Strateeg Kohl had het even niet in de hand

BONN, 26 NOV. “Nederlaag? Wie zegt dat? Ach, dat de SPD dit een nederlaag noemt interesseert me minder. We gaan nu met de FDP praten over een andere kandidaat en de SPD kan er zeker van zijn dat die volgend jaar gekozen wordt. Die mensen in de Baracke (het SPD-hoofdkwartier) zouden hun salaris niet waard zijn als ze werkelijk iets anders verwachten.”

Kanselier en CDU-voorzitter Helmut Kohl deed gisteren tussen de vele bedrijven door - algemene beschouwingen in de Bondsdag, een bezoek van de Britse premier John Major, het maar middelmatig welkome akkoord over de vierdaagse werkweek bij Volkswagen (20 procent minder werktijd, tien procent minder loon) - wel heel ontspannen toen hem om een reactie werd gevraagd op de feestelijk-kritische recensie die hij van de oppositionele SPD had gekregen na het bedanken van 'zijn' keus Steffen Heitmann als kandidaat van de CDU voor de opvolging van president Richard von Weizsäcker.

De SPD hoeft er niet op te rekenen dat zij haar kandidaat, Johannes Rau, op 23 mei 1994 in de Bundesversammlung (662 Bondsdagleden en evenveel vertegenwoordigers uit de deelstaten) gekozen krijgt, verzekerde Kohl. Hij had net telefonisch van SPD-voorzitter Rudolf Scharping te horen gekregen dat de SPD vasthoudt aan de kandidatuur van de 62-jarige Rau, die al anderhalf decennium premier in Noordrijn-Westfalen is.

Het had wel iets van over-acting, die ostentatieve zelfverzekerdheid die Kohl wenste te vertonen na een ingelaste spoedvergadering van de Bondsdagfractie van de CDU/CSU. Die vergadering zelf had immers nogal in het teken van grote opwinding tot lichte paniek gestaan. Fractievoorzitter Wolfgang Schäuble, de beredeneerde conservatief in de rolstoel die steeds meer de grote CDU-strateeg achter Kohl is, gaf dat toe met de woorden: “Dit is voor ons geen makkelijke dag.” En wat zei de tweede man van de CDU ook nog, met impliciete kritiek op de eerste man, voor wie (heel) goed luisterde? “Ik heb nog steeds de hoop niet helemaal opgegeven dat we alsnog tot een kandidaat van alle grote partijen kunnen komen.”

CDU-critici van de kandidatuur-Heitmann hadden wèl een mooie dag. Zó mooi, dat zij een voor Kohl pijnlijke grootmoedigheid aan de dag legden. De vroegere Weizsäcker-woordvoerder Friedbert Pflüger bijvoorbeeld zei aardig-gemeen tegen de vele camera's: “Ook een groot politicus als Helmut Kohl mag wel eens een fout maken.” En plaatsvervangend fractieleider Heiner Geissler, ook al geen dikke vriend van de kanselier, met een ernstig gezicht: “Nu kunnen we gaan zoeken naar een gemeenschappelijke kandidaat met de FDP, dat had natuurlijk al veel eerder gekund.”

Dat wordt trouwens de eerste weken nog lastig. Weliswaar is alom te horen dat de 59-jarige CDU'er Roman Herzog, de president van het Constitutionele Hof in Karlsruhe, voor alle coalitiepartijen een aanvaardbare kandidaat zou zijn, maar het zal nog even duren voor die kan worden gevraagd. Want nadat de SPD op 13 september Johannes Rau had gekandideerd en Kohl daarop even later 'tactisch' had gereageerd door de Ossi Steffen Heitmann naar voren te schuiven (zonder vooroverleg met de CSU en de FDP), had FDP-voorzitter Klaus Kinkel er immers mee moeten instemmen dat ook zijn partij met de links-liberale Hildegard Hamm-Brücher een eigen kandidaat presenteerde. Deze 72-jarige zei gisteren direct dat zij in elk geval niet van plan is zich (vrijwillig) terug te trekken. Zodat minister Kinkel (buitenlandse zaken), die verklaard voorstander van voortzetting van de huidige coalitie is maar aan wiens gezag als FDP-voorzitter wordt getwijfeld, wel moest zeggen dat hij aan haar vasthoudt. “Voorshands”, zei hij er een keer bij. Ook hier lijkt zich te wreken dat CDU-voorzitter Kohl zich met zijn keus voor de conservatieve en onhandige Oostduitser Heitmann, de Saksische minister van justitie die hij in 1992 bij een bezoek aan de vroeger beruchte gevangenis voor DDR-dissidenten in Bautzen had leren kennen, vergaloppeerde.

Hoezeer en hoe snel Heitmann in Bonn uit het beeld verdwijnt bleek gisteren al daaruit, dat praktisch niemand aandacht schonk aan zijn aanbeveling om nu voor het presidentschap te denken aan de Oostduitse theoloog en SPD'er Richard Schröder. Alleen de tot zijn eigen verrassing zo gelanceerde Schröder, in 1990 even fractieleider van de SPD in de Oostduitse Volkskammer, moest er zelf wel iets over zeggen. Namelijk dit: “Wegens loyaliteit jegens de SPD en Johannes Rau ben ik niet bereid tot een kandidatuur.” Dat was een erg vanzelfsprekende reactie, zeker nu een SPD-congres nog vorige week zeer massaal achter Rau was gaan staan. Zogezien bevestigde Heitmann, die daaraan klaarblijkelijk niet had gedacht, zelfs in zijn zwanezang als kandidaat-president nog ongewild zijn politieke onbeholpenheid. En daarmee ook de ongewone 'personele fout' die Kohl, een man toch die in zijn kennis van personele CDU-verhoudingen een groot deel van zijn politieke kapitaal heeft zitten, twee maanden geleden maakte door hem te vragen.

Herzog, de man wiens naam nu op ieders lip is, ooit minister onder Kohl in de deelstaat Rijnland-Palts, kent de gecompliceerde politieke topografie van Bonn uitstekend. Bestormd door journalisten beantwoordde hij gisteren dan ook zeer voorzichtig de vraag of hij beschikbaar is: “Ik zeg niets, dan kan ik niets verkeerd zeggen.” Dat antwoord nam niet weg dat iedereen meent te weten dat Herzog voor Kerstmis gevraagd wil zijn en anders wel eens zou kunnen weigeren.

De nog 'geheime' coalitie-kandidaat voor de opvolging van Weizsäcker is in 1934 in het Beierse Landshut geboren als zoon van een museumdirecteur. Na zijn rechtenstudie (München) was hij hoogleraar staatsrecht in Berlijn (1965-'69) en administratief recht in Speyer (1969-'73). In 1970 werd hij lid van de CDU, in 1973 vertegenwoordigend minister namens Rijnland-Palts in Bonn. Vervolgens werd hij in 1978 lid van de landdag en in 1980 minister van binnenlandse zaken en cultuur in Baden-Württemberg. In die functie was hij als 'law-and-order-man' vrij onbemind bij de SPD, die bijvoorbeeld niet gediend was van zijn standpunt dat deelnemers aan verboden demonstraties best beboet konden worden om zo een deel van de kosten van de inzet van extra politie te compenseren.

Herzogs imago, Herzog zelf misschien ook wel, veranderde na zijn benoeming in december 1983 tot vice-president van het Constitutionele Hof in Karlsruhe. In die functie trok hij onder meer de aandacht door in een veelbesproken arrest het recht op demonstratievrijheid van tegenstanders van kernenergie, die zeer hevig hadden betoogd bij de nucleaire centrale in Brokdorf, van hoger belang te achten dan politiek-bestuurlijke bezwaren tegen verstoring van de openbare orde. Sindsdien is Herzog, die in 1987 president van het hoogste rechtscollege werd, ook bij de SPD en de liberale FDP een gerespecteerd man.

Deze Beierse protestant, die lid was van de Duitse Evangelische Synode, is nu bovendien de man die de CDU/CSU en de FDP, of preciezer: vooral hun eerste heren Kohl en Kinkel, dadelijk wellicht zal bevrijden uit hun zelfgecreëerde dilemma. Namelijk het dilemma over de opvolging van de geslaagde president Weizsäcker, “Richie”, alias Staatsmann Silberlocke, het zo gewetens- en succesvolle mede-lid van de 'protestantse mafia' in de vooral rooms-katholieke, met Parijs verzoende en Westeuropees geïntegreerde Bondsrepubliek van de Rijnlander Konrad Adeauer, die sinds de Duitse eenwording zoveel noordoostelijker, Middeneuropeser en protestantser geworden is. Herzog als Beierse president dan in een land dat 'normaal' geworden moet zijn en dat in juni 1991 na diep ademhalen Berlijn boven Bonn prefereerde als politieke hoofdstad.

Wie zo wil, zou in de sector symboliek met een president Herzog behoorlijk aan zijn trekken kunnen komen. Meer nog: na gisteren lijkt het natuurlijk serieuze politieke gevecht om het Duitse presidentschap te gaan tussen een gewone nette socialist en een gewone nette christen-democraat. Straks geen kopjes thee meer met zes historisch bepaalde klontjes suiker voor de argwanende buren dus. Dat zou in menig opzicht niet zo slecht zijn. Ook niet voor de buren trouwens, die langzamerhand - bent u daar, zuster Anna? - sowieso aan dat idee moeten wennen.

    • J.M. Bik