Een vroege Sint

Begin oktober lagen de vakken van de supermarkt er al vol mee: boterstaven, chocoladeletters, marsepein en speculaaspoppen.

Aan de bedrijfsleider gevraagd of het daarvoor nog niet wat vroeg in het seizoen was. Maar hij vond het laat, vorig jaar was hij er in september mee begonnen. Hij verklaarde zelfs opgewekt dat er mensen gebeld hadden om te vragen of hij het spul al in de winkel had. Nu had ik even tevoren een paar jonge kinderen hun mandje vol zien laden met verschillende versnaperingen. “Kopen de moeders dat snoep nu ook al?” probeerde ik nog. Eén moment leek het of hij begreep waarover ik het had, maar meteen keek hij me weer uitdagend aan. Het zal hem ook een zorg zijn door wie het snoepgoed gekocht wordt, als zijn eindbalans maar positief is. Ik droop af met mijn boodschappentas vol peren, noten en kastanjes, want ik was pas aan de produkten van de herfst toe.

Intussen zijn de verkoopacties alweer in volle gang, want een aanzet tot het Sinterklaasfeest kun je het niet meer noemen. “Als je gedrag in de groep en bij je opvang-oma niet tegenstrijdig is geweest”, zeggen de ouders in een weekend in november tegen hun kind, “mag je kiezen waar je Sinterklaas wilt zien.” Het kind laat zijn keus op Bijenkorf, V & D of Hema vallen en ze vertrekken. Onderweg komen ze al twee Sinten tegen met een zwerm van Pieten. In het overvolle warenhuis wordt het kind vervolgens langs de in tabberd gehulde verkoopanimator gevoerd, om vervolgens thuis de Goedheiligman nog eens op de televisie in Hoorn of Enkhuizen te zien aankomen. In deze gang van zaken zie ik maar één voordeel: het kind wordt de schok van de harde realiteit bespaard.

De meeste ouderen weten dat nog goed: het moment waarop je na een groeiende achterdocht duidelijk werd gemaakt dat Sinterklaas niet bestaat, dat hij verkleed is: je oom of de overbuurman, en waardoor je een kleine stap op weg naar de volwassenheid zette.

Voor ons was er één troost: Sinterklaasavond. Een familiefeest waar men tijden van tevoren mee bezig was. Het geheimzinnige gerommel om de kunstzinnigste surprises te vervaardigen. Het gezucht over de gedichten waarin de familieleden goedmoedig werden geplaagd of terechtgewezen. Maar helaas dreigt ook deze traditie verloren te gaan. Kunstschaatsen of een CD-speler zijn te groot om in een surprise te verstoppen en voor gedichten heeft men geen tijd meer. Misschien zijn er nog ouders die het gezellige avondje willen handhaven, maar gedichten maken hoeft niet meer. Om de ouders te plezieren stoppen de kinderen een pocketboek in een doos met waspoeder en krijgen er een CD in een met zorg vervaardigde surprise voor terug. Omdat vader het niet kon laten, zat er natuurlijk toch een gedicht bij. Beleefd nemen de kinderen de cadeaus in ontvangst en doen of ze er geweldig blij mee zijn. Om de volgende dag met de bijeengespaarde verdiensten van de krantenwijk een stereotoren te kopen.

Gelukkig hebben mijn kinderen het Sinterklaasfeest vele jaren in een Nederlandse kolonie in het buitenland gevierd. Sinterklaas bezoekt immers alle Hollandse kinderen, ook in de warme landen. Daar komt maar één goedheiligman en die is dan meteen zó heilig dat de katholieke bewoners die hem op straat tegenkomen, nijgen en een kruis slaan. Het uitdelen van snoepgoed loopt nooit uit de hand, want men is blij met de beperkte hoeveelheid die uit het verre vaderland is overgevlogen. Een nadeel is het ontbreken van de Hollandse sfeer; bij het verlaten van de feest

locatie knipperen je ogen alweer tegen het felle zonlicht. En Sinterklaas, die zijn best doet waardig de terugreis te aanvaarden, zweet peentjes onder zijn pruik-en-baard en in zijn zware tabberd.

In het koude Nederland draait de mallemolen nu weer op volle toeren. Steeds sneller en sneller wordt zijn vaart, tot de carrousel begin volgende maand doldraait. Dan, op 6 december, wordt hij even stilgezet. De sinterklazen stappen uit en de kerstmannen, van wie de contouren de afgelopen weken steeds duidelijker te zien waren, nemen hun plaats in.