Goedkoop sentiment bij film over kinderen met kanker

De Glimlach, driedelige serie over kinderen van nu. Deel I over kinderen met kanker. Ned.1, 22.57-23.35 uur.

Kijken naar kinderen met kanker ontroert tot tranen toe. Hun dappere oude mensenpraat treft je in het hart. Hun kale koppies verwarren omdat ze symbool zijn van zowel toegewijde oosterse monniken, concentratiekampslachtoffers, skin heads als van chemokuurders. De eerste aflevering van een drieluik over Kinderen van vandaag gaat over drie kinderen met kanker: Peggy (9 jaar), Bram (12) en Sumerya (13). De programma's bestaan uit grotendeels in scène gezette flitsen uit het dagelijks leven, afgewisseld met flarden interview. Toelichting ontbreekt.

De KRO-persdienst introduceert de drie afleveringen ook al uiterst summier: 'Kinderen van vandaag, verwend en materialistisch of juist wereldwijs en vroegrijp? Wie achter de clichés kijkt, stuit op verrassende verhalen.'

Verrassend zijn de verhalen allerminst. En de interviewster gaat uiterst clichématig met emoties om. Alles is precies zoals verwacht. De ziekte duurt lang. De afloop is onzeker. Het gezin heeft het er moeilijk mee. Onbegrip van de omgeving. Kankerpatiëntjes Peggy en Bram praten als volwassen mensen. Zo vergaat het kinderen met blijvend uitzicht op de dood na een reeks pijnlijke medische ingrepen.

De interviewster wenst slechts roddelblademoties als antwoord op haar suggestieve vragen. Op zijn bed met een playboy-hoeslaken zegt gezond broertje Stephen: “Ik krijg maar een uurtje per dag aandacht van mijn ouders. Een half uurtje 's morgens en een half uurtje 's avonds.”

En als Brams zusje Marjolein daarvan afwijkt en vertelt dat ze haar zieke broer vooral mist als hij in het ziekenhuis ligt omdat zij dan 's nachts goed moet luisteren of er een dief in huis komt, terwijl, als Bram thuis is, zij rustig kan slapen. Haar grote broer let dan op en de interviewster weet zich geen moment in deze subtiele verwoording van angst voor verlies te verplaatsen. Haar enige reactie is een afstrafvraag van de orde: dus je vindt het alleen maar erg als hij in het ziekenhuis ligt? Waarom mocht iemand met verstand van de kinderen die interviews niet afnemen?

Gaandeweg de uitzending groeit naast de vaardig opgewekte ontroering de verbijstering over de manier waarop deze kinderen worden gebruikt voor het opwekken van goedkope sentimenten. Sumerya bijvoorbeeld ligt al acht maanden in het ziekenhuis en mag naar huis zodra ze met haar geopereerde heup weer trap kan lopen.

Sumerya vertelt dat in Turkije, waar ze vandaan komt, kanker bijna altijd betekent dat je dood gaat. Haar ouders hadden niet gedacht dat ze zou overleven. Haar ouders komen tweemaal in de week op bezoek. Is dat normaal voor ouders? Kwetst de interviewster. Nee, zegt Sumerya, maar ze wonen ver weg, 1 of 2 uur rijden.

Sumerya praat niet als een volwassene. Wat is hier aan de hand? Zijn die verschillen tussen twee Nederlandse patiëntjes en het Turkse meisje toevallig? Of zijn er grote verschillen in begeleiding? Heeft het geringe bezoek aan Sumerya te maken met de verwachting die de ouders hebben over de uitkomst? Welke zin heeft het deze tegenstellingen te laten zien in zo'n oppervlakkig programma?

    • Wim Köhler