In het dorp

Ik hoop dat Cyrano nog jaren op Broadway te zien zal zijn, zoals Cats en Les Misérables. Ik neem aan dat het een wervelende musical is. Ik wens dat wij Nederlanders met Cyrano de Atlantische handelsbalans van het amusement weer in evenwicht zullen brengen, en zodoende de Fransen een voorbeeld geven en een hart onder de riem steken, want Rostand was een Fransman en Joop van de Ende en Bill van Dijk zijn Nederlanders; drie Europeanen die laten zien dat de GATT niet alleen in het voordeel van de Amerikanen hoeft te werken. Ik stel me voor dat ik over twee jaar toevallig op Times Square met een plaatselijke kunstliefhebber in gesprek kom; dat hij vraagt: 'Where do you come from?' en dat dan, nadat ik geantwoord heb: 'From Holland!' hij glimlacht en zegt: 'Hey! The land of Bill van Dijk!' en ik dan weer trots: 'Yes!'

Graag wil ik bedrogen uitkomen, en toch heb ik het gevoel dat het niet zal lukken. Daarvoor heb ik een hypothese. De Amerikanen zijn een eenkennig volk wat onder andere hieruit blijkt dat ze het liefst door hun landgenoten van hun verveling gered willen worden. Daarmee wil ik niet zeggen dat andere volken zich niet vervelen maar die zijn in hun redmiddelen minder kieskeurig. De Amerikanen en zeker de Newyorkers zijn eenkennig zoals dat in grote families ook nu nog voorkomt.

Hoeveel nationaliteiten en rassen daar ook door elkaar zijn gaan wonen, ze kunnen met elkaar verkeren alsof ze dorpsgenoten zijn; zoals wij dat doen in de paar uur of de dag nadat het Nederlands elftal de kampioenschappen heeft gewonnen. Zelfs nu, in de periode van het 'disuniting', het zoeken van ieder volksdeel naar zijn eigen wortels, blijft dat eigenaardig intiem begrijpen van de Amerikanen onderling bestaan, en dan vooral als het over de film, de muziek, de 'show business' gaat. In de meer literair opgevoede kringen komen daar de Amerikaanse schrijvers bij. Ze kennen de namen en de legenden en die wetenschap wordt aan de volgende generatie doorgegeven. Wie er niet bijhoort is vreemdeling, ongeveer zoals bijvoorbeeld een Amsterdammer vreemdeling kan zijn als hij op zondagmiddag op een Peeldorpsplein aan een klont Peelbewoners de weg vraagt.

Uit alles blijkt dat de gigantische vermaakscultuur die daar in een eeuw tot ontwikkeling is gebracht, en die daarbij tot een wereldcultuur is geworden, tegelijkertijd een dorpscultuur, of beter, een familiecultuur is gebleven. Gaat er een die het ver gebracht heeft dood, dan weet iedereen precies wat zijn grote successen waren en ze zijn een uur of een dag in de rouw. Als hij of zij heel groot was dan wordt er een bijzondere postzegel uitgegeven. Komt een ster ten val, dan valt hij of zij ten offer aan een familiekannibalisme. Binnen de familie leeft men in extremen. Bij het uitdelen van de Emmy Awards en de Oscars is iedereen blij; wordt de winnaar ontmaskerd als het centrum van een seksschandaal, dan kent de hardvochtigheid geen grenzen. Zo is het ook in de kritiek. Een zes-min bestaat niet.

Nu verplaatst het toneel zich naar de directiekamer van Joop van de Ende, een jaar of twee geleden. Daar wordt het lumineuze idee geboren om niet alleen Cyrano als musical te produceren maar, als de voorstelling in Nederland op poten staat, de sprong naar de overkant te wagen. (Ik haat musicals, het is me teveel gedoe en er wordt me teveel in rondgesprongen, waaruit volgt dat ik me louter verdiep in mijn ongeverifieerde veronderstellingen.) In Aalsmeer wordt alles ontelbare maken doorgesproken, er komt een marktonderzoek, niets kan misgaan. De droom van een wereldsucces is voor een artiest de mooiste droom - meeslepend, onweerstaanbaar. Broadway roept.

Daar zitten de Amerikaanse critici, nieuwsgierig, welwillend als goed opgevoede, beleefde kenners, en sceptisch als alleen dorpelingen kunnen zijn. 'Dat is geen slechte voorstelling', denken ze. 'Maar goed genoeg voor een acht-plus of een negen?' Ze kijken elkaar eens aan. 'En, who the hell is Bill van Dijk? Die hoort niet bij de familie.'

Een Amerikaanse criticus kijkt naar een Nederlandse musical zoals een Franse kok in een Nederlands restaurant eet. Het kan ambrozijn en nectar wezen maar het valt niet voor honderd procent te vertrouwen.

Dat is mijn hypothese over de lotgevallen van Cyrano op Broadway. Ik hoop dat ik ongelijk heb; dat Nederlanders in Amerika binnenkort allemaal als familie van Bill van Dijk worden beschouwd. Totnutoe zijn we het alleen van Hans Brinkers.