De landskampioen heeft geen geld en geen bestuur

NIJMEGEN, 26 NOV. 's Zomers heeft Toon zijn postduiven. Daar kan hij uren zoet mee zijn. Toch gebeurt het regelmatig dat hij dan ook al met zijn gedachten bij de winter is. Bij het ijshockey. Bij zijn cluppie. De spelers van landskampioen Flame Guards uit Nijmegen hebben hem niet voor niets al heel wat keren gevraagd wanneer hij zijn bed naast de boarding zet. Toon is er tenslotte altijd. Niet alleen bij de duels van het 'eerste', maar ook bij alle trainingen en jeugdwedstrijden. Net als zijn 9-jarig zoontje en vrouw. 'I am a hockeymom', staat er op een van de drie ijshockeyspeldjes die haar jas sieren. Thuis heeft zij er nog tachtig.

“Hé Toon”, roept een speler die aan het trainen is hem vanaf het ijs lachend toe, “heb je al een ton bij elkaar?” Ook Toon lacht. Maar niet van harte. Want waar haal je binnen twee weken 100.000 gulden vandaan? Het bedrag is nodig om het (semi) professionele ijshockey in Nijmegen in ieder geval tot begin volgend jaar veilig te stellen.

En dat terwijl het de club ruim een half jaar geleden nog zo voor de wind ging. Niet alleen omdat in maart het landskampioenschap werd behaald, maar ook omdat kort daarvoor een sponsor zich voor vier jaar aan de club had verbonden. Maar afgelopen zomer was daar ineens de eerste tegenslag. De club had gedurende een aantal jaren nogal wat rekeningen niet betaald en verschillende schuldeisers, onder andere de gemeente Nijmegen, wilden geld zien. In totaal ging het om circa 250.000 gulden. Omdat de club toen al - ruim twee maanden voor de start van de competitie - het voor Nederlandse ijshoc- keybegrippen ongekende aantal van vierhonderd seizoenkaarten had verkocht kon dat bedrag vrijwel geheel uit de inkomsten van die toegangsbewijzen worden betaald.

Begin oktober diende zich een tweede tegenslag aan toen alle bestuursleden bekend maakten dat zij “moe gestreden” hun functie neerlegden. Plaatsvervangers waren snel gevonden. Alleen wilden de nieuwe bestuursleden wel dat vóór zij in functie zouden treden eerst een extern onderzoeksbureau zouden kijken hoe de club er financieel voor stond. Dat onderzoek werd ruim een week geleden afgerond.

Conclusie: een tekort op de begroting van 280.000 gulden. De beoogde bestuursleden bedankten vervolgens wijselijk voor de eer waardoor de club nu zonder bestuur zit. En uiteraard zonder geld. Sportief is er niets aan de hand. Nijmegen staat op de tweede plaats in de eredivisie, achter Geleen.

Dat er bij zijn club financiële problemen zijn verraste jeugdinternational Marc Visschers (19) niet. Toen zijn salaris niet meer werd overgemaakt, wist hij wel hoe laat het was. Dat was ruim vijf weken geleden, maar hij lijkt zich er nauwelijks druk om te maken. Deels omdat hij zijn sport combineert met een baan van 32 uur per week, maar vooral omdat hij geen ijshockey speelt om het geld. Zoals eigenlijk iedereen bij Nijmegen, meent Visschers. “Natuurlijk ligt dat anders voor de vier buitenlanders die fullprof zijn. Zij zijn, in tegenstelling tot de 'Nederlanders', voor hun inkomsten geheel afhankelijk van de club. Maar toch spelen ook zij nog steeds, al zal dat waarschijnlijk veranderen als er volgende week geen 100.000 gulden is gevonden.”

Eind volgende week is de deadline die een aantal fanatieke supporters en medewerkers van de club zich zeven dagen geleden stelden om een ton bij elkaar te schrapen. Dat zou genoeg zijn om de salarissen tot begin volgend jaar - inclusief het achterstallige loon - uit te betalen. Omdat in januari de altijd goed bezochte play-offs beginnen denkt de club door de extra recettes de spelers dan tot het eind van dit seizoen zelf uit te kunnen betalen.

“Niemand heeft er over gedacht te kappen toen de betalingen uitbleven. Niemand is ook minder gemotiveerd”, zegt Visschers, die al vanaf zijn zesde voor de vereniging uitkomt. “Nijmegen is een vriendenclub. De club is altijd goed geweest voor zijn spelers. Niet alles werd hier altijd in geld uitgedrukt. Als een speler bijvoorbeeld zijn baan verloor, hielp de club bij het vinden van nieuw werk. Dat soort dingen schept een band. En dan is er natuurlijk ook nog het publiek.”

De aanhang van Nijmegen bestaat altijd minimaal uit zeshonderd mensen bij thuiswedstrijden. Ook als vooraf al vast staat dat de landskampioen met een nulletje of tien zal winnen, wat vrijwel wekelijks het geval is. En dan ook nog eens tientallen mensen als Toon en zijn gezin. Neem Jacques 'tuut-tuut-tuut-ha-ha-ha' Lubbers. Al twintig jaar volgt hij de verrichtingen van Nijmegen. Wedstrijden èn trainingen. Morgen staat hij met de handen in zijn zakken langs de boarding in Assen, dinsdag in Rotterdam. Gewoon omdat een echte supporter ook de uitwedstrijden van zijn club volgt.

“Wij hebben zoveel trouwe supporters, dat je alleen daarom al blijft spelen”, meent Visschers. “De situatie blijft natuurlijk kloten, want ik ben toch gewend geraakt aan dat salaris. Maar eigenlijk zou het voor de hele ijshoc- keysport in Nederland het beste zijn als wij terugkeren naar de tijd van vergoedingen in plaats van salarissen. Door het geld zijn de verschillen tussen de twee of drie clubs die veel hebben en de rest die weinig heeft, zo groot geworden dat er in de competitie van spanning geen sprake is. En vrijwel overal is financieel wanbeleid.”

Overigens denkt Visschers dat die ton er over een week is. Zelf heeft hij zich ook ingezet om geldschieters te vinden. En hoewel hij nog geen concrete toezeggingen heeft gekregen, ontving hij wel enthousiaste reacties. En als het geld er niet komt? “Dan zullen alle Nederlandse spelers toch blijven spelen, denk ik.”

Toon durft dat alleen maar te hopen. Want ondanks zijn postduiven zouden de zomers misschien toch wat aan de lange kant kunnen zijn, zo zonder het ijshockey om naar uit te kijken.