Woordenbrijen

Archis. Nr 11 1993. Uitg. C. Misset, 96 blz. Prijs ƒ 18,-

Sinds begin dit jaar is Archis, het maandblad over architectuur, stedebouw en beeldende kunst, tweetalig en worden de Nederlandse teksten consequent vertaald in het Engels. Voor de redactionele formule heeft dit geen gevolgen gehad. Net als vroeger bevat elk nummer artikelen, interviews, boekbesprekingen, een column, een agenda en een soort hoofdredactioneel commentaar. Het opent altijd met een aantal korte stukken die ingaan op gebeurtenissen, gebouwen en tentoonstellingen die min of meer actueel zijn. Min of meer, want hoofdredacteur Geert Bekaert beschouwt het niet als taak van Archis om de actualiteit op de voet te volgen. Dit doen de dag- en weekbladen volgens hem al goed genoeg.

Archis bevat daarom lange, diepgravende artikelen die men niet zo gauw zal aantreffen in andere tijdschriften. Soms pakt dit goed uit, zoals het artikel van Caroline van Eck over het gebruik van de term 'stijl' in de achttiende-eeuwse Franse architectuurtheorie in het vorige nummer. Maar vaak ontaarden de artikelen in onbegrijpelijke woordenbrijen, waaraan geen eindredactie te pas lijkt gekomen. Ook het laatste nummer bevat weer een paar van zulke stukken. Zo leveren de poëtische ontboezemingen van Charles-Arthur Boyer over een gebouw van Massimiliano Fuksas in Parijs onverteerbaar proza op. Nog erger is Gijs Wallis de Vries die twaalf lange, ongeïllustreerde pagina's mag uitwijden over 'Deleuze en de architectuur'. De Franse filosoof Gilles Deleuze lijkt Jacques Derrida, een andere Franse filosoof, te verdringen als leidsman in bepaalde architectenkringen. In de teksten van de Ben van Berkel, Wiel Arets, Wim van den Bergh en ook Rem Koolhaas duikt Deleuzes naam in ieder geval steeds vaker op. Een mooi artikel over deze blijkbaar voor architecten boeiende filosoof is dan ook zeker geen overbodige luxe, maar Gijs Wallis de Vries weet zo hermetisch over Deleuze te schrijven dat het zelfs na twee keer lezen volstrekt onduidelijk blijft wat al die architecten toch in hem zien. Over wat de Franse architect Jean Nouvel van Deleuzes filosofie vindt, schrijft Wallis de Vries bijvoorbeeld: 'Wat Nouvel in elk geval duidelijk maakt, is dat hem zowel het concept als het prospect interesseren, en dat hij beide wil inzetten in het domein van affecten en percepten dat de architectuur van nature eigen is.'

De neiging om artikelen als dat van Wallis de Vries in Archis te publiceren is sterker geworden sinds Bekaert in 1990 Hans van Dijk opvolgde als hoofdredacteur. Met de komst van deze Belgische ex-hoogleraar is de vloed woordenstromen over Franse filosofie onstuitbaar geworden. Helaas is het effect averechts: lezers zullen niet meer begrip krijgen voor de Derrida's en de Deleuzes. Integendeel, Archis geeft ze alle reden om hun hersenspinsels af te doen als onbegrijpelijk gestamel. Dat is jammer, want ik kan me niet voorstellen dat goede architecten als Van Berkel en Koolhaas worden gefascineerd door onzin.