Zuid-Afrika: het verketteren is voorbij

ROTTERDAM, 25 NOV. Het begon wat onwennig, maar eindigde met een handdruk en vriendelijke blikken. “Laten we in dit verzoeningsgezinde klimaat vooral naar voren kijken”, zei de Rotterdamse hoogleraar S.W. Couwenberg tot S. Bosgra, de voorman van het Komité Zuidelijk Afrika (KZA). Nederland kon niet achterblijven bij de verzoening in Zuid-Afrika tussen president De Klerk en ANC-leider Mandela. Gisteren, op de Erasmusuniversiteit, kwamen voor het eerst de mensen en groepen bijeen die elkaar tot voor kort verketterden.

Voor stoom afblazen was er ook even de gelegenheid, veel hard feelings in het vaak verhitte 'Zuid-Afrika-debat' bestonden nog. D. de Beer, voorman van de kerkelijke werkgroep Kairos, verdedigde de economische sancties die ooit tegen Zuid-Afrika werden afgekondigd. “Ze waren nodig om de apartheidsstructuur te ondermijnen en het zelfvertrouwen bij de blanken te verzwakken”, zei De Beer tegen een mopperend gehoor waartoe onder anderen het voormalige Tweede-Kamerlid A.J. Verbrugh (SGP) behoorde. Couwenberg, tegenstander van economische sancties, ging in de aanval. “Er waren ook keerzijden aan de sancties, die werkloosheid en armoede onder de zwarten veroorzaakten. Maar over de effectiviteit mocht je niet praten want dan was je al bij voorbaat racist.” Hij hekelde het intolerante klimaat en “de verdachtmakingen” tijdens de hoogtijdagen van het debat over Zuid-Afrika in de jaren tachtig. “Nuanceringen waren onmogelijk, want je werd meteen ingedeeld in goed of kwaad.”

Couwenberg haalde met name uit naar de culturele boycot, maar Bosgra hield hem voor dat de blanken in Zuid-Afrika deze over zichzelf hadden afgeroepen. “De tegenstanders van apartheid kregen geen visum, alleen de vrienden mochten nog komen. De blanken isoleerden zichzelf.” De meningsverschillen bleven bestaan. Maar de vroegere “linkse actievoerders” en de “rechtse apartheidsvriendjes” verenigden zich nu met een blik op de toekomst zoals ook in Zuid-Afrika “het blanke regime” en de “terroristenclub ANC” over de stereotiepe beelden heen wisten te stappen.

De vijanden van het apartheidsregime moeten opnieuw hun positie jegens Zuid-Afrika bepalen. Het KZA van Bosgra, met vijftien betaalde krachten in dienst, wil verder gaan in ontwikkelingshulp voor Zuid-Afrika. Het KZA ziet zich als “regio-specialist” die bijzondere projecten uitvoert. Maar de Anti-apartheidsbeweging Nederland (AABN), officieel medestander van het KZA maar vaak de concurrerende actiegroep, heft zichzelf op. “Als apartheid weg is, zijn we overbodig”, zegt F. van Aurich over de AABN dat volgend jaar een 'opheffingsfeest' houdt.

Bosgra zoekt toenadering tot de Nederlands-Zuidafrikaanse Vereniging (NZAV) die is opgericht in 1881 en wordt geleid door G.J. Schutte, hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en broer van het Tweede-Kamerlid G. Schutte (GPV). Tien jaar geleden nog werd een deel van de NZAV-bibliotheek in de Amsterdamse gracht gegooid, maar de oude wonden lijken geheeld; een 'nieuwe coalitie' KZA-NZAV is in de maak. Schutte sprak al met ANC-vertegenwoordiger Magugu die hem vroeg een deel van zijn archief in de bibliotheek van de NZAV onder te brengen. Maar zoals Bosgra de meer militante AABN op afstand houdt, moet Schutte de rechtsere Nederlands-Zuidafrikaanse Werkgemeenschap (NZAW) buiten de deur houden. In de hoogtijdagen van de boycot trad de NZAW op als 'verlengde arm' van de Zuidafrikaanse ambassade in Den Haag en stond pal achter het broedervolk. “De NZAW verdedigde de apartheid en is nu net als de AABN overbodig”, vindt Schutte.