd elke uiting van Vlaams of Diets bewustzijn nog gesmoord door de tijdens de Duitse bezetting tot wasdom gekomen gevoelens van Belgisch patriottisme. Maar al in 1954 was het klimaat bij onze zuiderburen rijp voor de oprichting van een politieke partij die in de voetsporen trad van het VNV en Verdinaso: de Volksunie (VU). In de VU-gelederen wemelde het aanvankelijk van de oud-collaborateurs: Vlamingen die de Duitse bezetters (tevergeefs) hadden proberen te interesseren voor de verwezenlijking van hun Dietse idealen. In de jaren zestig schoof de partij evenwel langzaam maar zeker op naar het politieke midden en verdween de Groot Nederlandse gedachte naar de achtergrond. Met het inmiddels (mede dankzij VU-steun) in de Belgische grondwet vastgelegde zelfbestuur voor Vlaanderen lijkt de partij meer dan tevreden.

Voor veel Vlaamse hardliners vormde de 'linkse ondermijning' van de VU aanleiding om de lidmaatschapskaart in te leveren. Zo besloot de Vlaamse Militanten Orde (VMO), die jarenlang had gefungeerd als de plak- en knokploeg van de VU, begin jaren zeventig om voortaan op eigen houtje de totstandkoming van een 'Nederlandse volksgemeenschap' kracht bij te zetten. Na een lange reeks gewelddadige incidenten van racistische en antisemitische aard, werd de VMO echter in mei 1983 wegens 'militievorming' onwettig verklaard en verdween leider Bert Eriksson, samen met een dertigtal metgezellen, in het gevang. Drie jaar later werd de VMO als 'Vereniging voor Meer Ontspanning' heropgericht, om vervolgens in de zomer van '87 uit elkaar te vallen. Een deel van de harde kern ging verder als Odal Groep, de meer 'gematigde' ex-VMO'ers zetten de uitgave van het voormalige verenigingsorgaan Alarm voort.

Ook de oprichting van het Vlaams Blok, in 1979, had rechtstreeks te maken met de 'verloedering' van de Volksunie. Hoewel de partij in Nederland vooral bekend is vanwege haar aversie tegen migranten, maakt het Groot-Nederlandse streven een integraal onderdeel uit van het politieke programma. Een onafhankelijke Vlaamse staat, met als hoofdstad Brussel, is voor het Vlaams Blok niet meer dan een 'voorlopige oplossing' - daarna moet 'toenadering' gezocht worden tot Nederland om 'tot een geleidelijke eenwording van twintig miljoen Nederlanders te komen''.

Het hoeft geen betoog dat met de recente stembusoverwinningen van het Vlaams Blok ook het Groot-Nederlandse ideaal in België aan politieke kracht heeft gewonnen. Een aanwijzing daarvoor is de groeiende aandacht die het Dietse streven krijgt op de jaarlijkse IJzerbedevaart in het Westvlaamse Diksmuide - officieel een massale herdenkingsplechtigheid ter ere van de tijdens de Eerste Wereldoorlog aan het Belgische IJzerfront gesneuvelde Vlaamse soldaten, in de praktijk tevens een ontmoetingsplaats voor extreem-rechtse partijgangers uit heel Europa. Voorzitter Lionel Vandenberghe van het organiserende IJzerbedevaartcomité zette vorig jaar de toon met een, zelfs voor zijn doen, gepeperde toespraak.

'Waalse vrienden'', sprak hij, 'we hebben 160 jaar samengeleefd, we zijn nooit écht gelukkig geweest, we hebben veel ruzie gemaakt, maar we hebben nooit gevochten. Nu staan we zover dat sommige zaken niet meer bespreekbaar zijn. Daarom: laten we naar de notaris gaan en, zoals de Tsjechen en Slowaken, scheiden. Jullie lonken al lang naar Frankrijk, wij zullen ons Nederlands Gemenebest vormen met 21 miljoen inwoners.''

En hoe staat het er anno 1993 in 'Noord-Nederland' voor met de Dietse zaak? Na de aftakeling, begin jaren tachtig, van de electoraal toch al niet bijster succesvolle NVU, werd de draad opgepakt door de Centrumpartij '86 (CP'86), een inmiddels in diverse randstedelijke gemeenteraden vertegenwoordigde club van geradicaliseerde ex-Janmaat-aanhangers. In tegenstelling tot de Centrum Democraten (CD), die nog nooit openlijk blijk hebben gegeven van enige interesse in Groot-Nederland ('GrootNederland? Eh...nee, daar doen we niet aan'', meldt het partijbureau), zit de CP'86 helemaal op de 'Dietse lijn' van het Vlaams Blok. 'Het hoogste doel voor ons nationaal-democraten is een soeverein, ongebonden Nederlandstalige natie, waarin het gehele Nederlands sprekende volksdeel in Europa is herenigd'', aldus het beginselprogramma van de partij. 'Daar onrecht de vrede niet dient, achten wij de volkstegenstrijdige scheiding tussen de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden onaanvaardbaar.'' Bij de onlangs gehouden zesenzestigste editie van de IJzerbedevaart deelden aanhangers van CP'86 pamfletten rond waarin met nadruk werd gewezen op het bestaan van een 'hechte, gestaag groeiende groep volkstrouwe Nederlanders'' die in het 'rode noorden'' de 'Heel-Nederlandse idee'' propageert: 'Samen voor heel-Nederland; Geen staatsgrens kan ons scheiden.''

De CP'86 onderhoudt ook nauwe banden met Voorpost, een van oorsprong Vlaamse organisatie van extreem-rechts gezinde Groot-Nederlanders, die in ons land beschikt over een langzaam groeiende aanhang van zo'n honderdvijftig personen. 'Duitsland heeft alvast bewezen dat een vreedzame samenvoeging van gelijkaardige landsdelen Realpolitik is. Wanneer de Nederlanden?'', vraagt Voorpost zich af in pamfletten die met steeds grotere regelmaat in Nederland worden uitgevent. Over ons koningshuis geen kwaad woord, want 'door de geschiedenis van alle oude Nederlandse gewesten loopt een oranje draad naar de trouwste voorvechter voor de eenheid der Nederlanden: Prins Willem van Oranje. Het Huis van Oranje-Nassau komt daarom de eer toe om als meest aanvaarde eenheidssymbool te fungeren voor alle Nederlanders.''

Vorig jaar september zorgden de Voorposters voor het eerst voor grote koppen in de Nederlandse dagbladen: hun luidruchtige deelname aan de herdenking van de slag bij Warns (waar in 1345 een Hollands invasieleger van graaf Willem IV door de Friezen werd verslagen), was slecht gevallen bij de Friese nationalisten die de bijeenkomst jaarlijks organiseren. Ook dit jaar was Voorpost weer van de partij in Warns: de omgeving van het Friese dorpje werd bestookt met pamfletten, maar bij de herdenking zelf werden ze angstvallig buiten de deur gehouden.

Verder zat de Nederlandse tak van Voorpost ook achter de oprichting van de Nederlands-Kroatische werkgemeenschap, die er vorig jaar in slaagde vijftien huurlingen naar Kroatië te sturen voor het uitvoeren van 'actieve militaire en humanitaire taken''. Het werkterrein is inmiddels verplaatst naar Zuid-Afrika, waar Voorpost in actie wil komen ter ondersteuning van 'het zelfstandigheidsideaal van het boerenvolk'' - een en ander zou uiteindelijke moeten resulteren in de oprichting van een taalverwante 'Boerenatie'.

Al het Dietse geronk zou bijna doen vergeten dat een heleboel door en door fatsoenlijke Nederlanders en Vlamingen ook na de Tweede Wereldoorlog zijn blijven pleiten voor meer samenwerking op cultureel terrein. Het Belgisch-Nederlands cultureel akkoord (1946) was er een uitvloeisel van, evenals de totstandkoming van het Taalunieverdrag (1980). Onlangs nog drongen GroenLinks en haar Vlaamse zusterpartij Agalev tijdens een gezamenlijk congres in Antwerpen aan op verdere uitbouw van dergelijke betrekkingen: er zou een gemeenschappelijk budget voor cultuurbeleid moeten komen, evenals een Vlaams/Nederlands televisienet met culturele programma's.

Is de weg naar Groot-Nederland dan wellicht geplaveid met ballet, poëzie en andere schoone kunsten? Jaap Tanja, die als medewerker van de Anne Frank-stichting de extreem-rechtse kampen in België en Nederland nauwgezet volgt, ziet het niet zo somber. 'Ik ben persoonlijk een groot voorstander van meer culturele samenwerking. Maar ook dat er eindelijk eens normale busverbindingen komen tussen Nederland en Vlaanderen, dat soort dingen. Hoewel ik moet toegeven dat je in dit verband toch vaak met een glijdende schaal te maken hebt. Kijk maar naar het verleden.''

Dr. G.R. Zondergeld, docent Nieuwste Geschiedenis aan de Amsterdamse Vrije Universiteit en een specialist op het terrein van de minderhedenproblematiek in West-Europa, verwacht niet dat de culturele samenwerking op lange termijn nog zal leiden tot staatkundige verlangens. 'Terugkijkend was de Tweede Wereldoorlog het breukvlak. Het Dietse streven staat sindsdien in de kwade reuk van het fascisme en de belangstelling ervoor is in vergelijking met de vooroorlogse periode toch geringer, ook binnen de Vlaamse Beweging. De enorme economische ontwikkeling die Vlaanderen doormaakte in de jaren '60 en '70 deed de Dietse beweging natuurlijk ook geen goed. Het gaat Vlaanderen, zeker in vergelijking met Wallonië, economisch voor de wind, en dat heeft geresulteerd in een gevoel van: dat linkse, protestantse Nederland hebben we helemaal niet meer nodig.''

Zondergelds analyse lijkt bevestigd te worden door Bob Cools, de socialistische burgemeester van Antwerpen. Aan Elsevier vertelde hij onlangs dat ook in de welvarende randgemeenten van de stad massaal op het Vlaams Blok wordt gestemd. Niet vanwege de Turkse of Marokkaanse migranten (want die wonen daar niet), maar omdat de autochtone Vlamingen meer dan genoeg hebben van al die duizenden Nederlanders die zich om belastingtechnische redenen in de streek hebben gevestigd. Cools: 'Die Nederlanders bemoeien zich met van alles, tot en met de folklore van het dorp en de inrichting van het onderwijs. Koren op de molen van het Vlaams Blok.''

    • Roelof Bouwman
    • Diderik van Halsema
    • Jan-Jaap van den Berg