Britse renteverlaging

AMSTERDAM, 26 NOV. De dollar heeft in de verslagperiode nauwelijks geprofiteerd van aanhoudend gunstige Amerikaanse conjunctuurcijfers. Ook het OESO-advies om de Amerikaanse rente fors te verhogen en renteverlagingen in Europa lieten de dollar vrijwel onberoerd. Vanochtend bedroeg de koers 1,92 gulden, één cent hoger dan twee weken geleden. Een substantiële koersstijging werd tegengehouden door voorspellingen dat de economische groei in de VS begin volgend jaar iets zou kunnen terugvallen en door tegenvallende geldgroeicijfers in Duitsland. Dit laatste zou het tempo van Duitse renteverlagingen kunnen vertragen, hetgeen nog werd ondersteund door woorden van die strekking van Bundesbankpresident Tietmeyer.

De onmiskenbare groeiversnelling van de Amerikaanse economie werd onderstreept door oktovbercijfers voor orderontvangsten en industriële produktiegroei. De orderontvangsten voor duurzame goederen lieten voor de derde achtereenvolgende maand een stijging zien. Sommigen hebben hun economische groeivoorspelling voor het vierde kwartaal reeds opgehoogd naar 4 procent op jaarbasis. Toch dreigt vroeg of laat een terugslag. De groei wordt namelijk voor een groot deel veroorzaakt door ontsparing bij consumenten: hun consumptie neemt sneller toe dan hun inkomen. Dit is niet lang achtereen vol te houden, gezien de reeds lage spaarquote. Het advies van de OESO, om de Amerikaanse rente fors op te trekken van 3 procent thans naar 5 procent eind volgend jaar lijkt dan ook voorbarig, vooral gezien het vooralsnog geringe gevaar van een inflatieversnelling. Wellicht daarom dat de financiële markten het advies slechts voor kennisgeving aannamen.

Ook de renteverlagingen in Europa konden de dollar niet echt beroeren. Meest verrassend was de Britse base rate-verlaging afgelopen dinsdag met 0,5 procentpunt tot 5,5 procent. De verrassing betrof niet zozeer het feit zelf of de omvang ervan, als wel het tijdstip. Velen hadden de maatregel verwacht op of vlak na de presentatie van de begroting aanstaande dinsdag. De Britse overheid staat voor de taak om de uit de hand gelopen begrotingssituatie aan te pakken (in 1989 nog een overschot, thans een tekort van 8 procent van het BBP), zonder het broze economische groeiherstel aan te tasten. Een combinatie van een forse tekortverkleining (op korte termijn groei-dempend) en een renteverlaging (op korte termijn groei-bevorderend) ligt daarom voor de hand. Waarschijnlijk ziet minister van financiën Clarke in de huidige lage inflatie (volgens Europese definitie 2,8 procent) voldoende ruimte voor een verruiming van de BTW-basis en een accijnsverhoging. Eerder is reeds een forse BTW-verhoging aangekondigd. Al deze inkomsten-verhogende maatregelen zijn in beginsel inflatie-opdrijvend. Een forse uitgavenverlaging ware meer op zijn plaats. Ten eerste omdat een belangrijke oorzaak van de huidige begrotingsproblematiek is gelegen in de forse uitgavenverhoging in het verleden. Ten tweede omdat de inflatie inmiddels waarschijnlijk om en nabij het dieptepunt ligt (de loonkostenstijging per eenheid produkt heeft de neiging iets te versnellen). De renteverlaging werkte niettemin positief uit voor het pond, mede omdat de rentestap beperkt bleef tot 0,5 procentpunt - sommigen vreesden 1 procentpunt - en Clarke duidelijk maakte dat bij de presentatie van de begroting zelf geen verdere verlaging volgt.

Eerder reageerde ook de Deense kroon positief op een renteverlaging met 0,25 procentpunt, de zevende verlaging op rij. Blijkbaar vinden beleggers de stap verantwoord, gegeven de lage Deense inflatie (1,5 procent) en het relatief nog hoge renteniveau (geldmarkttarief circa 7,5 procent).

Ook de Belgische centrale bank kon een forse renteverlaging doorvoeren, dankzij de overeenstemming binnen de Belgische regering over een ingreep in de lonen, de sociale uitkeringen en het begrotingstekort. Het disconto ging 0,5 procentpunt omlaag, de beleningsrente zelfs 1,1 procentpunt. De Belgische frank leed hier niet onder. Integendeel, de frank steeg juist licht in waarde.

Bron: Economisch Bureau ING Bank