De geiten worden geometrisch; Traditie en eigen stijl in de moderne Bushmen-kunst

De terugkeer van de maan. Bushmenkunst uit de Kalahari. Museum voor Volkenkunde, Willemskade 25, Rotterdam. T/m 24 april 1994. Di t/m za 10-17u, zo 11-17u.

Hedendaagse Bushmenkunst. Galerie Charlotte Daneel, Jan Willem Brouwersstraat 12, Amsterdam. T/m 4 dec. Wo t/m za 13-17u30. Prijzen 300 tot 600 gulden (grafiek), 750 tot 1700 gulden (schilderijen).

Een giraffe, duizenden jaren geleden werd hij in een stuk rots gegraveerd, en nog steeds is te zien hoe grappig zijn hoorntjes tussen zijn oren staan en hoe razendsnel zijn dikke nek overgaat in een smal lijf. Het ongeoefende oog trekt het dier en zijn maker de westerse prehistorie in. Als het een rund was geweest in plaats van een giraffe had hij uit Altamira, Lascaux of een andere Europese grot afkomstig kunnen zijn.

Op de expositie De terugkeer van de maan in het Rotterdamse museum voor Volkenkunde staat deze oude giraffe in dezelfde zaal als gloednieuwe eland-antilopen, hagedissen, meerkatten en aardvarkens van olie- en acrylverf. Ze zijn vaak wat onbeholpen geschilderd, in het felste rood en oranje. Ze ogen niet zo geraffineerd eenvoudig als de rotsgravering. Deze jonge dieren kunnen ook nog niet rekenen op de eerbied die de giraffes, louter door hun ouderdom, afroepen. De overeenkomst tussen de jonge en de oude dieren is dat ze beide zijn gemaakt door de Bushmen van Zuidelijk Afrika, de jonge dieren door negen Bushmen uit het kunstcentrum van het dorpje D'kar in Botswana.

In een museum voor Europese kunst zal een tentoonstelling als deze niet snel gehouden worden. Millennia oude rotstekeningen worden niet samen met de resultaten van een cursus schilderen in een buurthuis geëxposeerd. Deze vergelijking klinkt misschien wat cru, maar zo is zij ook bedoeld; om duidelijk te maken hoezeer de Afrikaanse kunstgeschiedenis van de Europese verschilt.

De expositie zou de romantische indruk kunnen wekken dat tussen de oude rotstekeningen en de nieuwe schilderijen een ononderbroken traditie bestaat. Zo is het niet. De meeste Bushmen leven niet meer als hun voorvaderen en kunnen ook niet meer op dezelfde wijze afbeeldingen maken. Maar ze kunnen zich wel door hun eigen oude cultuur laten inspireren. En daarom zijn ze in D'kar kunstwerken gaan maken. Een aantal Bushmen uit dit dorpje maakte in 1990 een uitstapje naar de Tsodillo-heuvels in Botswana, een van de belangrijkste vindplaatsen van Bushmen-rotstekeningen. Deze excursie vormde de aanleiding om in D'kar een kunstcentrum op te richten, waar iedereen kon komen experimenteren. De Bushmen krijgen geen les, er wordt hen slechts uitgelegd hoe ze de verschillende materialen kunnen gebruiken.

De negen kunstenaars die nu in Rotterdam exposeren, oud en jong, man en vrouw, hebben allemaal min of meer hun eigen stijl. Nxaedom Qomaxa (roepnaam Ankie, ongeveer vijftig jaar) schildert krioelende vlakken en lijnen, waarin na lezing van de titel bijvoorbeeld parelhoenders in een boom in te herkennen zijn. Thamae Setshogo (ongeveer 30) maakt fraaie, strikt symmetrische voorstellingen. Niemand gebruikt een centraal perspectief, de figuren zijn meestal ondergebracht in een decoratief, ritmisch patroon. Onderwerp zijn bijna altijd dieren en/of planten. Van de planten zijn vaak ook de wortels te zien. Dit moet wel iets met de leefwijze van de Bushmen te maken hebben, die knollen en andere gewassen verzamelden en verzamelen. Soms figureert een mens, een huis of een leren tasje op een doek, maar moderne dingen als een auto of een waterkraan komen er niet op voor.

Zadelmaker

De exposanten, wier portretten op de tentoonstelling hangen, begonnen vaak met schilderen na een carrière van twaalf ambachten dertien ongelukken. De mannen waren jager, tuinman, zadelmaker, bijrijder, veeboer; de vrouwen voedselverzamelaar, werkster, moeder. Vaak kunnen ze niet lezen en schrijven en andere kunst dan hun eigen hebben ze nog nooit gezien.

Helaas is de expositie in het museum voor Volkenkunde erg klein. Er zijn 23 nieuwe kunstwerken te zien en vier oude stukken rots uit het State Museum of Namibië in Windhoek, waarvan twee met graveringen. De serie rotstekeningen die de folder belooft ontbreekt, maar er zijn wel fotootjes van de Tsodillo-heuvels te zien en er draait een video waarop het kunstcentrum is te zien. Artists only! staat er op de deur van het gebouwtje.

Het mooist op deze expositie zijn de schilderijen van Qwaa, die omstreeks 1920 geboren is. Een van zijn schilderijen heet Drie adelaars, vier konijnen en vijf spinnen. De verschillende dieren zijn weer onder elkaar gerangschikt. De adelaars zijn het grootst, de - paarse - konijnen onder aan het kleinst. Links is nog een antilope te zien die in de titel vergeten is. Het vermoeden rijst dat deze dieren in een oud verhaal bij elkaar horen. Dat komt waarschijnlijk ook door de wetenschap dat Qwaa zo oud is en een traditionele danser-genezer is. Volgens twee Zuidafrikaanse wetenschappers maakten de oude Bushmen hun rotstekeningen tijdens een trance waarin het dansen hen gebracht had.

In de Amsterdamse galerie Charlotte Daneel is meer werk van deze Bushmen te zien en te koop. Pas daar valt op hoe bijzonder het is wat zij doen. Cgoise Ncoxo (ongeveer 45) tovert dieren en planten op het doek tevoorschijn en tovert ze daarna meteen weer weg, de geiten die aan bladeren knabbelen worden een geometrisch patroon. Een ander doek is geheel gevuld met gele en groene mensen, die allemaal dezelfde kant op lijken te rennen. De benen van de een worden de armen van de ander.

Thamae Setshogo tekende zichzelf. Hij staat linksonder als klein figuurtje op een linosnede. Uit de kunstenaar komt een touw, dat over het papier slalomt. Er zijn allerlei dieren aan vast gemaakt. Rechtsonder staat een geit, wiens staart in het touw overgaat. Soms verdikt de lijn die het touw verbeeldt zich om een rund of een antilope te worden. De keten eindigt als uitwaaierende plant.

Dit touw is een mooie metafoor voor het hechte verbond tussen de Bushmenkunstenaars en hun omgeving. Bewust en onbewust zetten zij met andere middelen hun oude tradities voort. Dat werpt nieuwe, soms onbeholpen, soms betoverende vruchten af.