Athene doet Cyprus vage toezegging; Nicosia en Athene beslissen nu samen

ATHENE, 26 NOV. Kort nadat de socialistische leider Andreas Papandreou in november 1981 aan de macht was gekomen, bracht hij als eerste Griekse premier een spectaculair bezoek aan Cyprus. Zonder concrete details te verschaffen, gaf hij de Grieks-Cyprische bevolking toen de indruk dat er snel wat zou veranderen op het voor 37 procent door de Turken bezette eiland. “Nicosia beslist, Athene staat bij”, aldus luidde zijn toezegging aan de toenmalige Cyprische president Spyros Kyprianou.

De jaren verstreken en er veranderde hoegenaamd niets in de situatie op het eiland. Bij Papandreous topontmoetingen in Davos met de Turkse premier Turgut Özal, in januari 1987, werd zelfs overeengekomen de hele kwestie-Cyprus “op de plank” te zetten, een beslissing die de Griekse premier een jaar later betreurde met de voor hem ongebruikelijke woorden “mea culpa”.

Op Grieks Cyprus regeerde vanaf 1988 George Vasiliou vijf jaar als president en net als zijn voorganger reisde hij ontelbare malen naar Athene zonder dat dit iets anders opleverde dan plichtmatige woorden van solidariteit en “gelijk bezieldheid”. Ook zette hij de vruchteloze onderhandelingen met Rauf Denktas, de leider van de Turks-Cyprioten, voort. In Griekenland nam de belangstelling voor het eiland verder af, op Cyprus begon zich iets af te tekenen van een ideologie “Cyprus voor de Cyprioten”, waarvan Vasiliou volgens beschuldigingen een belichaming was. Als reactie daarop werd in februari van dit jaar met miniem verschil de grijze nationalist Glafkos Kliridis als zijn opvolger gekozen.

In Athene werd de 74-jarige Papandreou na de verkiezingen van vorige maand opnieuw premier, en vorige week kwam het, na aanvankelijk uitstel, tot het eerste bezoek van Kliridis aan de nieuwe Griekse machthebber. Tijdens een Cyprische televisie-uitzending had het merendeel van de ondervraagden als mening uitgesproken dat de Griekse verkiezingen niets aan de toestand op het eiland zouden veranderen - tijdens de campagne was het Cyprus-probleem zowat niet ter sprake gekomen.

Beide leiders beseften dan ook dat het deze keer niet bij de gewone plichtplegingen kon blijven. Kliridis had tevoren meer dan eens gepleit voor het zenden, door Athene, van een divisie Griekse militairen als tegenwicht tegen de aanwezigheid van 35 à 40.000 Turkse troepen op het eiland. Tijdens de crisis van 1964 had Andreas' vader, de toenmalige premier George Papandreou, ook al eens zo'n divisie laten overbrengen - geleidelijk en in burger. Maar dictator Papadopoulos zag zich tijdens een nieuwe crisis in 1967 gedwongen deze weer terug te halen.

Papandreous voorganger Mitsotakis had het sturen van zo'n divisie zonder meer van de hand gewezen: “Dat zou oorlog betekenen”, zei hij. Zijn minister van defensie, Varvitsiótis, ging nog verder en verklaarde niet bereid te zijn Griekse soldaten “in een Turkse val” te laten lopen - het sturen van een nieuwe divisie was militair doodgewoon niet te rechtvaardigen.

Deze woorden kregen op Cyprus meer publiciteit dan in Griekenland, waar ook de toenmalige oppositie ervan af zag ze uit te buiten. Feit is dat het sturen van zo'n divisie bij het Griekse publiek zeer onpopulair zou zijn en op grote tegenstand zou stuiten. Premier Papandreou weet dit opperbest en heeft zich tijdens zijn ontmoeting met Kliridis ertoe beperkt de meer algemene toezegging te doen dat Cyprus wordt opgenomen in de Griekse defensielinie, die zich, zo had hij al eerder betoogd, verder zou uitstrekken tot Epirus, Macedonië, Tracië en de Egeïsche Zee. Ook gold niet meer de doctrine: Nicosia beslist, Athene staat bij. Het werd nu: “Nicosia en Athene beslissen samen.” Tenslotte zegt Papandreou dat een verder optrekken van de Turken op het eiland “oorlog” zou betekenen.

Kliridis toonde zich ingenomen met deze formuleringen. Dat Cyprus in de Griekse defensielinie wordt opgenomen, houdt immers in dat het sturen van Griekse troepen een reële mogelijkheid blijft. Om diezelfde reden is de nieuwe doctrine door Turken en Turks-Cyprioten scherp afgekeurd. Denktas pleitte voor een gelijksoortige Turkse doctrine, en hier en daar is al de mening uitgesproken dat het gaat naar een “dubbele enosis”. Enosis, de vereniging van Cyprus met Griekenland, was de leus waaronder de EOKA in de jaren vijftig haar strijd tegen de Britten voerde.

Het is echter onwaarschijnlijk dat het zo'n vaart zal lopen. Enosis, of zij nu 'enkel' wordt of 'dubbel', is geen idee dat nog aanslaat bij een meerderheid der Grieks-Cyprioten. Het ontbreekt dan ook niet aan voorbehoud over de nieuwe doctrine. De Philelèfteros, verreweg het grootste maar ook meest serieuze dagblad op het eiland, dat zich al eerder tegen de komst van de divisie uitsprak, drukte de vrees uit dat zij tot misverstanden zou leiden in binnen- en buitenland.

Ook heeft het dagblad kritiek op Papandreou omdat hij heeft ontkend dat het Cyprus-probleem er een is tussen Griekenland en Turkije. “Het is een internationaal probleem van invasie en bezetting”, aldus de Griekse premier. Al eerder had hij betoogd dat het evenmin een kwestie is tussen Grieks- en Turks-Cyprioten. Maar de Cyprische krant schrijft dat deze visie niet aanslaat bij de internationale opinie. Trouwens, aldus de krant, wat was het probleem vóór 1974 - het jaar van de Turkse invasie? Het probleem bestond toen toch ook al tien jaar?