Rudi van Dantzig over Noerejev; Allesverzengende allure

Rudi van Dantzig: Noerejev. Het spoor van een komeet. Uitg. Gaillarde Pers, 280 blz. Prijs ƒ 39,50

Al met al heeft Rudi van Dantzig, tot drie jaar geleden artistiek leider van Het Nationale Ballet, de wereldberoemde danser Rudolf Noerejev een kwart eeuw gekend. Hij schreef een boek over hun wat hijzelf noemt 'kameraadschap', pal na de dood van Noerejev, die in januari van dit jaar overleed. Die betrekkelijke haast is aan Het spoor van een komeet af te lezen. Maar kritiek daarop treft vooral de uitgever, Gaillarde Pers. Die had zijn auteur moeten behoeden voor spelfouten (het wemelt van 'persé' en 'aanteiging') en voor grammaticale en stilistische onjuistheden als 'de flat van Rudolf die ze aan mij beschikbaar stelden' of 'het verstrekte voedselrantsoen dat ze ontvingen.' Jammer en onnodig is dat.

Want intussen weet Van Dantzig, misschien wel weer mede wegens de haast, een levendig beeld op te roepen van de beroemdste danser aller tijden. Al is de tijd die hij samen met zijn onderwerp doorbracht natuurlijk veel beperkter geweest dan vijfentwintig jaar (ze zagen elkaar soms jaren achtereen niet), de incidentele ontmoetingen en samenwerking blijken dank zij Van Dantzigs geheugen toch een coherent inzicht in het leven en werk van Noerejev op te leveren.

Van Dantzig is gelukkig geen onvoorwaardelijke bewonderaar van de danser en later choreograaf en artistiek leider (en zelfs even dirigent) van het Parijse Ballet de l'Opéra - en van de mens die al deze functies met tomeloze en rusteloze inzet en energie wist te verenigen. Die houding maakt het boek leesbaar en onderscheidt het van de zoveelste hagiografie.

Van Dantzig betoont zich een kritische outsider, die anderzijds door zijn hoedanigheid als leider van een groot gezelschap over voldoende betrokkenheid en deskundigheid beschikt om zijn scepsis te kunnen staven. Zo laakt hij voortdurend Noerejevs overvolle agenda, die tot zo ongeveer de laatste jaren toe voorziet in optredens over de gehele wereld, al worden de theaters en steden waar hij optreedt en de gelegenheidsgezelschappen waarmee hij dat doet, steeds armetieriger. Hij hekelt Noerejevs onvermogen zich op toneel anders dan een ster te gedragen en 'kwetsbaar' te zijn, zonder pathos en maniërisme. In die sfeer ligt ook zijn onwil zich te voegen naar het grotere geheel - juist in de dans zo belangrijk - en zijn bijna pathologische eis altijd het middelpunt te zijn op toneel, ook later nog, als dat pijnlijk wordt omdat er intussen een hele generatie jongere en veel betere dansers naast hem staat.

Het zijn de redenen waarom Van Dantzig Noerejev, dank zij wiens medewerking vanaf 1968 Het Nationale Ballet internationaal enige bekendheid verwierf en buitenlandse tournees aangeboden kreeg, al vrij snel niet meer bij zijn gezelschap wil laten optreden.

Allure

Het aardige is dat dezelfde eigenschappen ook Van Dantzigs bewondering en verbazing opwekken, voor en over een fenomeen dat zich behalve door zijn inderdaad fabelachtige talent, techniek en présence, juist door zijn allesverzengende allure onderscheidt. Niets is, en blijkt ook vaak daadwerkelijk, onmogelijk: ingewikkelde rollen maakt hij zich in een fractie van de tijd die ervoor staat eigen, Australië en Amerika zijn, ondanks zijn grote vliegangst, plekken die hij tussen de bedrijven door even aandoet - voor een tweedaagse vakantie (Noerejev bezat overal ter wereld huizen en appartementen) of voor een eenmalig optreden, met een uurtje repetitie vooraf.

Maar tussen zijn weerstand en bewondering weet Van Dantzig geen goede balans te vinden. In plaats van zijn beschrijvingen van de glamour, het egocentrisme en de klatergouden parties (die hij dus net zo goed afloopt) voor zichzelf te laten spreken, stelt Van Dantzig er voortdurend zijn eigen sobere levenshouding tegenover. Met een nadrukkelijkheid die ergerlijk is. Zijn vertoon van nobele eenvoud is vaak koket en op het kwaadaardige af: wel meesmuilend berichten over het grootse, in New York georganiseerde feest ter gelegenheid van Noerejevs vijftigste verjaardag, daar toch heen gaan maar je creditcard vergeten en je vervolgens gedurende je hele verblijf vrij laten houden, lijkt me geen voorbeeld van correct socialisme. Dat hij de gang van zaken meldt, is eerlijk, maar de toonzetting niet. Als de hem onbekende secretaresse van Noerejev, die hem van het vliegveld zou komen halen, hem misloopt en naderhand zegt 'naar een veel ouder iemand' te hebben uitgekeken, vermoedt Van Dantzig dat ze bedoelt: 'een veel officiëler gekleed heerschap.' Dergelijke observaties schrijft Van Dantzig met voelbare gretigheid op, maar anders dan hij denkt zijn ze allesbehalve een teken van bescheidenheid.

Wat dat betreft is een nachtelijk incident op een Grieks eiland illustratief. Tijdens een strandwandeling schrikt Van Dantzig heftig van een mismaakte man, die zich moeizaam op zijn armen over het zand voortbeweegt. Hij stelt voor rechtsomkeert te maken. Noerejev reageert scherp: “Is that your human interest, you shy away when somebody looks a bit different (...) In a situation like this your own emotions are of no importance.”

Het siert Van Dantzig wederom dat hij de gebeurtenis beschrijft en inziet dat Noerejev gelijk heeft, maar zijn eigen emoties spelen hem op vergelijkbare manier het hele boek door parten. Hij is in de dankbare gelegenheid geweest om een zo legendarische figuur als Noerejev van nabij mee te maken en beschrijft zijn ervaringen adequaat, zij het in nauwelijks literaire vorm. Maar net te vaak getuigt hij van zijn eigen politieke en morele overtuigingen en dwingt hij de lezer te kiezen tussen even Hollandse als valse schaamte en groots en meeslepend leven. Dat is ijdel en onbescheiden, maar ook vruchteloos. Want die keuze is snel gemaakt.