Beoogd voorzitter van Islamitische Raad wil 'verloren tijd inhalen'

AMSTERDAM, 26 NOV. “De verloren tijd inhalen.” Dat ziet de voorzitter-in-spe van de Islamitische Raad Nederland, E. Ates, als zijn belangrijkste taak. In de bijna twee jaar van zijn bestaan is de Raad (IRN) met weinig meer in het nieuws gekomen dan met interne strubbelingen of ruzies met andere moslimorganisaties.

Woensdag werd bekend dat de belangrijkste 'leverancier' van bestuursleden, de Turkse Islamitische Stichting Nederland, zijn leden had teruggetrokken. Onder hen voorzitter Ç. Çüorz en vice-voorzitter A. Karagül. Het is niet de zoveelste uitbarsting van spanning tussen de verschillende nationaliteiten in de Raad, zeg Ates beslist, maar de eerste stap op weg naar werkelijke samenwerking.

Hij wil de terugtredende voorzitter, de jonge rechtenstudent Çüorz, niet al te hard vallen, maar de Raad heeft volgens hem tot nog toe niet veel gepresteerd. “De Raad is maanden niet bijeengekomen.” In zijn ogen heeft Çüorz te veel de publiciteit gezocht en zich te weinig met de problemen van de moslims in Nederland beziggehouden. “Het is toch wel raar dat hij, voorzitter van de Islamitische Raad, nooit naar ons, de Turks Islamitische Culturele Federatie, is toegekomen. Terwijl wij de grootste organisatie van moslims in Nederland zijn.”

De bedrijfskundige Ates, die hoogstwaarschijnlijk zondag officieel tot voorzitter zal worden benoemd, is naar eigen zeggen 'na breed overleg' teruggekeerd naar de Raad die hij vorig jaar uit onvrede had verlaten. De Turks Islamitische Culturele Federatie, waarvan Ates voorzitter is, kon na een aanpassing van de statuten, worden opgenomen in de IRN. Ook voor andere organisaties zal het nu gemakkelijker worden om toe te treden, aldus Ates.

Juist het ontoegankelijke karakter van de Raad was onderwerp van kritiek van andere moslimorganisaties. Vorig jaar is een alternatieve moslimraad opgericht, de Nederlandse Moslimraad, die de IRN het recht betwistte zich de vertegenwoordiger van de moslims in Nederland te noemen. Ex-voorzitter Çüorz voerde een uitputtend, maar vergeefs gevecht met het ministerie van binnenlandse zaken om erkenning van zijn Raad als de enige vertegenwoordiger. Verder dan oriënterende gesprekken is hij nooit gekomen.

Ates verwacht minder problemen te ondervinden dan Çüorz. “Mijn contacten met de politiek zijn uitstekend en ik heb al veel positieve geluiden gehoord.” Ates werkt met enkele vertegenwoordigers van de alternatieve raad al samen in het Inspraakorgaan voor Turken, en hij verwacht dat de twee raden “naar elkaar toe zullen groeien”.

Herhaling van de ruzies denkt hij te voorkomen. Wederzijds wantrouwen van de Turkse, de Marokkaanse en de Surinaamse moslimorganisaties heeft het ene na het andere obstakel voor de Raad opgeworpen. Volgens Ates vooral het gevolg van de problemen die dezelfde organisaties hadden veroorzaakt bij de samenwerking in de Islamitische Omroepstichting, de inmiddels ter ziele gegane islamitische zendgemachtigde. “Met die erfenis is de Raad van begin af aan belast geweest.” De zendmachtiging van de IOS is overgegaan naar de concurrent: de Nederlandse Moslimraad verzorgt nu islamitische televisie in Nederland.

Andere kwesties hebben het wantrouwen niet weggenomen. De Unie van Marokkaanse Moslimorganisaties in Nederland werd er dit jaar in een publikatie van beschuldigd de moskeegangers te intimideren als 'lange arm' van koning Hassan van Marokko. Ates: “En wij hebben dat geloofd, zonder verder iets te vragen.” De andere organisaties waren vaak weer bang dat de Turken, het meest in aantal, uit waren op een vergroting van hun invloed in de Raad. “Dat is allemaal uitgepraat. Nu moeten we aan het werk.”

De taak van de Raad is niet veranderd: nog altijd staat de 'geestelijke belangenbehartiging' van de moslims in Nederland voorop. Een van de projecten waar Ates zich al mee bezighoudt is de opleiding van 'Nederlandse' Turkse jongens tot imam. Verder staat de geestelijke verzorging van moslims in gezondheidsinstellingen, gevangenissen en leger op de agenda.

Ex-voorzitter Ç. Çüorz heeft de gang van zaken “uitermate onfatsoenlijk en ongeloofwaardig” genoemd. “Uitgerekend de twee kritische, meest liberale bestuursleden zijn eruit gemanoeuvreerd”, aldus Çüorz.