De klok en de verloren miljoenen

In het Interpolistoernooi worden de barragepartijen met verkorte bedenktijd gespeeld met de Fischer-klok. De spelers krijgen aan het begin een half uur voor de hele partij, maar bij iedere zet die ze doen krijgen ze tien seconden extra. Zo wordt voorkomen dat iemand met een toren meer bij de tachtigste zet de tijd overschrijdt. Wie een simpel gewonnen stelling bereikt, wint ook de partij, omdat hij altijd minstens tien seconden per zet over heeft.

Ik had het over de Fischer-klok. Iedereen spreekt over de Fischer-klok. Maar officieel heet de klok anders. Hij heeft een neutrale naam: Digital Game Timer. Nu de naam van Fischer niet gebruikt wordt, hoeven hem ook geen royalties betaald te worden.

Formeel valt er weinig tegen in te brengen. Op het idee om de spelers nog wat extra tijd te geven, valt geen patent te nemen. Bij het go-spel bestond al lang iets dat er op lijkt en in de schaakwereld is rond de eeuwwisseling met allerlei verschillende vormen van tijdstoewijzing geëxperimenteerd. Waar Fischer patent op kon nemen en genomen heeft, is niet zijn idee, maar een concrete klok, een mechanisme. Hij heeft er niets aan nu klokkenmakers die meer verstand van zaken hebben dan hij, zijn idee op een iets andere manier verwezenlijken. Zuur is het wel. De nieuwe klok zou nooit in produktie zijn gebracht, als Fischer vorig jaar niet zijn eigen klok in de match tegen Spassky had gebruikt. Het was een vorm van reclame die op de lange duur miljoenen waard zal zijn. Voor anderen, niet voor Fischer zelf. Zo is het vaak gegaan in zijn schaakloopbaan.

Niet alleen de fabrikant van de Digital Game Timer zal goede zaken doen, maar ook de FIDE. Men is van plan om dit soort klok verplicht te stellen, niet alleen voor snelle partijen, maar ook voor gewone toernooien. De FIDE heeft al vele duizenden klokken besteld en zal die doorverkopen aan de nationale bonden. Die moeten ze wel kopen, of in ieder geval iets dat er op lijkt, anders zijn straks hun toernooien niet meer geldig. Mooie handel, een nieuw produkt dat op alle toernooien ter wereld gebruikt moet worden. Gewone clubs kunnen nog wel een tijdje met de oude klokken voort, maar op den duur zal iedereen willen spelen met de klokken die op de officiële toernooien worden gebruikt. Ware superzaken zijn hier in de maak, en we kunnen slechts hopen dat de bazen van de FIDE ze correct zullen afhandelen, met volledige veronachtzaming van hun persoonlijk financieel belang.

Het zet je wel aan het denken over de grote macht die de leiders van de wereldschaakbond hebben. Straks veranderen ze, zogenaamd omdat de openingstheorie te uitgebreid is geworden, iets aan de beginstelling, en dan gaan in de sector boek en schaakcomputer alle gevestigde zaken failliet en voor nieuwkomers zijn er leuke kansen. Maar ik dwaal af van mijn onderwerp, Robert Fischer.

Het is echt iets voor Fischer om weer achter het net te vissen. Er is dit jaar veel gespeculeerd over de vraag of hij zijn geld heeft gehad na de match met Spassky. U herinnert zich dat de organisator van die match, de bankier Vasiljevic, in april van dit jaar de loketten van zijn Jugoskandic bank plotseling sloot en hals over kop naar Israel vertrok, met medeneming van een miljoen dollar en, volgens sommige berichten, het paspoort van Fischer. Had Fischer zijn geld al in handen, toen de bank van Vasiljevic ontplofte? Daar hoor je verschillende meningen over. Volgens de Amerikaanse krant USA Today had Fischer het grootste deel van zijn drie miljoen dollar prijzengeld op de Jugoskandic bank staan. Dat ligt voor de hand. Het was moeilijk, want door de Verenigde Naties verboden, om het geld naar een bankrekening buiten Servië te loodsen. Het valt ook niet aan te raden om drie miljoen dollar voortdurend in een koffer met je mee te dragen in Belgrado. Beter om het daar op de bank te zetten. En welke komt dan meer in aanmerking dan die van je weldoener, die ook nog vijftien procent rente per maand op harde valuta gaf? Helaas, die bank betaalt de spaartegoeden van de inleggers nu niet meer uit.

Als het zo zou zijn als ik nu speculeer, kan dat waarlijk ironie van het lot genoemd worden. Verplaats u, met huivering, voor één keer in de gedachtenwereld van de antisemiet. Sinds jaren zag Fischer zich belaagd door een joods complot. Berooid leefde hij in armetierige hotelkamertjes. Dan slaat hij zijn slag. Het hoogste prijzenfonds ooit voor een schaakevenement beschikbaar gesteld. In Amerika dreigt hem een gevangenisstraf van tien jaar, maar dat is van later zorg. Dan neemt de man die het allemaal georganiseerd heeft, met medeneming van de buit hals over kop het vliegtuig naar Tel Aviv. Paranoia garandeert nog niet dat je geen echte vijanden hebt, is een oude en ware zegswijze.

Eigen schuld zou je kunnen zeggen; wie omgaat met een illegale wapenhandelaar die zijn bank organiseert volgens het principe van de kettingbrief, loopt gevaar zijn handen te branden. Maar ik beschouw Fischer, ondanks al zijn akelige wanen en grillen, als een van de onschuldigen van deze wereld en ik heb met hem te doen.

Om terug te komen op die klok, die ik uit piëteit maar de Fischer-klok zal blijven noemen, er valt over te twisten of het goed is om die voor gewone partijen in te voeren, maar voor de versnelde barragepartijen is hij werkelijk heel geschikt. In de barrage na de vierde ronde van het Interpolistoernooi werden een paar partijen van meer dan 100 zetten gespeeld. Dat konden nu ordentelijke schaakpartijen blijven. Met de gewone klok was het een redeloos gegraai en gebeuk geworden, krachtsport meer dan denksport.

Wit Kamsky - zwart Joesoepov. Tweede snelle beslissingspartij na de vierde ronde. De eerste was remise geworden.

1. e2-e4 e7-e5 2. Lf1-c4 Ontwijkt het Russisch. 2...Pg8-f6 3. d2-d3 c7-c6 4. Pg1-f3 Lf8-e7 5. Pxe5 Da5+, je weet maar nooit. 5. 0-0 d7-d6 6. c2-c3 0-0 7. Tf1-e1 Pb8-d7 8. Pb1-d2 Pd7-b6 9. Lc4-b3 Lc8-e6 10. Lb3-c2 h7-h6 11. a2-a4 a7-a5 12. Pd2-f1 Pf6-h7 13. d3-d4 Ph7-g5 Mooi en dapper gespeeld. Zonder speciale noodzaak brengt Joesoepov een speculatief pionoffer. 14. Lc1xg5 h6xg5 15. d4xe5 d6xe5 16. Pf3xe5 Achteraf zal Kamsky spijt hebben gehad dat hij niet eerst de dames ruilde. Ook dan zou zwart met zijn loperpaar aardige compensatie hebben en zijn verlieskansen zouden niet groot zijn. Maar toch: pion is pion. 16...Dd8-c7 17. Pe5-f3 Ta8-d8 18. Dd1-c1 g5-g4 19. Pf3-d4 Le7-c5 20. Pd4-b3 Le6xb3 21. Lc2xb3 Pb6-d7 22. Pf1-e3 Een interessante mogelijkheid: 22. Pg3 Pe5 23. Pf5 Lxf2+ 24. Kh1 Lxe1 25. Dg5 g6 26. Txe1. Maar zo zou wit zelf materiaal offeren voor een speculatieve aanval die hem hoogstens eeuwig schaak lijkt op te leveren, en daar kan hij nog niet voor in de stemming zijn geweest. 22...Dc7-f4 Een gevaarlijke indringer die zo snel mogelijk verwijderd had moeten worden: 23. Te2 Pe5 24. Pc4 of 23...Dxe4 24. Lc2 en wit komt met ongeveer gelijk spel los. 23. Dc1-c2 Wil kennelijk zijn e-pion nog niet opgeven, maar dat is teveel van de stelling gevraagd. 23...Pd7-e5 24. Ta1-d1 Td8xd1 25. Dc2xd1 g7-g6 26. Dd1-e2 Kg8-g7

Zie diagram 1.

Zwart heeft verrassend snel een beslissende aanval gekregen. 27. g2-g3 Het vrijgeven van veld f3 voor het zwarte paard komt natuurlijk op capitulatie neer, maar er was geen behoorlijke verdediging meer tegen de dreiging 27...Th8. Na 27. Pf1 wint zwart met 27...Pd3 en als wit dit voorbereidt met 27. Lc2 volgt 27...Th8 28. Pf1 Pf3+ 29. gxf3 gxf3 en wit gaat mat. 27...Pe5-f3+ 28. Kg1-h1 Tf8-h8 29. Pe3-f1 Df4-h6 30. h2-h4 Pf3xh4 Wit gaf op.

    • Hans Ree