'Overlast en risico's uitbreiding Schiphol onderschat'

UTRECHT, 26 NOV. Waardeloos en misleidend. Aldus het vernietigende oordeel waarmee de stichting Natuur en Milieu de deze week verschenen Integrale milieu-effectrapportage (IMER) over Schiphol onmiddellijk “naar de prullenmand” verwees. “Het heeft er alle schijn van dat men heeft toegeschreven naar een vooropgezet resultaat, namelijk een nieuwe vijfde baan, parallel aan de Zwanenburgbaan”, zegt J.T.F. Fransen van Natuur en Milieu. Dat is andere taal dan van de Noordhollandse milieu-gedeputeerde G. de Boer, die de IMER-voorkeur voor de vijfde baan bestempelde als “een fatsoenlijke keuze”.

Met haar krasse taal verklaart Natuur en Milieu niet alleen de meer dan honderd deskundigen die de IMER maakten incompetent, maar trekt zij ook de reputatie van onderzoeksbureaus die aan het rapport meewerkten, zoals het Nationaal lucht- en ruimtevaartlaboratorium (NLR), het Instituut voor milieuwetenschappen van TNO en het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieuhygiëne (RIVM), in twijfel.

Fransen is van al die deskundigheid allerminst onder de indruk. “De onafhankelijke onderzoeksbureaus hebben uitstekend werk gedaan, maar het is met computers nu eenmaal zo, dat de resultaten van berekeningen in hoge mate afhangen van wat je er in stopt. En wat dat betreft waren ze volledig afhankelijk van de gegevens die de Rijksluchtvaartdienst beschikbaar stelde. Normaal wordt een milieu-effectrapportage opgesteld door een extern onderzoeksbureau, maar dat heeft de RLD geweigerd. Die wilde het per se zelf doen.”

De woordvoerder van het Project Mainport en Milieu Schiphol (PMMS), dat de onderzoeken in het kader van de voorgenomen uitbreiding van de luchthaven coördineert, zegt dat het wel vaker voorkomt dat een betrokken instantie zelf de regie van de wettelijk verplichte milieu-effectrapportage in handen houdt.

Het resultaat is er naar, meent Fransen. “De geluidoverlast en de veiligheidsrisico's worden stelselmatig onderschat en veelbelovende alternatieve banenstelsels zijn om onduidelijke redenen niet onderzocht.” Zo zijn volgens Fransen de geluidzones die aangeven in welke mate omwonenden geluidoverlast te duchten hebben te klein. “De geluidpieken die onder de 65 decibel blijven worden niet meegeteld voor de berekening van die contouren. Daardoor wordt het aantal ernstig gehinderden kunstmatig klein gehouden. Dit geldt bijvoorbeeld voor Leiden, waar veel vliegtuigen overheenkomen, maar het pieklawaai meestal onder de 65 decibel blijft en dus niet meetelt. Daardoor zijn er in werkelijkheid veel meer ernstig gehinderden dan de IMER voorspiegelt.”

Ook de nieuwe lawaainorm voor nachtvluchten is volgens Natuur en Milieu te soepel, zowel qua hoogte als qua duur. “In de IMER duurt de nacht van elf uur 's avonds tot 6 uur 's ochtends. Men redeneert: als in die periode de Zwanenburgbaan en de Aalsmeerbaan niet worden gebruikt, treedt er ook geen slaapverstoring op. Maar tot elf uur en na zessen worden beide banen intensief gebruikt en dat zijn voor de nachtrust van veel mensen de gevoeligste uren”, aldus Fransen.

Op de berekening van de veiligheidscontouren - die aangeven welke kans omwonenden lopen slachtoffer te worden van een vliegtuigongeluk - is volgens Natuur en Milieu eveneens veel af te dingen. “De IMER beperkt zich tot de individuele risico's, maar in feite zijn de groepsrisico's veel belangrijker. Daarover bestaat wel regelgeving voor industriële installaties, maar nog niet voor de luchtvaart. Er is geen norm, dus is er geen probleem, aldus de IMER. Maar zo steek je je kop natuurlijk in het zand.”

Tenslotte zit het Natuur en Milieu danig dwars dat in de IMER bepaalde banenstelsels niet zijn onderzocht op hun gevolgen voor mens en milieu. Daaronder zitten de varianten waarin de bestaande Zwanenburgbaan een fractie wordt gedraaid en naar het zuiden wordt verlegd, al dan niet in combinatie met een nieuwe vijfde baan parallel daaraan. “Volgens onze inschattingen leveren die configuraties aanzienlijk minder geluidoverlast en risico's voor omwonenden, maar de IMER heeft ze niet onderzocht, ofschoon de Tweede Kamer daar wel op heeft aangedrongen.” De PMMS-woordvoerder zegt dat momenteel wordt nagegaan of deze varianten alsnog zullen worden onderzocht. De beslissing daarover zou volgende week vallen.

    • Joop Meijnen