Een zegen voor de middenmarkt; Honderd jonge Nederlandse kunstenaars

Jaargids '94, 100 jonge Nederlandse schilders, deel drie. Uitg. Living Art, 131 blz. Prijs ƒ 49,95.

Honderd jonge Nederlandse schilders (40 jaar of jonger) worden met een kleurenafbeelding van een van hun doeken, een korte omschrijving van hun werk, biografische gegevens en een indicatie van wat het werk kost, voorgesteld in de Jaargids '94 van uitgeverij Living Art.

Schilder en acteur Jeroen Krabbé presenteerde deze derde editie van de Jaargids en ook de eerste Engelse vertaling, getiteld A Hundred Young Dutch Painters, onlangs in café/galerie Dante in Amsterdam. Krabbé zong vooral lof van de jonge schilder Rik van Iersel, opgenomen in de gids. Van Iersel, ook aanwezig, vatte het nut van het boekwerkje als volgt samen: “Waar kunst is, moet gekeken worden en ik denk dat dit daarbij een goede gids is.”

Hij slaat daarmee de spijker op zijn kop. De gids geeft al drie jaar lang een goede doorsnee van de middenmoot van de Nederlandse kunstenaars (met uitschieters naar boven en beneden). Die middenmoot is in Nederland nauwelijks zichtbaar, of je zou week in week uit, dag in dag uit galeries en ateliers moeten afreizen.

De media, zeker de landelijke, besteden voornamelijk aandacht aan het topsegment van de kunstwereld; met recensies over wat er in de topmusea te zien is en aandacht voor een beperkt aantal randstedelijke moderne kunstgaleries.

Deze jaargids is, zeker nu er geen vergelijkbare overzichten meer verschijnen (zoals voorheen de aankopencatalogus van de Rijksdienst Beeldende Kunst, die nu geen geld meer heeft voor aankopen), een zegen voor de 'middenmarkt', zoals kunstcriticus en academiedocent Diederik Kraaijpoel in een essay in deze Jaargids schrijft.

Hoofdmoot vormen de honderd pagina's met schilders. Zoals het hoort bij een doorsnee is er niet naar genre geselecteerd: er is abstract expressionistisch werk (Hennie van der Vegt), nauwkeurig realistisch (Co Cordel) maar vooral veel van wat tussen die uitersten zit. Toppers zijn onder anderen de 'nieuwe realist' Siert Dallinga, de flamboyante surrealist Anne Feddema en de speelse C.A. Wertheim. Hoewel de kleurenafbeeldingen goed gedrukt zijn, maakt het boek toch nieuwsgierig naar een expositie van de betrokken honderd kunstenaars, zoals ook in vorige jaren (in Rotterdam en Arnhem) het geval was. Daar kun je werken 'ontdekken' die als reproduktie niet of nauwelijks tot de verbeelding spreken. Directeur van uitgeverij Living Art Kathrin Ginsberg zei tijdens de presentatie in Amsterdam dat zo'n expositie in voorbereiding was, maar dat een juiste locatie en een sponsor nog niet gevonden waren.