Mondriaanjaar: exposities in hele land

DEN HAAG, 26 NOV. In navolging van het Rijksmuseum in Amsterdam zal het Haags Gemeentemu seum de eerstvolgende jaren geen omvangrijke tentoonstellingen meer programmeren. Het overzicht van werken van Piet Mondriaan, dat het Mondriaanjaar 1994 afsluit, is voorlopig de laatste grootschalige presentatie. Afgezien van de hoge investeringen die door transport en verzekering van buitenlandse bruiklenen met dit soort monsterpresentaties, 'blockbusters', zijn gemoeid, kampt het Haags Gemeentemuseum na het vertrek van directeur Rudi Fuchs nog met een tekort van 3,8 miljoen gulden over 1991-92. Daarvan neemt de gemeente Den Haag anderhalf miljoen voor haar rekening, het museum zuivert in vijf jaar de rest van het tekort aan, te weten 2,3 miljoen gulden.

Dat is gisteren bekendgemaakt op een drukbezochte persconferentie over de landelijk verspreide activiteiten ter gelegenheid van het Mondriaanjaar. In 1994 is het een halve eeuw geleden dat Mondriaan (1872-1944) in New York overleed. Het herdenkingsjaar opent 18 februari met de tentoonstelling Mondriaan aan de Amstel (1892-1912) in het Gemeentearchief in Amsterdam, waar Mondriaans twintig eerste schilderjaren uitvoerig worden belicht. De aanzet tot zijn latere geometrische composities blijkt in de zestig buitenlandse bruiklenen en in de collectie van het Gemeentearchief al herkenbaar te zijn.

De retrospectieve tentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum, die in december 1994 opent, omvat vijftig tot tachtig buitenlandse bruiklenen en een groot deel van de eigen collectie van het museum. Dit eigen bezit bestaat uit 136 schilderijen en 90 tekeningen. Als dezelfde tentoonstelling later naar de National Gallery in Washington en het Museum of Modern Art in New York reist zal de Haagse bijdrage worden gereduceerd tot zo'n dertig werken.

Het Haags Gemeentemuseum wil, aldus waarnemend directeur H. Locher, Mondriaans oeuvre zo breed en compleet mogelijk exposeren. Lag in de jaren vijftig vooral het accent op de latere, Newyorkse schilderijen, in de daaropvolgende decennia is de aandacht duidelijk verschoven naar de vroege, figuratieve jaren, meent Locher. Reden om bij de komende tentoonstelling iedere fase uit Mondriaans oeuvre in series en kleine groepen van schilderijen en tekeningen aan de orde te stellen, een oeuvre dat omringd zal worden door eigentijdse kunst. Volgens Becht staat de fragiele conditie van menige Mondriaan een dergelijk overzicht in de toekomst niet meer toe.

Tijdens diezelfde tentoonstellingsperiode zal in De Beurs van Berlage in Amsterdam een reconstructie van Mondriaans Parijse atelier te zien zijn. Door analyse van zwart-witte interieurfoto's zijn de kleuren daarvan achterhaald. Grafisch vormgever Walter Nikkels tekent zowel voor de Haagse catalogus, die in zes talen zal verschijnen, als voor een serie Mondriaan-postzegels die begin volgend jaar uitkomt.

Behalve in Amsterdam en Den Haag worden ook exposities gehouden in Mondriaans geboortehuis in Amersfoort, waar een documentaire tentoonstelling over diens ideeën wordt ingericht. In Uden, destijds eveneens een tijdelijke verblijfplaats, beperkt men zich tot de molens die Mondriaan schilderde, en in Domburg zal een tentoonstellingsgebouwtje naar ontwerp van Jan Toorop worden herbouwd. Mondriaan was daar in 1911 op een expositie met zeven schilderijen vertegenwoordigd.

Aanvankelijk lag het in de bedoeling tijdens de Haagse retrospectieve van Mondriaan ook een omvangrijke presentatie van diens tijdgenoot en De Stijl-collega Bart van der Leck te organiseren. Dit overzicht opent nu eerder, op 15 september in Rijksmuseum Kröller-Müller in Otterlo. Het oeuvre van een andere tijdgenoot, de Poolse kunstenaar Henryk Stazewski, met wie Mondriaan jaren achtereen samenwerkte, wil de gemeente Almere aan de orde stellen in de vijf wagonachtige paviljoens die ze van de Documenta in Kassel heeft overgenomen.

De eigentijdse kunst in relatie tot Mondriaan zal onder meer tot uitdrukking komen op exposities van Joseph Semah en Dan Flavin, in de Zonnehof in Amersfoort, en in het Stedelijk Museum in Amsterdam, waar directeur Rudi Fuchs werk van Georg Baselitz, Jan Dibbets, Donald Judd, Jannis Kounellis en Robert Ryman selecteerde voor zowel een expositie als een hommage-achtige televisiefilm.

Verder bereiden Jiri Kylian en Hans van Manen een 'Mondriaan'-ballet voor. Het gaat tijdens het Holland Festival in première. De Amerikaanse componist Gunther Schüller, die jazz en boogie-woogie in zijn composities verwerkt, krijgt naar alle waarschijnlijkheid een 'Mondriaan'-opdracht van de Eduard van Beinumstichting, en de Stichting Plint zal nog een map met twintig posters uitgeven, waarop steeds andere, op Mondriaan geïnspireerde poëzie van Nederlandstalige dichters is gecombineerd met een werk-op-papier van Mondriaan.

Frits Becht, directeur van de Stichting Cadre die zorg draagt voor de financiering en de coördinatie van het Mondriaanjaar, rekent op 300.000 bezoekers. Ze moeten borg staan voor zo'n zestig procent van de zeven tot acht miljoen gulden kostende manifestatie. Net zoals bij de herdenkingstentoonstelling van Vincent van Gogh zal de VSB Bank de voorverkoop van toegangskaarten op zich nemen. Het Haags Gemeentemuseum zal elke dag, zeven dagen in de week, twaalf uur geopend zijn. Andere sponsors zijn onder meer Elf Petroland BV, Delta Airlines, en het veilinghuis Christie's dat het onderzoek naar de 'fysieke' conditie van enkele Mondriaans financiert. De Stichting Cadre houdt zich, volgens Becht, verre van commerciële Mondriaan-activiteiten, zoals Mondriaan t-shirts en -parfums, menigeen een doorn in het oog tijdens de Van Gogh-manifestatie. Overigens waakt tot eind 1994 de Stichting Beeldrecht nog over de reproduktie-rechten van Mondriaans werk.

Zowel Becht als Locher konden niet exact antwoord geven op de vraag hoeveel buitenlandse bruiklenen het Haagse museum te zien zal geven. Amerikaanse bruikleengevers, vaak in bezit van Mondriaans latere werk dat hier schraal is vertegenwoordigd, hebben in het recente verleden hoge eisen gesteld aan de klimatologische omstandigheden in het museum. Ter verbetering daarvan wordt nu apparatuur geïnstalleerd. Onduidelijk bleef ook het antwoord op de vraag waarom conservator Herbert Henkels, de Mondriaan-expert van het Haags Gemeentemuseum, tussen de vele namen niet voorkomt in de luxueus uitgegeven eerste brochure rondom het Mondriaanjaar. “We werken met een team. De hoofdconservator vertegenwoordigt het team dat aan deze tentoonstelling werkt. En Henkels zit niet direct in de organisatie”, aldus waarnemend museumdirecteur Locher.