Kleffe Vlaamse meisjesbedden; Dirk Verbruggen over een hond van een man

Dirk Verbruggen: De liefdeseter. Uitg. De Geus, 127 blz. Prijs ƒ 25,-

Freud heeft zich eens laten ontvallen jaloers te zijn op auteurs van psychologische romans. Zij hoeven niet te voldoen aan wetenschappelijke normen, maar kunnen langs intuïtieve weg tot inzichten komen waar hij eindeloos onderzoek voor nodig had. Voor therapeuten die zich bezighouden met verslaafden en vraat- en drankzuchtige mannen in het bijzonder, zou De liefdeseter van de Vlaming Dirk Verbruggen zo'n eye-opener kunnen zijn. Verbruggen (1951), die in 1987 debuteerde met de roman Heilig zonder moeite en drie jaar later Licht bewogen publiceerde, is bedreven in het doorgronden van mannelijke zwakheden.

De liefdeseter lijkt een dorpse versie van de aanzienlijk volumineuzere en ook rauwere roman Money waarmee de Brit Martin Amis een paar jaar geleden opzien baarde. Net als Amis' hoofdpersoon John Self lijdt Verbruggens zielige held Karel Moonen aan een neiging tot zelfdestructie. Maar terwijl Self als ploertige porno-verslaafde met dikke pakken bankbiljetten Londen en New York onveilig maakt, is Moonen een fijnbesnaarde, beschaafde acteur wiens horizon niet verder reikt dan die van de Vlaamse provincie. Wat de twee echter gemeen hebben, is dat er een bodemloos gat in hen gaapt dat koste wat kost gevuld moet worden: met seks, drank en drugs, maar vooral met veel vet eten.

Moonens leven stelt niet zo veel voor en dat vindt hij zelf ook. Als gevolg van een reeks stommiteiten, voortkomend uit ongedurigheid, onvrede en zelfbeklag heeft hij de liefde verspeeld van zijn prachtige vrouw Rosie, die de echtelijke woning met medeneming van hun jonge kind verlaten heeft.

De liefdeseter is een lange 'monologue interieur' van Moonen die als een soort Bor de Wolf zijn ziekmakende levensangst en ellende uitschreeuwt en daarbij ongeneerd zijn ziel en zaligheid blootlegt.

Karel Moonen, die zo dik is dat hij zijn eigen geslachtsdeel niet meer kan zien, is aandoenlijk, aangrijpend, meelijwekkend en afstotend tegelijk. Toch is hij ook om te zoenen zo lief, en dat maakt De liefdeseter psychologisch interessant voor zowel mannen die zich er schaamtevol in zullen herkennen als voor vrouwen die altijd maar weer verliefd worden op dergelijke hopeloze gevallen.

Alles wat veel moderne verhalen van vrouwen over eet- en relatieproblemen vaak zo zeurderig en voorspelbaar maakt, heeft Verbruggen vermeden: geen beschouwingen over hoe-het-allemaal-zo-gekomen-is, geen moeilijke-jeugdverhalen en geen zwaarwichtige zelfanalyses in welzijnsjargon. Wat overblijft is een onverbloemde hartstochtelijke jammerklacht van een eenzame schurk die alles verknald heeft.

Dempen

Zoals wel meer aardige mannen is Moonen een mateloos mens en niet alleen in zijn eet- en drinkgewoontes. Hij houdt mateloos van zijn vrouw, die hij zo idealiseert dat ze bijna heilig en onaanraakbaar is geworden, en mateloos verlangt hij naar haar wanneer zij hem verlaten heeft. De leegte die ontstaat als ze weg is, valt niet te dempen en hoe meer hij dat probeert hoe onaantrekkelijker hij en hoe onbereikbaarder zij wordt.

De liefdeseter is wel een beetje een moralistisch boek. Dat kan ook niet anders, want als Moonen amoreel was zou hij er niet zo ellendig aan toe zijn. Na weken van eten en andere zonden, voornamelijk bedreven in kleffe Vlaamse meisjesbedden, denkt hij tot inkeer te zijn gekomen. Gelouterd en gewapend met goede voornemens en een streng dieet wil hij zich weer gaan aanbieden aan zijn vrouw en kind, zonder echter te weten of het gezinsleven wel zijn ware bestemming is. 'Welke keuze hadden wij?', verzucht hij onderweg naar haar. 'Die tussen een vertrouwde leegheid en een vreemde leegheid? Die tussen oude pijn en nieuwe pijn? We lieten het oude huis in de steek voor nieuwe muren. Kon je niet tussen twee huizen staan? Binnengaan was je verlangen opsluiten. In de deuropening bleef je begeerte bestaan. Buiten bleven de reizen en de herinnering aan andere vrouwen en het kind dat je was, buiten bleef alles wat niet opgesloten was, al wat je bijeengedroomd had en alles wat je verloren had.'

De liefdeseter is het relaas van een hond van een vent, een vleesklomp en een van zelfmedelijden overlopende huilebalk die niet kan kiezen. Dat Moonen desondanks geen weerzin oproept, maar eerder gevoelens van tederheid en zelfs liefde, dankt hij aan zijn genadeloze eerlijkheid en schrijnende zelfspot. Het verhaal, opgebouwd uit overpeinzingen, dagboekaantekenigen en gesprekken, gaat over een groot en hevig verlangen, maar wordt voortdurend ingehouden verteld. Met het ritme van zijn zinnen, zijn woordkeus en zijn stijl drukt Verbruggen de heftigheid van de aandoeningen uit en anders dan Amis heeft hij daar geen stoere taal of krachttermen voor nodig.

    • Elsbeth Etty