ALS ARTSEN FALEN

Smetten op de witte jas door J.J.E. van Everdingen, redactie 415 blz., Belvédère/Boom 1993, ƒ 48,50 ISBN 90 5352 103 8

Medisch mis handelen door René Steenhorst 212 blz., Spectrum 1993, ƒ 24,90 ISBN 90 274 3296 1

Het hart zit links en andere medische misvattingen door H. van Maanen, J.J.E. van Everdingen, H.E. Fokke 151 blz., Boom/Belvédère 1993, ƒ 25,-- ISBN 90 5352 100 3

Een goede arts behoort geen fouten te maken. En maakt ze dus ook niet, zo lijken veel medici en ziekenhuisdirecties te redeneren. Een patiënt die een fout vermoedt en zijn arts erover aanspreekt, hoort vaak dat hij het ongelukkig heeft getroffen, of dat de schade het overblijfsel is van een risicovolle ingreep waarmee toch veel erger voorkomen is. Alleen als een patiënt overlijdt na een evidente fout lichten artsen en directies tegenwoordig zelfs wel op eigen initiatief de patiënt in.

Voor artsen is het toegeven van een fout misschien moeilijker dan voor andere beroepsbeoefenaren. Genezing wordt nu eenmaal ook bereikt door een dokter die zeker en doeltreffend optreedt. Fouten toegeven verstoort dit placebo-effect dat kennelijk ook op de arts zijn uitwerking niet mist. Niet zelden nemen artsen na een fout hun toevlucht tot de smoes dat het niet in het belang van de patiënt is om van een gemaakte fout op de hoogte te zijn.

Redacteur/arts Van Everdingen beschrijft in Smetten op de witte jas ook een eigen en verzwegen fout. Tijdens de tweede bevalling die hij ooit begeleidde, in een plattelandspraktijk aan de Lek waar hij kort na zijn afstuderen waarnam, kreeg de kraamvrouw een langdurige bloeding. Hij was met haar bezig en een onervaren kraamverzorgster bond de navelstreng van de baby niet goed af. Het kind had dood kunnen bloeden.

Toen Van Everdingen de volgende dag moeder en kind opzocht 'om er nog eens over na te praten'', voelden beiden zich goed. De moeder wist niets van een navelbloeding bij haar kind. Van Everdingen liet haar in die onwetendheid. In een nabeschouwing stelt hij dat de moeder blij was dat alles goed was afgelopen. Dat het kind geen schade had opgelopen en dat de moeder alleen maar ongerust was geworden als ze op de hoogte was gebracht van het gebeurde. Hiermee bevestigt Van Everdingen het idee dat een op het eerste gezicht blakende baby onbeschadigd is. Het is een aardige anekdote, maar structureel commentaar ontbreekt.

KERNVRAAG

In de bundel van Van Everdingen staan tegen de 40 bijdragen van 50 auteurs, vrijwel allemaal artsen, aangevuld met enkele juristen, psychologen en journalisten. Het boek bestaat uit vier delen. Eerst komen de oorzaken van fouten aan de orde, dan de fouten zelf, daarna preventie en tenslotte de medische fouten van niet-artsen (kwakzalvers) en niet-medische fouten van artsen: hun vrijages met de media, de industrie en hun patiënten.

Verspreid in de historische, statistische, juridische, preventieve en verzekeringskundige hoofdstukken van Smetten op de witte jas staan vele anekdotes over medische fouten. Van Everdingen haalde de medische missers zelfs uit medische tijdschriften van bijna honderd jaar geleden, waarin zaken aan de orde komen die nu niet meer relevant zijn.

Wat ook stoort is dat de auteurs zo makkelijk van hun onderwerp afwijken. Beschermd door hun eigen zijweggetjes, de anekdotes en grappenmakerij en niet te vergeten de voor Van Everdingens boeken typische studentikoze illustraties ontwijken de schrijvers de kernvraag: wat is nu eigenlijk een medische fout? Een extreme opvatting is dat iedere ontevreden patiënt het resultaat is van een arts die een fout heeft gemaakt. Het andere uiterste is de ontkenning: wat een fout lijkt is altijd het ongelukkige gevolg van de kans op complicaties die met iedere heilzame ingreep verbonden is.

De definitie van een medische fout is complex omdat er geen medische ingreep bestaat die bij alle patiënten succesvol is en er vaak schade ontstaat bij stoppen van het voortschrijden van een ziekte. Van Everdingen hanteert geen eensluidende definitie van een medische fout en zijn auteurs gaan dus hun eigen gang. Dat stoort omdat de vage grens tussen fout en niet-fout een kernprobleem is bij kwesties tussen artsen, directies, verzekeraars, rechters en advocaten.

SMALHOUT

Smetten op de witte jas bevat echter ook enkele prachtige 'getuigenis'-artikelen van artsen die een blunder begingen. Het artikel van anesthesist prof. B. Smalhout is een voorbeeld van een opbiechter die er daarna van een collega nog eens stevig van langs kreeg. Smalhout was binnen medisch Nederland omstreden sinds hij zijn hoogleraarschap in Utrecht in 1972 aanvaardde met de lezing 'De dood op tafel'. In 1985 overleed op zijn afdeling een 78-jarige man na een reeks fouten van het anesthesiepersoneel. De man was aangesloten op een weinig gebruikt anesthesie-beademingsapparaat dat, zo bleek na enige tijd, nog in de kinderstand stond en alle verse beademingslucht door een nu niet gebruikte luchtuitgang de operatiekamer in blies. De man kreeg zijn eigen uitgeademde lucht weer ingeblazen, werd blauw met rode vlekken en kreeg daarom een medicijn tegen een foutief vermoede allergische reactie op anesthesiemiddelen. Er ging nog veel meer fout en de man overleed zestien dagen later.

De familie, de officier van justitie en de anesthesisten kwamen overeen dat strafvervolging achterwege zou blijven als de fout zou worden beschreven en gepubliceerd. Dat deden Smalhout en zijn medewerker Van der Vlist indertijd in het Nederlands Tijdschrift voor Anesthesiologie.

Collega-anesthesist H.J. Teijen zag de open wond en kieperde er een zak zout in. In een eveneens in Smetten op de witte jas afgedrukte ingezonden brief stelt hij dat de Utrechtse anesthesisten ondanks alle gemaakte fouten de patiënt hadden kunnen redden als ze als goede dokters op de man hadden gelet. Teijen schildert Smalhout en zijn groep af als op apparaten gefixeerde medische charlatans.

Smalhout figureert nog uitgebreider in het boek Medisch mis handelen van René Steenhorst, medisch journalist van De Telegraaf. Steenhorst beschrijft tien ten hemel schreiende voorbeelden van medische fouten. De basis voor Steenhorsts boek is uitsluitend anekdotisch, maar op een manier waar Van Everdingen niet aan kan tippen. Na de tien gevallen is het boek voor tweederde uit. Smalhout sluit ieder hoofdstuk af met een koele analyse van de gemaakte fouten. Wat volgt zijn drie interviews: met Smalhout en met twee advocaten (Beer en Dingemans) die zich op medische missers specialiseren. Achterin staan adressen van regionale inspecties en medische tuchtcolleges en van advocatenclubs die medische zaken aanhangig maken.

Steenhorst beschrijft zijn medische missers geheel vanuit de optiek van de nog levende slachtoffers of de achtergebleven gezinsleden. De artsen zijn van aanvang af de boosdoeners. Hun reactie is niet gevraagd. Steenhorst beschrijft enkele onbenullige fouten, maar vaker nog schade door contactarmoede tussen behandelaars en praktijkmismanagament.

Zoals de jonge vrouw meemaakte, die vanaf haar 22ste levensjaar in tien jaar 42 keer naar een Amsterdamse polikliniek gynaecologie ging wegens zware menstruatiebloedingen. Tienmaal werd een uitstrijkje gemaakt en even zo vaak werd ze gerustgesteld. Totdat ze tijdens een verblijf in Hoorn opeens een massale vaginale bloeding kreeg en in het plaatselijke ziekenhuis hoorde dat ze een al flink doorgegroeide baarmoederhalskanker had. De patholoog-anatoom wist niet dat er tien uitstrijkjes van dezelfde patiënt waren gepasseerd en had niet extra zorgvuldig gekeken. Eenmaal waren er afwijkende cellen gezien, maar de boodschap was niet bij de huisarts van de vrouw terechtgekomen. De vrouw had bij haar bezoeken aan de polikliniek 30 verschillende artsen gezien die iedere keer weer opnieuw begonnen en soms suggereerden dat haar echtgenoot wellicht te fors geschapen was.

In eerste instantie sprak het medisch tuchtcollege de aangeklaagde gynaecoloog en pathologisch anatoom vrij, want iedereen mist wel eens een diagnose. Maar in hoger beroep kregen beide artsen een waarschuwing omdat ze de voortdurende klachten niet met elkaar in verband hadden gebracht.

VOLKSWIJSHEDEN

Niet alleen artsen maken medische fouten. Ook patiënten tasten medisch mis. Van Everdingen heeft daarover met twee mede-auteurs het boekje Het hart zit links en andere medische misvattingen geschreven. Ze zijn van het kaliber: niet ontbijten is ongezond; de maag krimpt door diëten; bij inspanning doet je milt zeer; nekkramp is buitengewoon besmettelijk; van een wc-bril kun je een geslachtsziekte oplopen; van zoenen krijg je aids; hand voor je mond als je niest! als je op je stuitje valt kun je blind worden; zeep desinfecteert; lezen in het donker bederft je ogen. Met verwijzingen naar de wetenschappelijke literatuur wordt een honderdtal volkswijsheden ontkracht.

Het boekje is een geactualiseerde en uitgebreide versie van Van Maanens Kleine encyclopedie van Misvattingen uit 1989. Sommige onderwerpen zijn controversieel ('Hoge bloeddruk moet omlaag' vergt daarom ruim 2 pagina's) en kun je geen misvatting noemen. In sommige te korte items gaat de nauwkeurigheid verloren. Maar dit puntige boekje over medische fouten door gewone mensen is een verademing na Steenhorsts macabere uitzonderingsgevallen en Van Everdingens vreemde mix van grappen, grollen en saaie stukken in de boeken over medische missers van artsen.