Geen gewone provincie

DE OGEN VAN HEEL bestuurlijk Nederland zijn gericht op de Rijnmond. Daar gaat een provincie-nieuwe-stijl komen, een spannend experiment dat onder meer de volledige opsplitsing van de gemeente Rotterdam in afzonderlijke gemeenten inhoudt om te voorkomen dat de grote stad te overheersend wordt in de nieuwe structuur. Wel gaat de naam van Rotterdam over op de nieuwe provincie, vindt het kabinet. Een belangrijk nieuwtje betreft de politie. De commissaris van de koningin van Rotterdam krijgt niet alleen het volledige beheer maar ook een deel van het bevel over de politie. Daarmee wordt afgedaan aan het gezag van de lokale burgemeesters - en de inspraak van de gemeenteraden. Toch heeft het kabinet bij de verdediging van het nieuwe politiebestel steeds gezegd dat het beheer “ondergeschikt” aan het inhoudelijk gezag blijft. Nog voor de regio-indeling van de politie goed en wel is ingevoerd wordt deze verzekering op losse schroeven gezet.

Ook in andere opzichten, zoals het openbaar-vervoersbeleid en de openbare financiën, wordt Rotterdam geen gewone provincie. De grote vraag is natuurlijk of dit de inlui vormt van een nieuwe bestuurlijke indeling van het hele land. Door de Rijnmond tot een provincie te maken wordt het gevaar van een vierde bestuurslaag tussen gemeenten en provincies afgewend. Maar regiovorming is speciaal ingegeven door de problemen van de grootstedelijke gebieden; andere delen van het land hebben er minder behoefte aan.

EVEN LEEK HET dat minister Dales van binnenlandse zaken, gebruik makend van gewijzigde opvattingen van de CDA-fractie in de Tweede Kamer, zou mikken op een landelijk dekkend stramien van circa 25 regio's. Maar onlangs ging ze toch weer terug naar af: regiovorming is alleen voor de zeven grootstedelijke gebieden, voor de rest van het land zijn geen radicale veranderingen te verwachten. Wel wordt daar de intergemeentelijke samenwerking aangehaald en het aantal verschillende gebieden ingedikt. Of dit voldoende is om de uit de hand gelopen wirwar van speciale regio-indelingen (variërend van arbeidsbemiddeling tot de zorgsector) te integreren in het algemeen bestuur, staat te bezien. Versterkte intergemeentelijke samenwerking blijft bovendien onttrokken aan directe verkiezingen.

Er is nogal een punt gemaakt van de grondwettelijke bezwaren die kleven aan de nieuwe bestuursvorm van een 'regionale gebiedsautoriteit' (RGA), die het kabinet als alternatief voorstelt. Het aardige van Rijnmond is juist dat het deze omstreden fase gewoon overslaat. Het grote struikelblok ligt niet in de Grondwet maar in de taaie weerstand van een dikke laag ondoorzichtig 'bestuurdersbestuur'. Ook in de Rijnmond valt er voor de bestuurders nog wel een fiks rondje te bakkeleien over de bevoegdheidsverdeling tussen provincie-nieuwe-stijl en gemeenten. Maar dat is dan tenminste een strijd tussen twee bestuurslagen die elk onderworpen zijn aan het oordeel van de kiezer.