Aanstellerige egotrip van Nieuw West

Voorstelling: Donald van Rob de Graaf door Nieuw West. Spel: Marien Jongewaard, Lieve Claes. Gezien: 25/11, Felix Meritis, Amsterdam. Nog te zien: aldaar t/m 11/12. Daarna elders t/m 24/2.

Vroeger, toen Nieuw West nog een weerspannig, marginaal en ongeaccepteerd groepje was, zette het zich graag af tegen de Grote Wereld en het Grote Toneel. Ze persifleerden en choqueerden dat het een aard had, presenteerden anti-theater waarbij ze op hun achterwerk gingen zitten, zich volgoten met drank en het publiek zelf de voorstelling maar moest maken en ze waren in het algemeen sterk tegen behagen. Behagen deden en doen alleen sterren die het met zichzelf getroffen hebben.

Men raadt het al: de rebellen werden zelf sterren, zij het binnen beperkte kring. Op basis van de veelal lyrische stukken van huisschrijver Rob de Graaf maakte Nieuw West, mooie en meeslepende voorstellingen, die een eigen thema hadden (het verlies van onschuld bij voorbeeld) en daardoor, zonder expliciete kritiek op de rest van de toneelpraktijk, blijk gaven van een artistieke stellingname. Nieuw West (waarvan de kern overigens uit veertigjarigen bestaat) werd volwassen en zichzelf genoeg.

Wellicht leidt de volgende stap naar zelfgenoegzaamheid. Daarvan levert de groep althans een staaltje met de voorstelling Donald, met mimer/acteur Marien Jongewaard in de hoofdrol. Er zijn geen andere rollen trouwens, behalve een kleine aangeeffunctie voor de actrice Lieve Claes die ons als stewardess aan het begin moet doen geloven dat we met z'n allen een vliegtuigongeluk krijgen. We zijn neergekomen in Felix Meritis, waarvan de zuilenzaal een oerwoud voorstelt, compleet met uit objets trouvés samengestelde dieren en met een bosjesman: Jongewaard dus.

Waren we maar dodelijk verongelukt. Zelden krijgt men op toneel zo'n aanstellerige, ego-trippende, zichzelf ongetwijfeld heftig ontroerende, aandachttrekker te zien als deze Kaspar Hauser van de avantgarde. Met zijn rode pruik en zijn eeuwig verdraaide, overslaande stem, en in een mimekramp gevangen mond heeft hij ook veel van Janis Joplin, op het eind van haar leven. Deze would be junk houdt ons een spiegel voor, uiteraard, ik heb zelfs de indruk dat we er ongenadig van langs krijgen, maar op het fijne belemmert De Graafs tekst zelf ieder zicht. Verborgen in de verbale derrie zitten uitspraken over Leni Riefenstahl, Margaret Mead, Artaud en Martha en George uit Who's afraid of Virginia Woolf? en verder spelen ziekte en dood een prominente rol, maar het belangrijkste lijkt toch dat Jongewaard daar staat en dat wij naar hem mogen luisteren en kijken. Twee uur lang maar liefst. Als het bedoeling is de toeschouwer op de kast krijgen, dan is dat wat mij betreft uitstekend gelukt.

    • Pieter Kottman