Zachtjes klapwieken de vlinders; De boeketreeksromantiek van Rebecca Horn

De Duitse Rebecca Horn begon haar loopbaan als performance-kunstenaar en heeft zich ontwikkeld tot een alleseter die uiteenlopende kunst- vormen aaneenrijgt tot een Gesamtkunstwerk. Haar veelgeprezen oeuvre wordt nu tentoongesteld in het Van Abbemuseum, en wekt daar ergernis. “Het is het soort schoonheid-op-de-rand- van-verval waar iedereen het mooie wel aan af ziet omdat het er zo dik bovenop ligt.”

Rebecca Horn: overzichtstentoonstelling 1968-1993. T/m 30 januari in het Stedelijk Van Abbemuseum te Eindhoven. Catalogus: 75 gulden.

De meeste schrijvers hebben maar twee of drie thema's die ze steeds weer opvoeren, maar bij een goede schrijver valt die herhaling je niet op, heeft Milan Kundera eens opgemerkt.

Wie de overzichtstentoonstelling van Rebecca Horn in het Van Abbemuseum bekijkt, ziet al gauw dat zij een vast arsenaal van symbolen gebruikt dat met grote consequentheid terugkeert in de verschillende genres die zij bestrijkt. De Duitse Horn (1944) is haar onderwerpen trouw en wordt daar om geprezen. Haar succes spreekt uit deze retrospectieve, die begon in het Newyorkse Guggenheim museum en in wisselende samenstelling verder zal reizen naar Berlijn, Londen, Wenen en Grenoble. Zeker is dat haar werk interessante thema's aansnijdt en nog esthetisch weet vorm te geven ook. Hoe komt het dan dat ik met stijgende ergernis door het Van Abbemuseum heb gelopen?

Rebecca Horn begon haar loopbaan 25 jaar geleden als performance-kunstenaar en de onderwerpen uit die tijd zijn nog steeds te herkennen in haar recente werk. In het bij uitstek fysieke medium performance (dat overigens relatief veel door vrouwen werd beoefend) was het lichaam het voornaamste object van onderzoek. De tentoonstelling in het Van Abbemuseum opent met de body-extensions die het hoofdbestanddeel van de performances uit de jaren zeventig waren. Uitgestald in reiskisten op de vloer liggen de van zacht textiel en zinnelijke vogelveren gemaakte verlengstukken van vingers, hoofd en armen die de drager meer bewust maken van zijn of haar lichaam, en de hanenmaskers en struisvogelvleugels die de performer veranderen in een fabeldier. Toch zou het zonder de video-registraties van de performances die in het museum worden vertoond, moeilijk zijn te reconstrueren hoe deze vreemdsoortige rekwisieten gebruikt werden.

Horn heeft zich sindsdien, net als andere ex-performers, ontwikkeld tot een 'alleseter' die uiteenlopende kunstvormen aaneenrijgt tot een oeuvre dat ze zelf graag omschrijft als Gesamtkunstwerk. Attributen uit haar drie speelfilms worden verzelfstandigd tot sculpturen, zelfstandige kunstwerken figureren in haar films, installaties op locatie worden - met kleine aanpassingen - opgesteld in een museum, enzovoort.

Die diversiteit aan uitdrukkingsvormen accentueert vreemd genoeg juist het feit dat in Horns oeuvre eigenlijk maar twee thema's de boventoon voeren. Het eerste motief is eenzaamheid of onvermogen tot communiceren, gesymboliseerd in allerlei cocons zoals de rolstoel of een omhulsel van struisvogelveren, maar ook in de terugkerende figuur van de blinde. De tegenhanger van dat isolement is de erotiek, op poëtische maar niet mis te verstane wijze voorgesteld door een keur van metaforen voor het 'mannelijke' en het 'vrouwelijke'.

Spatpatroon

Zo zijn in bijna alle van de resterende negen zalen in het Van Abbemuseum trechters, retorten en thermometers te zien die bloedrode of pekzwarte vloeistoffen bevatten. Met onregelmatige intervallen lekt of spuit die verf of inkt naar buiten, op de muur of de vloer een spatpatroon vormend dat als een seismograaf de 'stand van de liefde' zou aangeven. Zulke installaties dragen titels als Les Amants en Thermomètre d'Amour.

Twee cirkels van grote witte struisvogelveren, Die sanfte Gefangene, zijn afkomstig uit Horns eerste speelfilm, Der Eintänzer; daarin zien we hoe de veren zich langzaam openen en de benen van een jonge ballerina onthullen - en weer aan het oog onttrekken.

Een omgekeerd aan het plafond hangende vleugelpiano keert op gezette tijden zijn binnenste voor ons naar buiten en stoot daarbij ongecoördineerde klanken uit. Een rij agressief uitstaande metalen pennen verheft zich langzaam en vormt onverwacht de trotse staart van een pauw.

Horns werk zit vol met dergelijke transformaties: een blindenstok die op eigen kracht om zich heen begint te tasten, kobaltblauwe vlinders die zachtjes klapwieken, twee pistolen wier lopen elkaar zoeken, een woud van verrekijkers (Dialog der Ferngläser) dat als in een choreografie ritmisch draait en tuurt.

En dan zijn er nog de drie speelfilms, waarvan Der Eintänzer (1978) speelt in de typisch vrouwelijke omgeving van de balletstudio, La Ferdinanda: Sonate voor een Medici Villa (1981) in de decadente sfeer van een Toscaanse villa en Buster's Bedroom (1990) in een gekkenhuis voor filmsterren.

Bij herlezing van bovenstaande beschrijvingen kan in elk opgesomd kunstwerk zonder veel moeite een mannelijk of vrouwelijk erotisch symbool ontdekt worden. Sommige voorwerpen kunnen op beide geslachten slaan, bijvoorbeeld de trechter die soms rond is en associaties wekt met de vrouwenborst terwijl hij andere keren langwerpig is als de contour van het mannelijk geslachtsdeel. De happening-achtige, onverwachte uitstortingen van kleurstoffen doen sterk denken aan ejaculaties, terwijl de zich openende en sluitende ronde vormen van zachte materialen natuurlijk refereren aan de vagina.

Horns metaforen zijn niet nieuw, ze maakt juist gebruik van een symbolentaal die een lange traditie heeft. Sommige herken je van het surrealisme, die stroming met zijn droombeelden en -logica waarmee Horns oeuvre vaak in verband is gebracht; het vergelijken van mensen met exotische vogels of fabeldieren bijvoorbeeld en de preoccupatie met seksualiteit en fetisjisme. Horn is geïnteresseerd in alchemistische principes, wat de nadrukkelijke aanwezigheid van laboratorium-kolven verklaart, en van materialen als goud en kwik.

Aan de andere kant hebben de metaforen in haar oeuvre een persoonlijke achtergrond. Horn heeft er nooit twijfel over laten bestaan dat haar werk sterk autobiografisch is.

Het belangrijkste terugkerende thema is het sanatorium waar ze na haar academietijd moest verblijven omdat het werken met fiberglas en polyester haar een longziekte had bezorgd. Ze voelde er zich gevangen maar begon in bed met het maken van de body-extensions voor haar eerste performances.

Ziekte, eenzaamheid, medicalisering van het lichaam - het zijn dus doorleefde thema's, laat Horn ons via interviewers weten. Telkens weer duiken ze op in haar werk, en vooral in haar films: Buster's Bedroom, haar speelfilm uit 1990 met professionele acteurs als Donald Sutherland en Geraldine Chaplin, speelt zelfs helemaal in een gesticht.

Mechanisch

Rebecca Horn is, zoals gezegd, veel geprezen om die trouw aan haar obsessies en om de elegante en pregnante wijze waarop zij ze door middel van haar symbolentaal naar voren weet te brengen. Mijn irritatie over deze tentoonstelling geldt echter om te beginnen juist die herhaling, die de symboliek zo over-nadrukkelijk maakt dat elke subtiliteit eraan onttrokken wordt. Er is geen motief of het is tenminste vijf keer gebruikt, gevarieerd, hergebruikt en getransformeerd. De pauwestaart bijvoorbeeld keert terug in de waaier van struisvogelveren die het danseresje omhult. Dat openen en sluiten, met veren, met stof, met verf, met een vleugelpiano wordt voorspelbaar. De herhaling krijgt een mechanisch, gedachtenloos karakter, net als de klop- en meetinstrumenten die willoos hun kunstje doen. Om bij Kundera's definitie van een goede schrijver te blijven: de obsessie - een kostbaar goed voor een kunstenaar - is aanwezig, maar Horn lijkt het erop aan te leggen dat we hem al van verre herkennen.

Een tweede ergernis is het soort symbolen dat Horn gebruikt. Haneveren, pauwestaarten, balletdanseressen, de blinde, de verrekijker, de veranderlijkheid en vlugheid van kwik, de symboliek van de sneeuwwitte damesschoen, de ontlading, de thermometer van de liefde, de vlinder - zijn het niet allemaal clichés, rechtstreeks afkomstig uit advertenties in glossy damesbladen? Er kleeft een behaagzieke chic aan Horns esthetica: het is het soort schoonheid-op-de-rand-van-verval waar iedereen het mooie wel aan af ziet omdat het er zo dik bovenop ligt. Te beweren dat Toscaanse villa's zo mooi zijn zoals Horn doet in de film La Ferdinanda, daar kan niemand zich een buil aan vallen. Het beste bewijs is de glossy cover van de Engelstalige catalogus, waarop de kunstenares en profil is gefotografeerd. Avenue, was mijn eerste associatie terwijl ik keek naar de beeltenis en profil van de kunstenaar. Horn poseert als een professioneel model, compleet met gloss op de lippen en een effectvol opgemaakt oog dat ons wat wezenloos aankijkt. Ze heeft haar gezicht in een bos zwarte veren geduwd, waardoor de erotische lading van het portret nog eens wordt benadrukt.

Perpetuum mobile

Het lijkt er bovendien op dat Horn niet alleen de beeldtaal uit mondaine damesbladen leent, maar ook de stereotype opvattingen over mannen en vrouwen. Het mannelijke principe wordt in haar werk voorgesteld als een agressieve pauw, of als een uitstorting over de passieve vrouw. Het vrouwelijke is in haar ogen zacht, rond, ontvangend en versluierd. Ik vind Horns zienswijze nogal traditioneel en weinig optimistisch: alsof er niets anders zou zijn wat mannen en vrouwen verbindt dan een mechanisch herhaalde beweging, een perpetuum mobile van aantrekken, uitstorten en afstoten waarna ieder zich weer in zijn eigen wereldje terugtrekt.

Het is de valse romantiek van de boeketreeks, waarin de tot in het absurde getrokken verschillen tussen mannen en vrouwen alleen overbrugd kunnen worden door 'passie'. Trouwens, steeds wanneer in Horns oeuvre 'echte' thema's aan de orde komen zoals ziekte, dood, lijden en passie, verdrinken ze in een poel van esthetiek.

Om al die redenen beschouw ik het werk van Rebecca Horn als kitsch. Hier wordt als diepzinnig gepresenteerd wat voorspelbaar en oppervlakkig is, hier heerst valse romantiek en wordt alles platgeslagen onder een clichématige esthetica.

De expositie in het Van Abbemuseum doet mij hunkeren naar iets werkelijk ongerijmds: dat die pistolen niet voor hun spiegels staan te pronken maar doel raken, dat de hemel, desnoods in de vorm van een piano, daadwerkelijk naar beneden komt zetten, dat de trechters van de liefde overborrelen en een vreselijke stank verspreiden. Maar in de meisjeswereld van Horn is alles van een reine onschuld, zelfs haar obsessies. Rebecca Horn is de Barbara Cartland van de hedendaagse beeldende kunst.