VN verlengen de oorlog door hulpverlening in Bosnië

VISOKO, 25 NOV. Op een bochtige weg in Centraal-Bosnië maken bulldozers van de VN een beijsd, ongeasfalteerd pad begaanbaar voor een hulpkonvooi. Een Canadese soldaat leunt uit zijn cabine en roept een passant toe: “We doen dit opdat mensen niet verhongeren.” Een soldaat van het Bosnische regeringsleger, de kalasjnikov losjes over de schouder, staat tot zijn enkels in de modder en ziet het aan. “Dat zal ons een hoop helpen”, zegt hij. “Dit maakt het vechten veel makkelijker.”

Dit beeld van VN-ijver versus Bosnische vindingrijkheid illustreert een dilemma van de VN, zo zeggen hoge VN-functionarissen. Als de VN doorgaan met hun voornemen twee miljoen mensen in Bosnië de winter door te helpen draagt dat bij tot een verlenging van een oorlog die al heeft geresulteerd in de dood en vermissing van 250.000 mensen en de verdrijving van meer dan een miljoen anderen uit hun woningen.

Wegen die door de VN begaanbaar worden gemaakt of worden verbreed om voedselkonvooien doorgang te verlenen stellen tegelijkertijd de drie strijdende partijen in staat troepen en artillerie makkelijker te verplaatsen. Veel van de hulp van de VN, bestemd voor vrouwen en kinderen, verdwijnt in de maag van soldaten. Brandstof voor ziekenhuizen en krachtstations wordt afgetapt voor militaire voertuigen.

VN-voorraden komen ten goede aan de economie van de drie partijen. VN-voedsel is te koop in elke stad in Bosnië. Als die hulp er niet zou zijn, zo menen veel Westerse functionarissen, zou de druk op de strijdende partijen om naar vrede te streven, sterk toenemen. Zonder de VN-operaties zouden de Bosnische warlords en lokale mafiosi, die verantwoordelijk zijn voor een aanzienlijk deel van de gevechtshandelingen, heel wat geld mislopen.

VN-functionarissen, hulpverleners zowel als officieren, zeggen dergelijke inbreuken te kunnen tolereren als de hulp uiteindelijk maar te bestemder plaatse terecht zou komen en als er sprake zou zijn van een compromis tussen de VN en de leiders van de strijdende partijen om dat mogelijk te maken.

“We horen hier principieel niet te zijn”, zegt een hoge officier van de VN-vredesmacht UPROFOR. “De reden is dat de internationale gemeenschap niet het lef heeft te kiezen tussen twee alternatieven: ofwel toe te geven dat we falen en dat we moeten vertrekken, ofwel ons de manschappen, het mandaat en de steun te geven om een eind aan het vechten te maken en de vrede af te dwingen.”

Pag.5: Hulpverlening door VN draagt bij tot verlenging van oorlog

“Ja, we zwengelen de oorlog aan omdat veel van het voedsel en de brandstof bij de milities terecht komt”, zegt de Britse officier Angus Ramsay, chef van de militaire operaties van UNPROFOR in Bosnië. Maar voorlopig, zo gaat hij verder, is dat “de onvermijdelijke prijs voor het vermijden van hongersnood”.

Het aanleggen van wegen is een van de meest zichtbare activiteiten van de VN in Bosnië. Het gaat om Operatie Levenslijn, met veel fanfare in augustus aangekondigd door luitenant-generaal Francis Briquemont, de Belgische bevelhebber van UNPROFOR in Bosnië. Operatie Levenslijn is een plan dat voorziet in de aanleg van “een humanitaire aanvoerroute” van de Kroatische kust naar de Bosnische steden Sarajevo, Zenica en Tuzla.

Sinds augustus hebben Britse genietroepen een veertig kilometer lange tweebaansweg aangelegd op de plaats waar een geitenpad liep. De weg leidt van Tomislavgrad naar Rumboci, boven het meer van Prozor, twee Kroatische bolwerken. Canadese troepen werken aan de verbetering van de weg van Sarajevo naar Visoko, Vares en Tuzla, door gebieden die vrijwel geheel in moslimhanden zijn.

Het netto-gevolg van de Britse inspanningen is onduidelijk omdat de Bosnische Kroaten al het commerciële verkeer naar Centraal-Bosnië al zeven maanden blokkeren. Maar op militair gebied is de weg een godsgeschenk voor de HVO, het leger van de Bosnische Kroaten, en hun bondgenoot, het Kroatische leger, die elke dag troepen overbrengen voor de strijd tegen de moslims in Centraal-Bosnië.

Maandag ondertekenden de HVO en de Britse troepen een akkoord voor de reparatie van een andere weg, de Diamantroute, naar de Kroatische enclaves in het noorden van Bosnië, in ruil voor de ongehinderde passage van hulpkonvooien.

Op de vraag of de Bosnische Kroaten na de voltooiing van die weg zullen beginnen met het blokkeren van hulpkonvooien, zegt kolonel John Atkinson, een Canadees in dienst van de VN: “Waarschijnlijk wel, ja.”

Brandstof is voor de strijdende partijen in Bosnië een groot probleem. Op 27 oktober beloofden de VN tijdens besprekingen in de Oost-Bosnische stad Zvornik de Bosnische Serviërs 40.000 liter dieselolie als zij het VN-bataljon in Tuzla in staat zouden stellen zich via Servië te bevoorraden met zwaar materieel. Op grond van de resoluties van de Veiligheidsraad mogen VN-fuctionarissen geen toegang 'kopen' voor brandstof. Maar de Zweedse VN-officieren in Tuzla, zo zegt een deelnemer aan de onderhandelingen, zijn wanhopig.

Nadat ze enkele duizenden liters van de beloofde brandstof hadden geleverd kregen de Zweden het trouwens nog heel moeilijk. Maandag stuurden de Bosnische Serviërs een konvooi met 46 VN-vrachtwagens, op weg naar het Scandinavische bataljon in Tuzla, met wapengeweld terug. Het konvooi kon na een koude nacht op een parkeerterrein aan de Servische zijde van de Drina dinsdagavond Tuzla bereiken - één maand te laat.

© The Washington Post

    • John Pomfret