Nieuw museum in Vianen met afdeling voor blinden

Na lang zoeken heeft men in Vianen onderdak gevonden voor het uitgebreide cultuurhistorisch museum. Het museum heeft speciale voorzieningen voor blinden.

Zoals de 'vrijplaats' Vianen zich in het verleden al van andere Nederlandse steden onderscheidde, vertoont ook het plaatselijke museum, dat deze maand haar deuren opende, eigenwijze trekjes. Andere provinciestadjes beschikken misschien over vergelijkbare collecties, maar welk museum kan zich beroemen op een 'juniorenclub' van honderdvijftig leden en een speciaal op blinde bezoekers ingerichte tentoonstelling? Het Stedelijk Museum dat op 5 november door prinses Margriet geopend werd, heeft speciale voorzieningen voor blinden getroffen. Maquettes en beelden, maar ook eeuwenoude gebruiksvoorwerpen mogen naar hartelust worden betast. Tekstborden in braille verschaffen toelichting bij de voorwerpen en verklaren zaken die voor ziende bezoekers vanzelfsprekend zijn. Jos de Meyere, kunsthistoricus en voorzitter van de lokale museum-stichting, heeft een belangrijke rol gespeeld in de totstandkoming van zowel het museum als de speciale voorzieningen. “Ik vind het vanzelfsprekend dat je de historische achtergronden van je woonplaats wilt leren kennen,” stelt hij. “En met die aanpassingen voor blinden hoop ik andere musea op ideeën te brengen.”

Een voorganger van het huidige museum werd in 1984 - min of meer uit noodzaak - ingericht om onderdak te bieden aan de verzameling Rooseboom. De Meyere: “Een prachtige collectie porselein en aardewerk die aan de gemeente Vianen was gelegateerd.” Rooseboom had echter voorwaarden aan zijn schenking verbonden: als de stukken niet in Vianen tentoongesteld werden, verviel de collectie aan Rotterdam of Utrecht. De 'museumzaal' van het stadhuis waar het legaat was ondergebracht sloot in 1981. “De lokale politiek deed geen enkele moeite om de verzameling te behouden.' zegt De Meyere “Toen hebben we gezegd: het hóórt hier, het bljft hier!” Onderdak werd tenslotte gevonden in de Voorstraat. Aangezien daar ook voorwerpen over de geschiedenis van Vianen werden tentoongesteld was het museumpje van meet af aan te klein. “Wilde je het porselein laten zien, dan moest de geschiedenis naar de kelder verhuizen en andersom.”

Daar kwam nog bij dat de snel groeiende juniorenclub het museum regelmatig in beslag nam. “Sommige bezoekers voelden zich dan niet op hun gemak.”

Toen drie huizen verderop een voormalige schuilkerk te koop werd aangeboden zagen De Meyere en zijn geestverwanten hun kans schoon. Heel Vianen werd aangesproken om de verwerving en restauratie van het pand te bekostigen. Het werven van sponsors kwam op gang toen de VSB-bank een ton op tafel legde. “Daarna kwamen de anderen ook over de brug.” Met de verkoop van het oude pand, subsidies en een bijdrage van de gemeente werd de rest van de benodigde 550 duizend gulden bij elkaar geschraapt.

Met het huidige museum wordt recht gedaan aan geschiedenis van Vianen, een plaats die vroeger bekend stond als 'vrijstad'. Niet lang na het verkrijgen van stadsrechten, waar men twee jaar - 1335 en 1336 - voor nodig had, begon Vianen zich te ontwikkelen tot een stadstaatje. De heren van Vianen waren soeverein en het stadje verkreeg een positie als 'vrije heerlijkheid.' Gewiekste ondernemers en voortvluchtige criminelen maakten dankbaar gebruik van deze uitzonderingspositie. De zeventiende eeuwse uitdrukking 'Naar Vianen gaan' betekende zoveel als er tussenuit knijpen. De vele handelscompagniën die in het begin van de achttiende eeuw door speculatie en windhandel failliet gingen zorgden voor de toeloop van berooide 'aktionisten' (verkopers van aktiën). In pamfletten en spotprenten uit die tijd worden deze binnenlandse asielzoekers belachelijk gemaakt. Het museum toont enkele prenten over de 'malle actionisten'. Kaarten en tekeningen tonen hoe kasteel Batestein er uit moet hebben gezien. Dit slot werd in de zestiende eeuw bewoond door de familie Van Brederode en vormde in de aanloop van de tachtigjarige oorlog het zenuwcentrum van het verzet tegen Philips II. Een paar stenen brokstukken in het museum zijn alles wat er van Batestein rest. Daaronder één van de twee stenen honden die - zo valt op een schilderij te controleren - ooit de toeganspoort naar het slot decoreerden. Blinde bezoekers kunnen beeld en schilderij dan wel niet vergelijken, ze mogen vrijelijk hun handen gebruiken om zich een voorstelling van deze hond te maken. Voor beschadigingen is De Meyere niet bezorgd. Hij weet uit ervaring dat blinden voorzichtig met museale voorwerpen omgaan. Vijftien jaar geleden begeleidde hij een groep blinde bezoekers op een tentoonstelling in Utrecht, een gebeurtenis die grote indruk maakte. “Destijds was ik toch wel bezorgd. Vooral omdat ik geen enkele ervaring met blinde bezoekers had.” Hij ondervond hoe blinden allerlei details opmerkten die anderen - letterlijk - over het hoofd zagen. “En verder is me bijgebleven hoe liefdevol ze de voorwerpen betastten.” De Meyere verdiepte zich in de problematiek, realiseerde zich dat musea op geen enkele manier aan blinde bezoekers tegemoet komen en zag dit jaar zijn kans schoon om een lang gekoesterd plan in vervulling te laten gaan. “Misschien is dit niet het meest voor de hand liggende museum voor zo'n project, maar iemand moet toch beginnen?”

Met de argeloze vraag of het beruchte knooppunt Vianen in de tentoonstelling is terug te vinden, wordt - zo blijkt uit de ernstige reactie - een gevoelige kwestie aangesneden. De Meyere: “De burgemeester had het er bij de opening ook nog over; iedereen associeert Vianen altijd maar met files, van dat imago zouden we graag eens af willen.” Zelfs de jeugd bemoeit zich er al mee. Op een studiedag van de juniorenclub werden onlangs verschillende oplossingen voor het verkeersprobleem onderzocht.

    • Erik Spaans