Verder zonder CDA

DE CRUCIALE MOTIE over de toekomst van de sociale zekerheid werd kort na middernacht ingediend door PvdA-fractievoorzitter Wöltgens. Het is een uitspraak van de Kamer waarin de regering wordt verzocht vorm te geven aan een uitkeringsstelsel waarbij de uitvoering niet meer bedrijfstaksgewijs zal zijn georganiseerd, een koppeling wordt gelegd met de arbeidsvoorziening en toezicht wordt gehouden door een onafhankelijk orgaan. Het lijkt weinig spectaculair want abstract en bovendien was de afgelopen weken al duidelijk dat de politieke conclusie over het rapport van de parlementaire-enquêtecommissie onder leiding van de PvdA'er Buurmeijer deze kant op zou gaan.

Toch is de politieke betekenis van de motie niet gering als gekeken wordt naar de ondertekenaars. Dan valt namelijk op dat CDA-fractievoorzitter Brinkman de Kamer-uitspraak als enige niet heeft ondertekend. Als het gaat om de inrichting van het sociale-zekerheidstelsel - wat los staat van politiek gevoelige discussies over uitkeringshoogte - trekken van nu af aan PvdA, VVD, D66, GroenLinks en de kleine christelijke fracties gezamenlijk op en staat het CDA aan de kant. Er kan, gezien de rol van de christen-democraten bij het tot stand komen van het stelsel van sociale zekerheid, gerust worden gesproken van een fundamentele wending. De taakverdeling tussen het maatschappelijke middenveld en de staat ondergaat een ingrijpende herschikking en daarbij staan de christen-democraten buiten spel.

Dat is dan ook het ware isolement waar het CDA vannacht in terecht is gekomen. Hoe dat in de praktijk uitwerkt kan al spoedig blijken. Als de discussie van de afgelopen twee weken in de Tweede Kamer naar aanleiding van het rapport-Buurmeijer één ding duidelijk heeft gemaakt is het wel dat de toekomst van de sociale zekerheid opnieuw een zeer belangrijk onderdeel van de komende kabinetsformatie zal vormen. Het theoretisch concept voor een andere verdeling van verantwoordelijkheden ligt er nu. Een concept dat niet wordt onderschreven door de stroming die als enige reeds ruim zeventig jaar regeringsverantwoordelijkheid draagt.

HET ANDERE ISOLEMENT waarin het CDA is terechtgekomen betreft de WAO. Duidelijk is geworden dat de meerderheid van de Tweede Kamer niets voelt voor het ter discussie stellen van de 'oude gevallen' in de WAO. Aan de vooravond van het Kamerdebat had CDA-fractievoorzitter Brinkman naar aanleiding van het enquêterapport de discussie hierover heropend. Het is het goed recht van een politicus het debat over 'afgehandelde zaken' opnieuw te beginnen. Maar in dit geval speelde Brinkman wel een zeer bijzondere rol. Hij heeft zich immers begin dit jaar neergelegd bij het compromis dat de coalitie ten huize van minister De Vries in Bergschenhoek sloot. Toen heeft hij zijn - op zichzelf terechte - verzet tegen een ongelijke behandeling van oude en nieuwe WAO-gevallen opgegeven. De WAO-wetten zijn op 1 augustus met de steun van het CDA in het Staatsblad gekomen. Het gaat dan niet aan daarvan drie maanden later afstand te nemen. Dan maakt daadkracht plaats voor jojo-beleid.

De suggestie van gisteravond vanuit CDA-hoek dat Brinkmans actie was ingegeven door zijn veronderstelling dat het kabinet in dezelfde richting dacht, maakt het er niet beter op. Dat zou betekenen dat de CDA-ministers Brinkman een kamikaze-actie hebben laten uitvoeren. Geen prettige gedachte voor de nieuwe CDA-leider.