Britse aanpak 'kinderen A en B' wekt elders bevreemding

De rechtszaak tegen de twee jongetjes van 11 jaar die in Liverpool de peuter Jamie Bulger meelokten en om het leven brachten is geëindigd in een veroordeling wegens moord tot detentie voor onbepaalde tijd. Toch blijft Engeland zitten met de vraag hoe dit in hemelsnaam kon gebeuren. Het is opmerkelijk dat een openbare berechting compleet met bepruikte rechter en twaalf gezworenen toch kennelijk niet de klaarheid heeft gebracht die van een volwassen strafproces mag worden verwacht. Dit bevestigt het bange vermoeden dat juist zo'n volwassen aanpak van twee kinderen - hoe gruwelijk zij ook hebben gehandeld - niet een adequate oplossing is, of die zelfs in de weg staat.

De manier waarop de Britse justitie is opgetreden tegen de kinderen A en B, zoals ze tot de uitspraak werden genoemd, heeft in andere landen bevreemding gewekt. Een Franse psychiater zei in de Figaro weliswaar dat “leeftijd geen excuus is” maar de Rotterdamse kinderrechter mr. C. de Groot heeft de straf “volstrekt inhumaan” genoemd. In Nederland zou zo'n proces al helemaal niet mogelijk zijn geweest want ons land hanteert voor de strafrechtelijke aansprakelijkheid een absolute ondergrens van 12 jaar. In België is dat 16 jaar (al is men daar bezig deze leeftijd omlaag te brengen) en in Duitsland zijn kinderen tot 14 jaar onttrokken aan de greep van het strafrecht. In dit laatste land is het vonnis in de zaak-Bulger door een vooraanstaand functionaris van de kinderbescherming gekritiseerd als “barbaars”; het zou volgens hem zelfs in aanmerking komen voor een klacht bij de organen van het Europees verdrag voor de mensenrechten in Straatsburg. Een aanknopingspunt daarvoor zou de duur van de detentie kunnen zijn.

Engeland kent overigens ook een leeftijdsgrens en wel van 10 jaar, zegt mr.Jeannette Bruins, die zich aan het Willem Pompe Instituut van de Utrechtse universiteit bezig houdt met jeugdstrafrecht. De jongetjes uit Liverpool zaten daar net een paar maanden boven. Zwitserland legt overigens de grens bij 7 jaar. Iedere leeftijdsgrens is arbitrair; de wettelijke grens van 12 jaar in ons land dateert pas van 1961, voor 1901 was hij 10 jaar en er is ook een periode geweest dat wij geen leeftijdscriterium hanteerden. Zo veroordeelde de rechtbank in Goes in de jaren zestig van de vorige eeuw twee zusjes van negen en vijf jaar tot zeveneneenhalf jaar gevangenisstraf wegens diefstal onder verzwarende omstandigheden. Beslissend was de vaststelling dat zij “oordeel des onderscheids” hadden. Dit criterium was overigens bedoeld als een zware maatstaf. Besef van het verschil tussen goed en kwaad was niet voldoende, er diende ook te blijken dat de verstandelijke ontwikkeling van het kind zodanig was dat het in staat was in te zien wat zijn plichten waren. De kritiek was echter dat in de praktijk werd geconcludeerd tot oordeel des onderscheids op grond van de “meest nietige en waardeloze gegevens”.

Ook in de zaak-Bulger heeft deze kwestie een rol gespeeld; de rechter maakte er een punt van dat de jongens op een school van de anglicaanse kerk zaten en dus het verschil tussen goed en kwaad onderwezen hadden gekregen. Dit muisje heeft overigens nog een staartje gekregen door de reactie van een Britse onderminister van binnenlandse zaken dat de kerk tekort schiet in deze taak, welk commentaar op zijn beurt door een woordvoerder van de aartsbisschop van Canterbury als “bizar” werd bestempeld.

In Nederland kunnen kinderen beneden de strafrechtelijke leeftijdsgrens die een ernstig delict plegen wel in aanmerking komen voor een kinderbeschermingsmaatregel. Levensdelicten komen gelukkig weinig voor, aldus mr. De Groot, maar hij herinnert zich een geval van een jongetje dat een ander kind zolang onder water had gehouden dat het verdronk. Dit leidde tot een opname van zes maanden in een tehuis voor probleemkinderen onder supervisie van de kinderrechter, gevolgd door nadere behandeling. De betrokken jongen is nu een jaar of twintig en loopt volgens mr. De Groot al weer enkele jaren vrij rond.

Ook het jeugdstrafrecht voor kinderen boven de 12 jaar staat in het teken van “sociale beveiliging op opvoedkundige grondslag”, zoals het werd genoemd bij de totstandkoming van de kinderwetten van 1901. De berechting vindt plaats met gesloten deuren, al heeft de Tweede Kamer dit najaar juist een wetsvoorstel aangenomen dat voorziet in openbare berechting wanneer het belang daarvan opweegt tegen de privacy van de betrokken kinderen. In een geval als dat van de Engelse kinderen A en B, waarin zulke sterke aanwijzingen zijn van geestelijke ontwrichting, is de maatregel van “bijzondere behandeling” mogelijk. Maar deze eindigt in ieder geval op het 21ste jaar.

Dit contrasteert wel heel sterk met het vonnis in de zaak-Bulger. Ook voor de kinderen A en B is behandeling mogelijk, maar de rechter waarschuwde dat zij moeten rekenen op zeker twintig jaar detentie. Niet de minste vraag die deze uitspraak oproept is hoe er dan ooit nog iets moet worden van zulke kinderen.