Levenden

Ik geloof niet dat Willem Jan Otten te kwader trouw was, toen hij zijn stuk 'Op de hand van de levenden' schreef, maar dat maakt zijn weergave van - en zijn commentaar op - een recent VPRO-programma (Lopende Zaken van 14 nov.) over twee oude mensen in een bejaardenhuis des te merkwaardiger.

Dat hij zich vooral door zijn eigen gevoelens en verwarringen bij het zien van dit programma heeft laten leiden, lijkt waarschijnlijk. Hij geeft trouwens, vooral aan het eind van zijn stuk, blijk van een neiging gevoeligheid en troebel denken door elkaar te halen. Men ziet dat meer. Met nog wat meer gevoeligheid zou hij zich overigens zeker hebben onthouden van de gratuite en op niets gebaseerde opmerking dat de hoofdpersoon van het programma (een 88-jarige man) 'kennelijk zelf had gevraagd om deze aandacht'.

In dit VPRO-programma zagen we dan een 88-jarige man, die met zijn liefderijk door hem verzorgde demente vrouw in een bejaardenhuis leeft. Anders dan Otten suggereert, gaat het er niet om of aan het leven van de demente vrouw een eind zou kunnen of moeten worden gemaakt. Voor de man is dat niet een vraag. Wat de man zou willen - en hij zegt dat ook duidelijk - is om, wanneer zijn vrouw haar natuurlijke dood gestorven zal zijn, niet in eenzaamheid zijn eigen leven in het bejaardenhuis voort te hoeven zetten, maar om de zekerheid te hebben daar dan op een behoorlijke wijze een eind aan te kunnen maken. Over de vraag of dàt zou moeten kunnen, spreekt Otten niet. Het is kennelijk een vraag die hem niet interesseert, of die hij liever negeert.

Terwijl het voor de man vanzelfsprekend was dat hij voor zijn vrouw zou blijven zorgen, zolang zij niet op natuurlijke wijze aan haar eind zou zijn gekomen, en dat er tot zolang voor hem voldoende reden was om te blijven leven, doet Otten, alsof het in het programma erom ging, of het wel zin had deze vrouw te laten leven. Het is kennelijk een vraag die hij zich zelf bij het zien van het programma heeft gesteld, en dat heeft hem terecht verontrust.

Hij komt dan tot een vergelijking met een later op de avond uitgezonden televisieprogramma, waarin een arts aan een zestigjarige man probeert te vertellen dat het beter zou zijn om zijn terminaal demente moeder 'los te laten'. “Ook bij haar moest er beslist worden op leven en dood”, zegt Otten. “Ook bij haar”: heel duidelijk wordt hier, dat het voor Otten ook in het eerdere (door hem bekritiseerde) programma ging om de mogelijkheid van levensbeëindiging van de demente vrouw, die haar wil daartoe niet te kennen had gegeven of had kunnen geven.

Moeten we hieruit de conclusie trekken, dat Otten zich schaart aan de kant van die CDA-politici, die welbewust de gevallen waar iemand zelf een eind aan zijn leven wil maken, over één kam willen scheren met de gevallen, waar anderen dan de betrokkene zelf over de beëindiging van zijn of haar leven moeten beslissen?

    • H. Drion