Het woord motsneeuw

Mijn bed staat achter de voordeur onder de brievenbus. 's Ochtends word ik wakker van de krantenjongen die de krant op mijn hoofd gooit. Er zit een stevige veer op de brievenbus, zodat ik die niet van binnen uit open kan doen. Wat voor weer zou het zijn? Ik heb geen zin de voordeur open te doen, want dan zien ze me in bed liggen. Dus kijk ik maar in de krant bij het weeroverzicht. Ik lees: Amsterdam, motsneeuw.

Motsneeuw! Dat woord had ik nog nooit eerder gezien. Maar je begrijpt direct dat het een soort langzame sneeuw is, zoals motregen langzame regen is. Alleen valt sneeuw altijd al langzaam. Er is geen stortsneeuw en het sneeuwt nooit dat het giet. Bij sneeuw gaat het er niet om hoe hard de vlokken naar beneden komen, maar om de vraag of die vlokken op de grond blijven liggen. Zou deze motsneeuw blijven liggen?

Ik luisterde goed. Inderdaad: de autobanden en de voetstappen klonken zachter dan anders. Het leek of er tapijt op de straat lag en zand op de stoep. Dus de motsneeuw was blijven liggen. Dat betekent: woorden schrijven op de voorkanten van auto's, en op de achterkanten.

Wanneer zouden ze bij het Weer-instituut de mothagel en de motmist uitvinden? Of mot sneeuw het enige zijn dat de mot van motregen overneemt?