ANTHONY BURGESS 1917 - 1993; Onderschat auteur met kribbige intelligentie

De Britse schrijver Anthony Burgess is gisteren op zijn 76ste aan longkanker overleden in een ziekenhuis in Londen. A literary giant, noemde David Lodge hem gisteren in de Evening Standard, en vanochtend is hij in andere afscheidsstukken ook zonder terughouding geprezen. Graham Greene, William Golding en Burgess zijn de grote literaire doden van Engeland in de laatste jaren, en het klinkt nu alsof zij al een tijd lang bijna even hoog geschat werden.

In werkelijkheid was Burgess meer een literaire buitenstaander dan de andere twee doordat er minder ernstig tegen hem opgezien werd. Al was iedereen onder de indruk van zijn Earthly powers van 1980, waarin hij liet zien hoe het kwaad door de beste bedoelingen van de samenleving heen kan dringen, zijn meest opvallende boek is toch A clockwork orange van 1962 gebleven. Daarin vertelt de middelbare scholier Alex in een eigen asociaal Engels hoe hij met zijn bende de straten onveilig maakt; aan het eind is hij van zijn gewelddadigheid genezen en de strekking van het boek is dat dat ten koste van zijn karakter moest gebeuren. Hoewel Burgess bleef geloven in de macht van het kwaad vond hij niet dat dit sensationele werk hem goed vertegenwoordigde, nog minder toen Stanley Kubrick er een omstreden film van gemaakt had.

Zijn ware bewonderaars kunnen een dozijn andere werken van hem noemen die eerder de aandacht verdienen: van The Malayan Trilogy die hij in de vroege jaren zestig schreef, via Napoleon Symphony en Nothing like the sun, en de kleine romans over de dichter Enderby, en Earthly powers maar ook de stilistische experimenten en grappen van The end of the world news en Mozart and the wolf gang, tot zijn laatste roman over Christopher Marlowe, A dead man in Deptford.

Hoeveel respect Burgess ook kreeg voor zijn werk hij was geen auteur waar meteen studies over verschenen zoals die andere twee. In 1957, aan het begin van zijn schrijversloopbaan, werd een hersentumor bij hem geconstateerd. Volgens de artsen had hij nog maar een jaar te leven. Toen hij door middel van publikaties een pensioenvoorziening voor zijn eerste vrouw wilde maken, verwierf hij de reputatie van een veelschrijver. Het leek hem toen beter om een aantal van zijn boeken onder een pseudoniem te laten verschijnen. Dat werd echter al snel algemeen bekend, omdat hij een van die boeken onder zijn eigen naam lovend besproken had in The Yorkshire Post. Een veelschrijver die niet bonafide bleek als recensent: dat kon een begaafde, grappige man zijn, maar niet van de hoogste orde.

Wat de ware bewonderaars toen al betoogden is niet dat hij hoge ideeën formuleerde waar de wereld van vooruit zou gaan. Evenmin creëerde hij levensechte personen; daar lag zijn kracht niet in. Zijn grote kracht, die boven zijn talenten uit stak, was dat zijn kribbige intelligentie op alles aanviel wat hij in zijn lectuur en erbuiten in de wereld waarnam; en dat hij overal woorden en ideeën voor vond om zijn lezers en toehoorders op eigen gedachten te brengen.

Vrienden hebben wij eigenlijk niet, vertelde hij van zijn vrouw en zichzelf in zijn autobiografie. Hij bracht zijn leven door in de openbare wereld als een eenzame ridder met een schrijfwapen. In die rol is hij nog te weinig geëerd en er is te weinig gelachen om zijn mooiste komische vondsten.

Tot zijn ergenis heeft bovendien haast niemand ooit zijn muziek kunnen horen, terwijl hij liever componist had willen worden dan schrijver. Hij schreef onder andere drie symfonieën en de Broadway-musical Cyrano, die in 1973 werd opgevoerd. De bezoekers die hem zes jaar geleden in Amsterdam hoorden praten herinneren zich hem als een onuitputtelijke, praatgrage, belangstellende man die beweerde dat de ware muziek van Europa opgehouden was met Mozart. Haast niemand nam dat idee van hem over, maar ook daarmee bracht hij een half uur de gemoederen en gedachten in beweging.

Al is hij in bepaalde opzichten onderschat gebleven, hij had in de Engels sprekende wereld velen op de hoogte gebracht van zijn bestaan en zijn ongenoegens. Tot het laatst toe is hij aan het woord gebleven, met boeken en kranteartikelen.

Nu is hij dood, en er is een licht uitgegaan, maar zijn werk leeft voort en zal op den duur denk ik nog meer waard blijken.

    • J. Peereboom